Low Land Home, Kris Dane - Een stukje magie mee naar huis

De Casino, Sint-Niklaas, 7 maart 2019

De Casino Boite, dat zijn intieme concerten voor een zittend publiek in de prachtige zaal van De Casino in Sint-Niklaas. En als daar Low Land Home en Kris Dane staan, zijn wij ook niet veraf.

Low Land Home - de band die groeide uit het soloproject van Jo Geboers (Bearskin, Mad About Mountains, Astronaute) - bracht onlangs haar debuutplaat ‘Out Of My Mind’ uit en mocht deze komen voorstellen in de mooiste muziektempel van het Waasland.

Twee jaar geleden, ten tijde van de ep ‘Underspoken’ speelde het viertal nog in het plaatselijke jeugdcentrum. Ook tof, maar dit was toch een trapje hoger. Wie er destijds bij was, kon trouwens een paar van de nummers (There, This Life  en Out Of My Mind) van op de nieuwe plaat al horen, al zaten die toen nog in een ander jasje.

Het eerste wat ons opviel: Pieter-Jan Jordens speelde vooral echte drums; dit in tegenstelling tot vroeger, toen hij live elektronische drums speelde om het contrast met de plaat in de verf te zetten. Tegenwoordig doet Low Land Home het dus omgekeerd: meer elektronica op de plaat, maar een warmere sound live. Dat was in deze intieme setting alvast een goed idee.

Underspoken, het titelnummer van de ep, trok het publiek de bubbel van de band in en bouwde prachtig op naar een ongemakkelijke spanning waarin zowel Jolien Bové als Jo Geboers “The bright lights scared away”, bleven herhalen. Daarna dook de band samen met ons in de nieuwe plaat, al leken de bandleden soms gevangen in de lichtbundels die wel kooien leken te vormen rond elk van hen. Wel toepasselijk, want ook al wordt er in de teksten krampachtig geprobeerd toenadering te zoeken door de protagonisten, toch lijken deze moeizame pogingen tot interactie beschreven door een buitenstaander.

En zo keken en luisterden wij van buiten de kooi, in het veilige donker naar de band, gevangen in haar kooien van licht en hoorden we het mooie contrast tussen Bové’s stem en die van Geboers, genoten we van de poging van de contrabas van Muriel Boulanger om warmte te krijgen tussen de kille elektronica in This Life en ontdekten we in Hold On waarom soms de vergelijking met The xx valt.

Prachtig was de opvallende drumintro van The Fall en nog straffer de overgang tussen dat nummer en Out Of My Mind. Halverwege keerden we met I Know nog een keer terug naar de ep, maar op Hiding Low na, kregen we toch vooral het recente album voorgeschoteld.

Drifting klonk daarbij nog een pak steviger en killer dan op plaat. Ook Geboers was er tevreden mee. Niets kon hem nog uit zijn lood slaan, zelfs niet de grapjurk die riep dat iedereen voor Kris Dane was gekomen, toen Geboers voldaan vaststelde dat er heel wat volk was komen opdagen. In no time bouwde hij nog een keer de sfeer terug op met spoken word en kreeg daarbij de hulp van Jordens die zijn meest spookachtige percussie bovenhaalde voor het persoonlijke No Need To Run.

En weglopen was zeker geen optie, want Kris Dane moest nog komen, de man die ooit mee aan de wieg van dEUS stond, maar pas in 2014 de haver kreeg die hij verdiende met ‘Rose Of Jericho’, een plaat waarop hij eindelijk ook zijn sound vond en die van hem één van de meest internationaal klinkende, Belgische artiesten maakte.

Op het vorig jaar verschenen ‘U.N.S.U.I.’ trok hij de lijn door op geheel eigenzinnige wijze en zo stond hij ook vanavond in De Casino. Wie durft het aan om zijn set te beginnen met een nummer van meer dan twintig minuten? Dane deed het: ondersteund door zijn fantastische, vijfkoppige band, bracht hij de slowcore Americana-parel Shades in een nog langere versie dan de zestien minuten durende kanjer die het op plaat al was. Met dit verschil: live greep het nummer wel van begin tot eind diep in het nekvel. Wat een intensiteit!

Met Horizon bleven Dane en zijn band de sfeer opbouwen. Pas halverwege dat nummer, gaat het ritme een beetje omhoog en met Requiem won de set heel organisch aan tempo en volume. Dane had geen nood aan macho-gedrag (zou ook gek zijn voor de auteur van Colombo met een tekst als: “Don’t let a man take you down / woman stand up”), maar presenteerde rustig en zelfverzekerd zijn muzikale parels als Someone en Father om dan even terug te keren naar ‘Rose of Jericho’ met Golden Rain.

Maar al snel bracht Mangrove ons terug naar ’s mans meest recente worp, alsof de atmosfeer van die plaat niet doorbroken mocht worden. Dat deed hij nochtans wel met zijn bindteksten in zijn grappige mix van Nederlands en Engels. Zo bekloeg hij zich even over de hoogte van het podium en de ruimte die tussen hem en de eerste tafeltjes gaapte. “We don’t like the gap, mind the gap”, grapte hij en verklaarde zich toch verbonden te voelen met Sint-Niklaas. Soms leek het meer Babel dan Babylon.

Heel even verdween Dane om dan terug te komen voor een driedelige bisronde en het beste verkoopspraatje dat we ooit hoorden op een concert: “De volgende song is Chapel. We namen hem op in de studio in één take. Zo probeerden we een stukje magie te creëren. Voor zulke magische momenten, zouden wij muzikanten ons leven geven en jullie krijgen straks de kans om een stukje van die magie mee naar huis te nemen door de plaat te kopen”. Alstublieft! Wie kon daaraan weerstaan? Wij alvast niet.

Afsluiten deed Dane op zijn volledig eigenzinnige wijze: met de twee nummers die ‘U.N.S.U.I.’ openen, maar toen waren wij al lang verkocht.

9 maart 2019
Marc Alenus