Couleur Café 2011

Lommer en kwel

Wouter Verheecke
Tour & Taxis, Brussel29 juni 2011

Couleur Café wordt wel eens omschreven als “het meest onbelgische der Belgische festivals”, maar de weergoden maakten op dag twee van de 2011-editie brandhout van die sideline. Er waren weliswaar weer wereldvreemde vredesactivisten en streekgerechten uit de verste uithoeken van onze aardkloot, en we hadden eens te meer de indruk dat de term “wereldmuziek” alleen hièr werkelijk op iets slaat. Maar de lucht boven de Tour & Taxis site kleurde zaterdag dreigend grijs en het kwik maakte nooit aanspraak op een verfrissende prefabcocktail, wegens onder de achttien. Het was dus aan de artiesten om hier het mooie weer te maken.


De eerste die het mocht proberen, was Blitz The Ambassador. De Ghanees-Amerikaanse mc stond hier geprogrammeerd als beloftevolle "Wanted!"- artiest en dat zinde hem duidelijk. Samen met zijn begeleidingsband – drum, elektrische gitaar, basgitaar en drie koperblazers – ging hij als een kleuter op schoolreis tekeer, het vroege uur van zijn show compleet onachtzaam. 

Couleur Café 2011
Blitz bewees zich zowel als een begenadigd rapper als zanger en kreeg het publiek in no time aan het dansen op hiphop, funk en afrobeat. Heel verdienstelijk, maar halverwege zijn performance haakten wij toch af, want er viel hier nog wel wat meer te ontdekken.
Couleur Café is immers een festival waar de solidariteitsboodschap al bijna even centraal staat als de muziek. En dat mag je eigenlijk letterlijk nemen: de Solidarity Village, compleet met infostandjes bemand door felgroene jongens, kreeg ook dit jaar weer een plaatsje pal in het midden van de industriële site. Daarrond waren opnieuw tal van kleine zijpodia opgetrokken, zoals de Dance Club met workshops in alle denkbare stijlen, de gegraffiteerde caravan "Raggaravane" van het gelijknamige Waalse reggae-soundsystem en de nieuwe Move Stage, waar vooral latinbands geprogrammeerd stonden. 
En terwijl je van die ene naar de andere plek trekt, kruis je tal van fanfares, al dan niet op stelten, vergezeld door sensuele salsadanseressen of Chinese draken. Als volleerde rattenvangers lokten ze ons mee naar het open plein voor de Titan main stage, dat al goed gevuld stond voor het eerste optreden van de dag aldaar.
Raggasonic is dan ook geen onbekende speler in het Franse dancehallmilieu. Spilfiguren Big Red en Daddy Mory zijn grootmeesters in de typische ‘faststyle’ die onze zuiderburen vroeg of laat moeten opnemen in hun lijstje van Cultureel Erfgoed, en ze zeulen een ijzersterkte live-reputatie met zich mee. 
De twee mc’s verenigden hun krachten in 1990 en leverden destijds twee steengoede albums af met hits als Blue, Blanc, Rouge, J’entends Parler en Pas De Coke, Pas De Crack, waarop ze thema’s als racisme, aids en harddrugs niet uit de weg gaan. In 1998 volgde een split, maar vorig jaar was de tijd rijp voor een reünie-tour, en ze hebben na al die tijd dus duidelijk niet aan populariteit moeten inboeten. 
Alle hits van hun rijke repertoire passeerden de revue en werden woord voor woord meegerapt door de hoofdzakelijk Franstalige menigte. Met uitzondering van de grootste knaller, Faut Pas Me Prendre Pour Un Ane... Iedereen ging er ongetwijfeld van uit dat ze die hadden opgespaard voor de bisronde, maar na de voorziene speeltijd ging het Raggasonic-doek al meteen naar beneden. Fini en consternatie alom bij de Fragga-fans.
Veel tijd om te treuren was er echter niet, want wat later stond de Amerikaanse rootsreggaeband SOJA (Soldiers of Jah Army) ons al op te wachten in de Univers tent. 
Tijdens hun optreden hadden we meer dan eens de indruk dat we naar een popconcert stonden te kijken. Niet alleen werd het zestal onthaald met een uitzinnigheid die balanceerde op het randje van het zedige, maar leadzanger Jacob Hemphill heeft zo’n atypische, ietwat vrouwelijke reggaestem, waardoor we zelfs de metafoor "reïncarnatie van Michael Jackson" durfden neer te pennen. Al zal het feit dat dit icoon dag op dag twee jaar geleden overleed daar wellicht ook wel iets mee te maken hebben. Dit in schril contrast met de backing vocalist/bassist Bob Jefferson, die voor de welgekomen afwisseling zorgde met zijn diepe stemgeluid. 
Maar ook de rest van de band stond er en had het publiek he-le-maal mee, van het eerste tot het laatste nummer. Hoewel al die tracks nogal op elkaar lijken en vaak iets té langgerekt waren naar ons gevoel, leek de rest van het publiek op geen enkel moment verveeld en skankten ze lustig verder. Topshow, hoewel ook hier de bekendste single (True Love) niet in de setlist was opgenomen.
Het absolute hoogtepunt van deze tweede dag volgde meteen daarna in diezelfde Univers tent: DJ Shadow! Voor acts als deze vervloeken we onszelf wat omdat we met ons verslag het verrassingseffect wegnemen voor wie later nog naar die ‘Live From The Shadowsphere’-tour wil gaan kijken. Maar het kwaad is inmiddels al geschied en dus kunnen we met een gerust gemoed onze gang gaan… 
Voor wie die ‘Shadowsphere’ toch nog niet zou kennen: da’s een vernufte, bolvormige constructie waarop flitsende beelden worden geprojecteerd, die uiteraard hand in hand gaan met de producties van de Amerikaanse dj. Die was aanvankelijk nergens te bespeuren, maar na een twintigtal minuten stak hij zijn hand uit die bol, waarmee het collectieve vermoeden bevestigd werd dat hij er wel degelijk in zat. 
Nog wat later draaide zijn halfopen bol 180 graden, waardoor we nu oog in oog kwamen te staan met de man en zijn apparatuur. Het ronduit uitzinnige publiek koos voor een letterlijke interpretatie van Organ Donor en stond gewillig zijn stembanden af. De zichtbaar ontroerde dj/producer dankte ons op zijn beurt met de woorden “You were the greatest audience of the tour so far. This was better than Glastonbury, the night before”, waarop de tent natuurlijk helemaal uit zijn voegen barstte. Buitenaards!
Na het traditionele vuurwerk restte ons nog een verschroeiende keuze: Tiken Jah Fakoly, Merdan Taplak of Arsenal? We pikten telkens een stukje mee van de optredens van de eerste twee, maar bleven uiteindelijk staan bij de laatste optie. 
Zoals verwacht, koos onze Vlaamse trots voor een setlist met versleten hits als Estupendo, Longee en Saudade, doorspekt met nieuw materiaal van hun vierde cd ‘Lokemo’. Frontman John Roan vestigde daarbij vooral de aandacht op de nieuwe single One Day At A Time, die op het einde van de set ook nog eens terugkwam als bisnummer. 
Weinig op aan te merken, maar het bleef nogal braafjes, de boel ontplofte niet. Willen ze dit weekend overtuigen als afsluiter op de main stage van Werchter, dan zullen de zwoele heupbewegingen van zangeres Leonie niet volstaan om te blijven boeien en moet de rest van de band toch een tandje bijsteken.
← Terug naar overzicht