Beirut - The Flying Club Cup
4AD
Tom Weyn — 8 november 2008

Wat gaat een gast van twintig jaar ons tonen? Dat is wat we dachten toen ‘Gulag Orkestar’ van Beirut vorig jaar uitkwam. Na vijf minuten hadden we onze woorden alweer ingeslikt want wat Zach Condon daarop (op zijn eentje!) presteerde was niet minder dan fenomenaal. Een jaar later brengt Condon al zijn tweede plaat uit: ‘The Flying Club Cup’. Wij hielden ons hart dan ook vast of iémand, laat staan Condon zelf, wel in staat was al de pracht en praal van zijn debuut te overtreffen.
We zullen het u gemakkelijk maken: ja! Ja, Condon slaagt er wonderwel in om een tweede meesterwerk op rij af te leveren zonder dat hij daarvoor simpelweg een gemakkelijk vervolg breit op ‘Gulag Orkestar’. Nog steeds vinden we geen gitaren terug bij Beirut maar wel een accordeon, melodica, klarinet en vooral blazers. Hierdoor weet Zach Condon als één van de weinige artiesten van zijn tijd een volstrekt uniek geluid neer te zetten en daarvoor alleen al verdient hij ons eindeloos respect. Enig verschil met ‘Gulag Orkestar’ is dat hij deze keer wél vergezeld wordt van een groep, waarin een glansrol weggelegd is voor Owen Pallett, bekend van Arcade Fire en Final Fantasy. Deze mag bijvoorbeeld ook de vocale partij van Cliquot voor zijn rekening nemen.
De leidraad doorheen ‘The Flying Club Cup’ lijkt melancholie. De muziek straalt een ongekende en diepe vorm van melancholie uit en hetzelfde kan gezegd worden over de teksten, het artwork en de kleine tekstjes in het boekje die doen verlangen naar een lang vervlogen en voor ons volledig onbekende tijd. Beirut is een goed doorgedacht concept en Condon laat duidelijk niets aan het toeval over.
De toon wordt gezet met het prachtige Nantes waarin Condon onmiddellijk zijn gebroken crooner-stem bovenhaalt om de zinsnede “It’s been a long time since I’ve seen you smile” (wat op het einde van de plaat ook in Cherbourg nog terugkomt) in ons hoofd te weven. Dit nummer moet het niet in het minst hebben van de sample van een ruziënd Frans koppel. Voor ‘The Flying Clup Cub’ liet Condon zich dan ook inspireren door de muziek en de cultuur van Frankrijk en vooral door Jacques Brel, een referentie die zich pas na een paar luisterbeurten prijs geeft. Verder bleven ook A Sunday Smile (vintage Beirut), de tekenfilmmuziek van Forks and Knives (La Fête), het aan Sufjan Stevens refererende In the Mausoleum en het sublieme Un Dernier Verre (Pour la Route) ons bij.
U heeft zonet op zijn minst vijf kostbare minuten verspild met het lezen van deze recensie. Nu is het hoog tijd om naar te dichtst bijzijnde platenwinkel te rennen want dit is, ook al zal het wellicht geen spek naar ieders bek zijn, zonder twijfel de plaat van het jaar.
