Music in Mind

Jong en Belgisch

Lieselot D\'Hoest
Concertgebouw, Brugge8 november 2008

Het goedgevulde Lighthouse maakt zich op om een avondje ingepalmd te worden door groepen van eigen bodem. De grootste gemene delers worden hopelijk:  ‘jong’ en ‘talentvol’.


Het ene moment zit je nog op je kamer te musiceren met je eigenste zelf als enige aandachtige toehoorder en het volgende moment heb je een band en win je het Gentse rockconcours ‘De Beloften’. Een jaar later is het leeuwendeel van je band alweer verdwenen maar laat je dit vooral niet jouw plannen voor een  koninkrijk ondermijnen.   Hoe kan het ook anders, je bent niet voor niets The Bony King Of Nowhere.  
 
Hoewel Bonnie ‘Prince’ Billy  wel vaker te onpas dan te pas als referentie wordt aangehaald door singer-songwriters, houdt de vergelijking deze keer wel steek.  The Bony King Of Nowhere heeft volgens ons echter genoeg talent in huis om van nu af aan vooral met zichzelf vergeleken te worden. De luisterliedjes van de amper twintigjarige Bram Vanparys zijn sfeervol en doen de temperatuur in de Brugse Lighthouse-toren een graadje stijgen.  Starten doet Bram in zijn eentje met My Favourite.  Daarna wordt hij vervoegd door compagnon Cleo Janse die de tweede (gitaar)stem voor haar rekening neemt. Dat Janse misschien wat minder podiumervaring heeft – of dat de zenuwen gewoon parten spelen – blijkt uit het feit dat ze een minder zekere indruk maakt en af en toe een steekje laat vallen. Dat ze zich achter de piano duidelijk meer op haar gemak voelt, blijkt uit de mooie versie van een iets meer jazzgericht en up-tempo nummer.
 
Met beperkte middelen weten de twee zich staande te houden en proberen toch variatie in de set te brengen. Losing Gravity, met een geslaagde echo op de stem naar het einde toe, wordt gevolgd door het –voorlopig- enige ‘liefdesnummer’ in Vanparys’ repertoire Alas My Love.
We hopen dat dit aanstormend talent zich het hoofd niet gek laat maken en in alle rust verder timmert aan een eerste plaat. De geduldigen zullen zeker beloond worden! 
 
Tape Tum is het levende bewijs dat broederliefde bestaat. Met een opstelling waarbij de twee laptops meteen in het oog springen, weet je dat de electronica je in deze set wellicht rond de oren zal zoeven. Hoewel er zowel keyboards, gitaar, bas en drum opgesteld staan, lijken instrumenten in eerste instantie veeleer bijzaak voor Tape Tum. Wanneer het klankbad stilletjes volloopt is het geluid van een ademhaling zowat het enige écht herkenbare geluid dat achter onze filter blijft hangen. We zijn al aardig wat minuten ver vooraleer de eerste, spaarzame vocalen opduiken. 
 
Maar de concentratie lijkt steeds weer terug te gaan naar de laptop, een gegeven wat uiteraard onvermijdelijk is in muziek waarbij electronica zo’n belangrijk aandeel vormt. Het is pas in het midden van de set dat de broers Dousselaere de navelstreng met de computer ietwat weten te doorbreken. Een venijnige drum wordt aan het geheel toegevoegd en hoewel de nummers wat meer kadans vinden, verslapt onze aandacht toch. Sea Scent vinden we geweldig maar toch ontbreekt het sommige andere nummers in onze ogen aan richting. Of misschien worden nummers net teveel richtingen uitgestuurd waardoor ze in het niets stranden. 
 
Ideaal als soundtrack bij een film- of dansvoorstelling , dat wel,  maar in onze ogen minder geschikt als live-act. Afsluiten doet Tape Tum met Heart Of Gold waarop ook gelegenheidstrompettist Diederik uit zijn dak mag gaan. Slecht is het niet, maar écht geboeid zijn we ook niet. 
 
De jonge wolven van Wixel staan dan weer borg voor sprookjesbosmuziek. Onderuit zakken en wegzweven is de boodschap. De rust die deze muziek normaalgezien uitstraalt, wordt ietwat ondermijnd door het geconcentreerde en soms nerveuze gezicht van opper-Wixel Wim Maesschalk die met behulp van zijn trouwe Apple de gitaarloops op het podium aan elkaar breit.  Ogen sluiten is de boodschap.  We kunnen er niet onderuit, het live creëren van elektronische muziek heeft al snel iets gekunstelds en af en toe missen we nog wat finetuning. Neemt niet weg dat de nummers, nu eens ritmisch ondersteund door drum, dan weer fijntjes afgewerkt door het klokkenspel, zeker een aparte sfeer oproepen. Toch blijft het geheel vooral verteerbaar in kleine doses en loert de verveling bij deze live- uitvoering snel om de hoek.   
 
Of het avondlijke uur ons misschien minder tolerant maakt of de griepuitlopers ons nog in de kleren zitten, we kunnen het niet meteen zeggen.  Feit is dat het venijn van deze concertavond voor één keer duidelijk in de kop zat!
 
← Terug naar overzicht