Why? Wederzijdse liefde

Botanique, 14 juni 2017
Why?

Ze nemen een unieke plaats in binnen het muzikale gamma en dat benadrukten ze in de Botanique nog maar eens met een puike show.

Ongetwijfeld slaakten er een paar een zucht toen ze Mike Savino - want hij is Tall Tall Trees - met een banjo het podium zagen opkomen. Alleen, het snaarinstrument, dat Savino bezigt, is geen banjo, maar een banjotron 5000; een ding van eigen makelij dat, in combinatie met een joekel van een sampler en, kleurige verlichting en een resem attributen heel wat andere instrumenten kan persifleren. Na de nodige voorbereiding - lees: het opnemen van een aantal basistracks - hoorde je de man evolueren van heavy rock over de donkere synths, genre Gary Numan, tot aan wild experiment met de afsluiter, waarvoor Why?-percussionist Josiah Wolf werd opgetrommeld. Het was een uiterst gedreven hoogtepunt en de evenredige waardering van het publiek was zijn beloning.

Ook Why? durft de conventies al eens opzij schuiven. De muziek van het viertal (in dit geval tenminste) leunt op hiphop, graait in de weirdfolkmand, maar knipoogt ook naar pop; en de stem van Yoni Wolf is waarschijnlijk één van de meest ongewone in de muziekwereld. Maar de zeurderige, lichtnasale toon van de kleine man met bril heeft iets hypnotisch, waardoor je aan zijn lippen blijft plakken.

De nieuwe plaat houdt mooi het midden tussen de drie hoger vermelde genres en leverde opnieuw enkele pareltjes op. Maar in de Botanique bleek de stem van Yoni Wolf bij die nieuwe songs eerder dunnetjes uit de mix te komen. De pingelpiano, waarmee Easy werd ingezet na een droog “Bonsoir”, beloofde het beste, maar kon nog niet echt overtuigen. En This Ole King leek de ban evenmin te breken. Maar naarmate de set vorderde, ging het voortdurend beter, ook al omdat de rest van de band (naast percussionist Josiah Wolf ook nog toetsenist-bassist Doug McDiarmid en gitarist-toetsenist Matt Meldon) de zang mee aanvulde.

Zo werd Proactive Evolution de aanloop naar een reeks meesterwerkjes waaronder klassieker These Few Presidents, een bijzonder emotioneel These Hands en een intriest Strawberries, waarmee meteen uit de vorige drie platen elk een nummer werd opgevoerd. Dat vooral de songs uit ‘Alopecia’ op het meeste meeval konden rekenen, is misschien logisch, maar doet niets af aan de kwaliteit van het meer melodieuze, minder rapgerichte en wat ondergewaardeerde ‘Eskimo Snow’.

Naarmate de set vorderde, kwam Yoni ook steeds meer los, vroeg hij het publiek of er “questions or or or or or concerns” (sic) waren of speelde hij de clown met de microfoonstandaard voor hij de bas (met de nodige moeite) omgordde en het publiek gaf wat het vroeg met Song Of The Sad Assassin en The Vowels Pt2. Het was mooi dat de oudere songs allemaal een versie kregen, die weer verschilde van de vorige doortocht, en dat de nieuwe songs duidelijk nog niet helemaal gerouleerd zijn. Vandaar ook dat George Washington – in se een parel – niet helemaal doel bereikte ondanks de huilende gitaarsolo van Meldon.

Voor de bisronde werd de folkkant van de band beklemtoond doordat het gezelschap zich met zijn allen, en voor de twee laatste songs (January Twenty Something en Simeon’s Dilemma) aangelengd met Mike Savino, rond één microfoon schaarde en de songs akoestisch (gitaar, snare, Casio-toetsenbordje) begeleidde. Vergelijk het met “sitting on the porch” in de VS, legde Wolf uit: “Daar doet iedereen dat”.

Hoge, commerciële ogen zullen ze waarschijnlijk nooit gooien, maar dat neemt niet weg dat de redelijk goed gevulde rotonde Why? met veel liefde aan de borst drukte. En die liefde bleek helemaal wederzijds.


15 juni 2017
Patrick Van Gestel