Lowlands
Lowlands 2016: Dag 2 "Een reisje rond de wereld"
Robbe Van Petegem
Walibi World, Biddinghuizen — 19 augustus 2016
Op Lowlands is het diversiteit troef. Van singer-songwriters gaat het naar snedige rap, van jazz naar snedig gitaarwerk en van stevige elektrosets naar literatuur. Het programma voor de tweede dag is ook een kleine reis rond de wereld met een Australische singer-songwriter, IJslandse post-rock en Egyptische elektronica.

Wie nog niet gesloopt was na de eerste echte nacht feesten op Lowlands kon ook ’s ochtends weer aanschuiven voor de dagelijkse yoga-sessie in de India tent. Voor wie liever gewoon stilstaat en luistert was er dan weer LLowagenda, waarin een reeks Nederlandse denkers over maatschappelijke thema’s kwamen praten. Zo was er onder andere Nasrin Dchar die met humor het thema van migratie aanpakte en Jesse Klaver, de voorzitter van GroenLinks, die zijn beeld voor de Nederlandse samenleving uiteen zette (en dat werd gesmaakt).
Op zaterdag was het aan RY X, het project van de Australier Ry Cuming, om het muzikale gedeelte te openen. Zijn ingetogen set begon met een lang aangehouden akkoord op toetsen en strijkers, dat dan langzaam overging in Shortline. De meeste nummers namen hun tijd om op te bouwen en de muziek werd nooit echt heftig, wat perfect was voor het vroege middaguur. Cuming dreef zijn diepe stem wat de hoogte in, waardoor deze een zacht hees kantje kreeg. De melancholische klanken werden ook duidelijk gesmaakt dor het publiek.
De Australische singer-songwriter was duidelijk blij met de hoge opkomst op dit vroege uur en het respectvolle publiek dat ook tijdens de rustigere momenten stil bleef. Op een gegeven moment klonk het dan ook: “You guys are gonna make it hard to play any other country.” Dat het dan ook nog eens de laatste show van hun tour was, maakte dit extra speciaal. Op het einde van de set moest Only nog voor een intiem moment zorgen, maar door het overgewaaide lawaai uit een naburige tent was dat niet wat het had kunnen zijn.
Ook op de tweede dag was er weer interessante literatuur ingepland. De schrijsters Niña Weijers en Simone van Saarloos mochten van hun Seksistische Talkshow een speciale editie organiseren. Die moest wel korter als gewoonlijk zijn, waardoor alle interviews nogal gehaast zijn en nooit hun volle potentie kunnen bereiken. Voor deze editie waren Mirjam Roterstreich, Jente Posthuma en Saskia De Coster uitgenodigd om het thema van ‘Gekke Vrouwen’ te bespreken dan wel iets voor te lezen dat daarmee te maken heeft. Het laatste woord is evenwel voor een man, deze keer Dan Hassler Forest die een minilezing gaf over hysterische vrouwen in horrorfilms.
Een van de acts waar zowat iedereen leek naar uit te kijken, was de Amerikaanse saxofonist Kamasi Washington. Even uitgebreid als op zijn geroemde debuutplaat ‘The Epic’ was de bezetting hier niet, maar indruk maken deed het wel. Met Change Of The Guard en Miss Understanding refereert het begin van zijn set vooral naar de jaren zeventig en voelt het wat aan als een oude sci-fi film. Al snel werd er wat meer afwisseling in gestoken: Re Run klonk vooral erg funky en doet bijna geloven dat een keytar cool kan zijn. Daarna kwam ook vader Rickey Washington meedoen op klarinet voor een herwerking van een oude standaard, Sherokee.
Wanneer hij niet zelf soleerde maakte Washington letterlijk en figuurlijk plaats voor zijn bandleden om hun ding te doen. Zo kregen ook de twee drummers, die anders vooral de dynamische ondersteuning waren van het hele gebeuren, hun kans om zich ten volle te tonen. Ze hadden er duidelijk allemaal plezier in en het publiek at uit hun hand. Na elke solo klinkt er luid gejuich en spontaan applaus. Wanneer dan na The Rhythm Changes nog een drietal minuten overschoten, stelde Washington voor om nog een vluggertje te doen. Natuurlijk zei niemand daar nee op.
Op de banner achter Sleeping With Sirens stond in koeien van letters “We like it fuckin loud” en dat was het ook. De Amerikaanse post-hardcore band speelde met veel show, maar echt volk lokken kon het niet. Ook inhoudelijk viel er niet veel te bekennen. Bij een aantal nummers werd er ook nog eens een akoestische gitaar bovengehaald, en daarmee deed hun versie van punk ergens denken aan Avril Lavigne. Wanneer het dan “The faster we play, the faster we can go home.” klonk uit de mond van zanger Kellin Quinn, hoopte je ook dat de band nog wat sneller zou spelen.
Voor De Staat in de Alpha was er wel veel volk opgedaagd. De band uit Nijmegen speelde voor het thuispubliek en die hadden er duidelijk zin in. Van de controverse rondom de subsidie die ze krijgen was hier niet veel te merken. Tijdens een nummer als Blues Is Dead viel de muzikale invloed van - hoe kan het ook anders - blues te bemerken, en wat later klonk dan weer veel rock’n’roll door. Dat een band als deze een groot podium waard was, bewees frontman Torre Florim. Hij leek bijna een theateracteur. Zeker wanneer er tijdens Help Yourself een verwijzing komt naar die subsidie. Hoewel de set nogal atypisch was voor een festival kon Witch Doctor absoluut niet ontbreken. De tent liet niet toe om één grote circlepit te maken, maar dat hield het publiek niet tegen om toch los te gaan.
Het IJslandse Sigur Rós had hun tour aangekondigd als een poging om hun komende plaat live uit te werken. Van dat nieuwe album kregen we buiten opener Óveður niets te horen. De set omvatte zowat hun hele carrière, en de meeste nummers kwamen van ‘( )’ en ‘Takk’. Het begin was enigszins aarzelend doordat de band (voor deze tour terug herleid tot een drietal) achter een groot ledscherm stond en het volume wat op zich liet wachten. Pas als de band tijdens het derde nummer, Sæglópur, naar voren kwam, schoot het echt goed in gang. Helemaal foutloos was het parcours niet, want tijdens Glósóli zit de band op een gegeven moment niet helemaal samen te spelen. Met de klassieke afsluiter Popplagið (nu dan wel zonder de herkenbare gitaarintro) stak de band het podium in lichterlaaie en was dat allemaal vergeten en vergeven.
Sigur Rós als festivalband blijft wel een vreemde bedoening. Het zijn niet meteen de jongens om spelletjes te spelen met het publiek, en tot meeklappen nodigt de muziek van de IJslanders ook niet meteen uit. Hun indrukwekkende lichtshow kan dat ook maar deels compenseren. Tijdens Festival toonde Jónsi zijn indrukwekkend stem door een hoge noot lang te blijven aanhouden. Het publiek wordt hier wat ongeduldig van en er ontstaat spontaan applausje, ook al is Jónsi nog lang niet klaar. De pret kon het echter niet drukken want deze band is in topvorm en weet nog altijd hoe emotie op een geheel unieke manier te brengen.
Niet veel nadat Sigur Rós klaar was, barste er een stevige stortbui los. Die duwt wat mensen de X-Ray binnen, waar Islam Chipsy & Eek klaarstond om te beginnen. Bijgestaan door twee hyperkinetische drummers bewerkte Chipsy een keyboard. Soms was dat subtiel, maar soms leek hij er als een wilde op los te rammen. De sterke invloed van de Egyptische chaabi muziek liet zich zowel in de klankkleur als in de melodieën van Chipsy’s synthesizerpartijen horen. Door de stevige drums was het vooral heel dansbaar. De nummers waren veelal lang uitgesponnen en keerden vaak terug naar hetzelfde idee, maar Chipsy speelde ook graag met de verwachtingen van zijn publiek. De ene keer zat er halverwege een nummer een langzamer solostukje op keyboard, de ander keer moet het publiek mee zingen en klappen. Na een goed uur zijn de benen alvast opgewarmd voor de rest van de nacht.
