Nick Cave & The Bad Seeds

Energieke duiveluitdrijving

Tom Weyn
Vorst Nationaal, Brussel8 november 2008

Voor Nick Cave volstond simpelweg het podium opstappen al om heel Vorst Nationaal uit zijn hand te doen eten. Met ‘Dig!!! Lazarus Dig!!!’ leverde hij eerder dit jaar een nieuw meesterwerk af dat op brutale wijze aantoont dat de 51-jarige Australiër nog lang niet uitgezongen is. In Brussel kregen we dan ook een bijzonder energieke en rauwe show voorgeschoteld.


Het leek wel alsof het programmeren van The Lurid Yellow Mist een strategische zet was die deel uitmaakte van de hele avond. We kregen immers zowat het saaiste optreden uit onze gehele concertcarrière te zien. Na een kleine driekwartier vroegen we ons dan ook oprecht af of het nu allemaal een grap was geweest, dan wel of Dave Graney en zijn twee kompanen zichzelf écht serieus namen. En dus waren we voor één keer blij dat het gepraat in de zaal de kabbelende hippiemuziek (met een glansrol voor een onvoorstelbaar irritante xylofoon) overstemde. Het hoogtepunt van dit optreden was dan ook de conversatie van een koppel achter ons, over de financiële situatie van een niet nader genoemde grootbank.

Nick Cave & The Bad Seeds
 
Met zo'n slecht voorprogramma kon het concert van Nick Cave & The Bad Seeds sowieso al niet anders dan subliem worden. Het ijle Night of the Lotus Eaters was een gedroomde opener die onmiddellijk duidelijk maakte dat het een stevig optreden zou worden. Ook het daaropvolgende Dig, Lazarus, Dig!!! en de loeiharde versie van Tupelo deden Vorst telkens vanaf de eerste tonen op zijn grondvesten daveren. Even later kregen we al het absolute hoogtepunt van de avond. Tegen een prachtige achtergrond leek Red Right Hand aanvankelijk een gemoedelijke uitvoering te krijgen, maar na verloop van tijd barstte het nummer op ongekende wijze geheel onverwacht los. We staan er nog steeds van te beven op onze benen.
 
Cave was opvallend goed bij stem, al wil dat niet zeggen dat hij steeds de maat wist te houden, integendeel zelfs. Toch kunnen we het de man moeilijk kwalijk nemen, we zouden zelf namelijk niet graag dingen als “There is a planetary conspiracy against the likes of you and me in this idiot constituency of the moon” staan zingen voor 8.000 mensen. Dat Cave tijdens Nobody’s Baby Now dan ook even de tekst verloor, bedekken we maar al te graag met de mantel der liefde.
 
De zes Bad Seeds zetten in Vorst een enorm krachtige show neer. Dat was grotendeels te wijten aan de twee drummers, maar ook aan de songkeuze: slechts enkele van zijn beroemde ballads haalden de setlist. En als ze al gespeeld werden, groeiden ze stuk voor stuk uit tot hoogtepunten: Nobody’s Baby Now, Hold On to Yourself en het wondermooie The Ship Song. Ook het tot in de bisnummers opgespaarde Into My Arms, de enige keer dat Cave achter de piano kroop, kunnen we daartoe rekenen. Verder onthouden we Papa Won’t Leave You, Henry, dat haast als een volkslied ontvangen werd, en vooral het van hiphopbreaks voorziene We Call Upon the Author.
 
Uit de bisronde blijft vooral het publiek bij, dat mooi “Oh Momma” scandeerde tijdens The Lyre of Orpheus, en Warren Ellis die volledig loos ging tijdens Stagger Lee. Ellis is voor de Bad Seeds dan ook wat Mauro Pawlowski is voor dEUS: er gewoon staan is al genoeg om de hele groep er dubbel zo cool te doen uitzien. Toch komt zelfs Ellis nog niet in de buurt van Cave, die gedurende het hele optreden over het podium sprong en danste als een tiener die zijn duivels aan het uitdrijven was. Een grandioze prestatie.
← Terug naar overzicht