Cephalic Carnage - Xenosapien
Relapse Records
Kris Hadermann — 8 november 2008

Binnen de extremere metalgenres zijn er zo’n aantal bands die je als fan simpelweg moet kennen. Pas na vijf echt innovatieve albums mag een band zichzelf daartoe rekenen. Voor Cephalic Carnage was ‘Anomalies’ twee jaar geleden het vierde album op rij, dus met ‘Xenosapien’ (of Xanosapien zoals Relapse in haar promotekst schrijft) zouden ze hun status wel eens kunnen bevestigen.
Het eerste wat wij ons afvroegen was wat een xenosapien is. Al splitsend kom je tot het antwoord: xeno (zoals in xenofobie, vreemdelingenangst) is vreemdeling. Sapien (zoals in Homo Sapiens) is verstandig. We zitten dus met een verstandige vreemdeling opgescheept, waarmee de band waarschijnlijk een soort alienmens voor ogen heeft. Zo laat het best wel mooie artwork toch vermoeden. Een ding met een ingewikkelde DNA-structuur in elk geval en dat is precies wat we van de songstructuren van Cephalic Carnage gewoon zijn.
Zeer doelgroepgericht dus en die doelgroep krijgt meteen hysterische en onregelmatige riffs om de oren gedraaid, steeds aan een wisselend tempo. Opvallender aanwezig zijn de jankende frenzies die met hun hoge techniciteit indruk maken en daarna opgesmuld worden door smerige gitaarspasmen in Divination & Volition. Als Amerikaanse officiers op missie in Irak, martelt het trio snarenkrabbers haar instrumenten tot die de gemeenste klanken opbiechten. Vocaal is die variatie een stuk enger dan op hun precedenten, maar een kokhalzende schreeuwzang lost af en toe de vliezige brul af.
De hoofdprijs gaat naar slagtuig John Merryman. Ondanks zijn "Amerikaansheid", slaagt hij erin zijn bombardementen wél precies te verdelen en laat hij zijn vellen sidderen en trillen als op hol geslagen naaimachines. Je zal maar een pees in 's mans pols zijn terwijl die zijn snaardrum afranselt. Cephalic Carnage verloochent ook zijn grindroots niet met het genadeloze Vaporized en wat later volgt met Let them Hate So Long they Fear nog zo eentje. Als de tempostorm wat gaat liggen, serveren de heren hun progressieve mix van galmende bonzen en melodie. Je weet nooit waar een nummer heen zal gaan, wat het album heel ondoorzichtig maakt. Juist daarom krijgen ze vaak de term “eigenzinnig” opgeplakt. Doch daar zit hun kracht niet. Tijdens het slottrio eet je weer een hutsepot waarin blasts, experimentele melodielijnen en vooral dat excessieve drumwerk ronddobberen. Zware kost, met onderaan de pot nog een dikke korst losgeslagen razernij tijdens Ov Vicissitude.
Op het eerste zicht lijkt zo’n ‘Xenosapien’ een vrij zielig wezen, totdat je er dieper in begint te snijden en ziet wat voor een palet aan ongekende stukken DNA je erin vindt. Een vette kluif en niets voor een doorsnee consument van fijne vleeswaren. Cephalic Carnage is vlees voor de echte Homo Sapiensen van deze wereld.
