The Godfathers
Cold Turkey met de bulldog
Kevin Vergauwen
Ancienne Belgique, Brussel — 28 juni 2011
Meer dan twintig jaar na de geboorte van ‘Hit By Hit’ zijn de eigenzinnige peetvaders van de punk rock-‘n-roll even terug. The Godfathers gooien hun eerste plaatje, met de obligatoire extra’s, opnieuw te grabbel. Deze heuglijke gebeurtenis zet hen – in originele bezetting – oog in oog met een schare opgewonden nostalgiezoekers in een matig gevulde ABbox.
Het waren de broertjes Coyne die halfweg de jaren tachtig de dicht bezaaide elektronicamarkt een flinke rechtse verkochten met hun rechttoe rechtaan gitaargeweld. Kenmerkend voor deze jongelingen uit hartje Londen waren de gitzwarte maatpakken en hun allesvernietigende punkattitude. Als een briesende leeuw en steevast met gebalde vuisten predikte Peter Coyne concert na concert vernieling en chaos. Bijna een kwart eeuw na de feiten, een bierbuikje en een weggetrokken haarlijn later, is dit niet anders.

Terwijl de jonge hipsters in de bar staan te neuten over het concert van Crystal Castles dat te elfder ure wordt afgeblazen, ontploft er in de ABbox een splinterbom van gitaarsalvo’s. “Instant Coffee, Instant Sex”, chapter one drukt ons met de neus op de feiten. I Want Everything hakt met de botte bijl in op eenieders communiezieltje, waarna She Gives Me Love en meebruller Cause I Said So ons schaamteloos terug doen verlangen naar die gore, stinkende undergroundbars.
Even kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat frontman Coyne, fysisch meer en meer de streken van een opgejaagde bulldog begint te vertonen. Arrogant zwalpend, gulzig van “the fine Belgian cherry beer” zwelgend en bovenal trippend op eigen adrenaline wordt het publiek meegenomen in zijn eigenzinnige, psychedelische wereldje. Pulp Fiction avant la lettere met John Barry, rauwe Stoogesrock tijdens This Is War en opzwepende sixtiesriffs bij het obligatoire Walking Talking Johnny Cash Blues.
Vermelden dat de rest van de bende op scherp staat is haast overbodig. Alsof het gisteren was, bewerkt George Mazur de vellen tijdens Lonely Man, zorgen Mike Gibson en Kris Dollimore voor de haarfijne en flinterdunne gitaarlijnen gedurende Love Is Dead. En etaleert Chris Coyne op zijn beurt nogmaals naar wie het begrip “cool” is genoemd wanneer This Damn Nation door de versterkers galmt.
Met de vuisten in de lucht weerklinkt het anthem van een generatie: Birth, School, Work, Death, waarna het publiek met stomende en welgemikte versies van Anarchy In The UK en – na lang aandringen - Blitzkrieg Bop de nacht wordt ingestuurd. Bedwelmd door een no-nonsenseroes en verpakt in een zwarte leren jekker zwalpen we verdwaasd huiswaarts, wetende dat een Cold Turkey ons deze nacht ettelijke uren zal wakker houden.
