Low Land Home + Harehaas - Licht, donker, sprookjesachtig

, 2 juli 2018

In 1972 schreef de Waaslandse auteur Julien Van Remoortere ‘Een veilig stinkend nest’. Of de concertwerking van JC Den Eglantier daar zijn naam aan dankt, is onzeker, maar De Nest weet wel regelmatig schoon volk op het podium te krijgen. Voor de eerste avond van 2017 stonden Shaun Van Steen, Low Land Home en Harĕhaas op het menu.

Wij pikten aan bij Low Land Home, de nieuwe band van Jo Geboers. Die was vroeger actief bij Limburgse bands als Bearskin, Mad About Mountains en Astronaute, maar verkaste naar Gent en verzamelde daar drie muzikanten rond zich. De bas hing hij aan de wilgen en hij kroop achter de piano.

De liedjes, die hij daaraan schreef, zijn veelal donker van aard, maar wisselen wel mooi van tempo en de harmoniezang met toetsenist Jolien Bové laat regelmatig een streep licht door. Opener I Know trapte de set energiek af met enkel elektronische instrumenten, maar voor It Might (over keuzes maken in het leven) wisselde Muriel Boulanger van bas naar contrabas en klonk de band plots een pak aardser.

There, een nieuw nummer over mentaal afwezig zijn in een kamer vol vrienden, toonde de liefde van Geboers voor de sound van de donkere eighties, terwijl Chemistry, het slotnummer van de aankomende ep (release 21 april) erg kaal klonk. Het werd ook in duo gebracht met Geboers aan de piano en Bové op backingvocals en synths. De chemie tussen het krachtige, volle timbre van Bové en de donkere fluisterzang van Geboers sloeg vonken en wakkerde het vuur aan dat voor licht zorgde in Out Of My Mind.

This Life doofde dat vuur opnieuw. In dit donkere lied over het gevoel geleefd te worden, onderstreepte Boulanger de verlatenheid met donkere strepen contrabas. Underspoken, dat zal fungeren als titelnummer van de gelijknamige ep, bleek het meest voldragen nummer en was de perfecte afsluiter geweest met een stevige beat en mantra-achtige tekst. Maar we kregen ook nog het intimistische All This Time. Er werd geklapt, gefloten en “ge-ooht”. Het zit dus wel snor met deze nieuwe band.

Harĕhaas hadden we al twee keer gezien, waarvan één keer in de AB, maar hier speelde Geoffrey Mys een thuismatch en speciaal voor die gelegenheid had hij een primeur. Voor het eerst liet hij zich begeleiden door twee muzikanten: Charlotte De Cooman (viool en piano) en Koen De Gendt (piano, charango en contrabas). Het gammele cassettedeck, waardoor hij vroeger zijn gitaar joeg alvorens het geluid te versterken, had het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld en was vervangen door een oude Vox-versterker, maar dat deed niets af aan de onwerkelijke sound die hij uit de snaren toverde.

Beginnen deed Mys solo, zichzelf begeleidend op een oude, gekregen Harmony-gitaar. Voor Sweatheart kreeg hij het gezelschap van De Gendt, die met enkele subtiele toetsen een extra dromerig tintje gaf aan dit nummer, en pas vanaf Fake China was de bezetting compleet met De Cooman op viool en De Gendt op contrabas. Het resultaat klonk sprookjesachtig en het spelplezier golfde van het podium.

Een cover van Midlakes Young Bride bracht ons bij het heerlijk kinderlijk klinkende Little Rabbits dat dankzij de over de snaren huppelende strijkstokken nog onschuldiger klonk dan in de oude versie. Child klonk dan weer verrassend genoeg meer volwassen en in het vaste hoogtepunt Ghost W.Hire weerklonk de verlatenheid minder. Het wonderlijke fluiten van Mys werd grotendeels vervangen door de viool van De Cooman en dat pakte goed uit, maar de contrabas van De Gendt stond voor deze prachtige, breekbare parel iets te luid.

Harĕhaas blijft ook in de nieuwe vorm één van de meest authentieke acts binnen de Vlaamse muziek. Er is werkelijk geen enkele band die klinkt zoals deze en dat maakt van elk optreden en elke luisterbeurt van de ep een ingetogen, maar fijn feest.

 

(foto: Maurane Verbrugge)

19 februari 2017
Marc Alenus