Death Cab For Cutie - Codes & Keys

Atlantic Records

Fabian Desmicht7 juli 2011

Codes & Keys

Death Cab For Cutie wordt al jaren op handen gedragen door het indiepubliek. En de band heeft ook een rist uitstekende platen en songs op zijn palmares. Deze keer heeft Death Cab nieuwe ‘Codes & Keys’ om zijn avontuur door popland voort te zetten. Dat de inspiratiebron verre van opgedroogd is, valt te horen op hun zevende.


Voorganger ‘Narrow Stairs’ schoot in 2008 meteen naar de topplaats in de Billboard Top 200. Gelukkig liet de groep zich niet verleiden om de formule van dat succes opnieuw in platina om te zetten. Op ‘Codes & Keys’ worden analoge synths en oriëntaalse strijkers in de mix gegooid. Death Cab zoomt nog verder uit dan voorheen en brengt zo onverwachte invloeden als krautrock in het blikveld.

De herkomst van openingssong Home Is A Fire is helemaal moeilijk thuis te brengen. Het is een storm in een cocktailglas: een fijnzinnig laagje techno gaat de shaker in met een idyllisch refrein. Een almaar prominentere, nerveuze jazzdrum schudt het mengsel grondig dooreen. Metafysici herkennen misschien de Panta-Rei-filosofie in de lyrics?
Helaas is Home Is A Fire geen genreaanwijzing voor de rest van het album, dat naar goede gewoonte weer uitblinkt in afwisseling, maar nergens zo verkwikkend is als de eerste uppercut die het uitdeelt. Nummer twee, Codes & Keys, is bijvoorbeeld een klassieke pianoballad. Underneath The Sycamore gaat het klassement in onder generische powerpop. En iets als Monday Morning hebben we bij Grandaddy al eens gehoord. Ze mogen er wel best wezen, vernieuwend of niet.
Achterom kijken naar de seventies doet Death Cab op Doors Unlocked And Open en Unobstructed Views. De ene song pikte de motorik-beat en zelfs de gitaarlijn van Hallogallo van Neu! Geen camouflage! De basis werd echter subtiel omgewerkt tot Wire-achtige krautpop, met een heerlijk refrein dat Wire én Neu! doet vergeten.
Unobstructed Views situeert zich dan weer tussen Roedelius, de weinig hoogdravende prog van Camel en The Alan Parsons Project. De eerste regel “There is no eye in the sky” is vast een dikke, vette - wel ja - knipoog. Het geheel klinkt enig. Geen gitaar te bespeuren. Maar - o verrassing - na goed drie minuten valt dan toch nog de milde stem van Ben Gibbard in.
Met Stay Young, Go Dancing eindigt ‘Codes & Keys’ veel braver dan het begon. Was Home Is A Fire glad omdat het zo weinig houvast bood, dan is Stay Young glad als in “Die gladde kerel haalde zijn meest gewiekste versiertrucs boven.” Romantische akkoorden en regels als “Cause when she sings, I hear a symphony” vieren hoogtij terwijl strijkers de sentimenten nog wat intenser maken.

Pas op, het valt te verdragen, maar wat hadden we graag gehad dat het elan van Home Is A Fire werd doorgetrokken. ‘Codes & Keys’ is in geen enkel opzicht een slechte plaat, maar er zat meer in. Een compromisloos meesterwerkje bijvoorbeeld. Misschien volgende keer.

← Terug naar overzicht