OLT20: Unday Label Night - Dijf Sanders, ... - Big smiles

Openluchttheater, 30 augustus 2020

OLT20: Unday Label Night - Dijf Sanders, ...</b> - Big smiles

Er was eens een arme marktkramer in een leuk Chinees stadje die het lumineuze idee had om in het bos vleermuizen te gaan vangen om mee tussen zijn eetwaar te koop aan te prijzen. De man zette zich met die geniale ingeving eensklaps netjes tussen het rijtje serial killers Adolf Hitler, Pol Pot en Leopold II. De rest kent u zelf.

Eén van de verregaande gevolgen was het compleet in elkaar stuiken van het concert- en festivalseizoen en het penibele, moeizame herstel dat zich momenteel met muizenvoetjes inzet. En laten we eerlijk zijn: een meer “veilige” omgeving dan het Openluchttheater in Deurne is nauwelijks denkbaar, hoewel we gerust de hand in het vuur durven steken voor zowat elke professionele concertzaal die enkel maar honderd procent op veilig durft te spelen. Dus met een opgelucht, maar ook voorzichtig gevoel begonnen we aan de uitgestelde editie van de Unday Label Night aan het einde van zomer 2020.

Opener van dienst: Annelies van Dinter aka Echo Beatty. Sinds een dik jaar redt ze het zonder muzikale kompaan en elektronicakid Jochem Baelus. Met het gevolg dat de nieuwe emosongs een stuk brozer en oprechter klinken, zoals de recente ep ‘Ode To The Attempt’ (“met de ziel bloot”) bewijst. En dat mocht gerust. In de omkadering van een imposant amfitheater met omringende bomengaanderij bij uitdovend daglicht en met een akoestische gitaar en een mysterieuze, wat hese stem hoefde dat totaal geen probleem te zijn. Over een etherische sound die zich door de bomen cirkelde gesproken...

De grote “massa” van de tweehonderd happy few – die in feite door nieuwe overheidsmaatregelen mocht verdubbelen (alsof je met een vingerknip kaartjes kan verkopen als organisator – duh!) – kwam vooral voor Flying Horseman. Het vijftal van twee elektrogirlies en drie rockkids rond gitaarvirtuoos Bert Dockx is met ‘Mothership’ alweer aan de zesde plaat toe. Blij dat de promotournee rond dit album uiteindelijk dan toch nog in een beperkte vorm kon opgestart worden. Nu ja, “blij” bleek misschien een beetje overdreven. De technische complexiteit van de songs van them Horsemen bleek immers een beetje een rem op de persoonlijke emotie en interactiviteit, zowel met publiek als onderling op podium. Misschien een kleine tip: als het dan al zonder mondmasker kan, probeer dan even af te stappen van die pokerfaces, volgende keer!

Onder toezicht van een tiental uitvliegende Rode Weeskinderen (een grote nachtvlinder) overdonderde het kwintet het publiek met een wervelstorm van sound, noten en structuren. Drie vierde, zes achtste, vijf zeventiende of andere maatstaven uit een indrukwekkende drum- en bassectie kregen als missie de massa op het verkeerde been te zetten. Of op de verkeerde teen van het verkeerde been. Een cocktail van surf, blues en discogrooves. Van postrock naar calypso, gitaarambient tot psychedelica. Rock around the clock noise block. Met structuren die als een toverbal van kleur wijzigden en als een ADHD’er van karakter. Met meer bridges dan de Ring van Brussel. U hoort het al – te veel van het goede voor een oor dat na lange tijd terug wat live muziek mocht verdragen. Gelukkig was daar de sterke vibrato stem van Dockx als zalvende factor en mochten de laatste twee songs wat meer consistent in structuur en opbouw blijven. Even zweefden we zelfs weg richting Pink Floyd. Trouwens, aan de energie en techniciteit zal het niet gelegen hebben.

Afsluiter van de avond was Dijf ofte Dijf Sanders, een techneut die al een decennium of twee bewust de grens tussen gek en geniaal opzoekt en voor zijn recente plaat een tijdlang op verkenningstocht ging om samples te verzamelen van traditionele Nepalese en Tibetaanse volksmuziek. Altijd een beetje een gok, zo’n culturele mishmash, maar we raden u bij deze honderd prcent aan om ‘Puja’ eens te beleven. Of ‘Java’, waarin westerse dansmuziek vermengd wordt met samples uit... U raadt het al!

Qua setting: een drummer met specialisatie in tribal drumstijlen met veel floortoms en extra percussie van klankschalen of woodblocks, een blaasinstrumentmans die afwisselde tussen hobo, baritonsax, fluit of schalmei en natuurlijk Dijf op een leger digitale sample- en beatapparatuur. Qua muziek: de ene keer een heerlijk opbouwende cocktail van etnische dansmuziek met oosterse klanken, zoals die in de glorieuze nineties met Transglobal Underground en consoorten populair was. De andere keer voornamelijk traditionele percussie- en samenzangfragmenten in een verknipte, nieuwe volgorde en met een voorzichtige westerse touch. Of een bezwerende doomdrone met mantrastemmen, alsof Dead Can Dance met Amenra trouwde. Diversiteit troef, maar telkens met een waanzinnige ritmische en melodieuze sterkte, vol optimistische kleuren en levensenergie. 

En ja, ook Dijf kreeg af en toe een licht hyperkinetische spasme, maar drummer Simons Segers zorgde voor mooi afgemeten beats waar nodig, zonder enige moeite met overgangen richting breakbeat of zelfs techno. En zo werkte het helemaal. Dijf en drum. Samen aftasten, aanvoelen, opwerken. Een publiek van dansende mondmaskers? Check! Shiva, Vishnoe, Brahama en Puti keken allicht goedkeurend toe op dit allereerste concert van de nieuwe plaat. En ja, het was zeker en vast wennen met al die mondmaskers die heel de tijd verplicht op moesten blijven. Maar zeker weten dat er heel veel big smiles achter zaten!

31 augustus 2020
Johan Giglot