Lisa Gerrard

De goedaardige fee

Jan Vael
Koninklijk Circus, Brussel17 april 2007

Onaardse pracht. Het mag dan misschien wel als een cliché klinken, maar het is nu eenmaal de beste samenvatting voor het optreden van de Australische Lisa Gerrard, dinsdagavond in het Koninklijk Circus. Twee uur lang wist ze ons op het puntje van onze stoel gekluisterd te houden (staande ovaties niet te na gesproken) en ons tot in het diepste van onze ziel te ontroeren met haar aparte, mystieke stemgeluid.


Reeds als zangeres van Dead Can Dance, de legendarische groep die ze begin jaren tachtig samen met Brendan Perry oprichtte, stoorde Gerrard zich allerminst aan muzikale conventies. Het duo vervlocht elementen uit ambient, rock, klassiek en gothic tot een harmonieus en bijzonder intrigerend geheel, en verblijdde de mensheid met acht albums alvorens  in 1998 uit elkaar te gaan. Lisa Gerrard bouwde daarnaast vanaf 1995 een interessante solocarrière uit, en oogstte veel lof en erkenning met haar soundtrackbijdragen aan onder meer de film ‘Gladiator’. Vorig jaar verscheen haar vierde album, ‘The Silver Tree’ genaamd, en in februari kregen we ook nog een ‘Best Of’ voorgeschoteld met daarop het beste uit zowel de Dead Can Dance-periode als haar werk als solo-artieste.

Lisa Gerrard
 
Na de succesvolle reünietournee van Dead Can Dance in 2005, waarbij de groep ook het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel deed volstromen met devote fans, stond Lisa Gerrard nu opnieuw “solo” op de planken. Bijna dan toch: de goedaardige fee met de hemelse stem ging weliswaar - en volkomen terecht - met de meeste aandacht lopen, maar ze werd muzikaal ondersteund door pianist Michael Edwards en John Bonner, al sedert zestien jaar haar vaste percussionist. De innemende Gerrard zag er weer goddelijk uit en haar vocale prestaties gingen meer dan eens door merg en been, maar tussen de songs door beperkte ze zich meestal tot een gelukzalige glimlach hier en een beleefd applausje voor haar eigen begeleiders daar. Op een bepaald moment achtte ze het zelfs nodig zich te verontschuldigen voor haar neiging tot evenwichtsverlies achter de microfoon. Helemaal van onze melk waren wij door zoveel bescheidenheid.
 
En compleet uit het lood geslagen ook door de schitterende set die Gerrard te berde bracht in het Koninklijk Circus, want ook met slechts een handvol Dead Can Dance-songs op het programma bevatte dit concert vele pieken en amper dalen. De nadruk lag van bij het begin op onwereldse, sacrale muzikale schoonheid en de bezwerende sirenenzang van de Australische engel. Vooral na de korte instrumentale onderbreking, die Lisa de gelegenheid gaf zich in een ander kleedje te hullen, volgde het ene kippenvelmoment op het andere. Slechts bij uitzondering kregen we een ietwat meer uptempo of een eerder jazzy, Nina Simone-getint nummertje te horen.
 
De minutenlange staande ovatie van het publiek na afloop was dan ook oververdiend, en Gerrard keerde graag nog tot tweemaal toe terug voor bisnummers (waaronder een erg mooie, a capella gebrachte versie van de traditional The Wind That Shakes The Barley). Een unieke performance van een grote dame, waarbij een opsomming van hoogtepunten haar enkel maar oneer zou aandoen. Dit was immers één langgerekt muzikaal orgasme van een zelden meegemaakte intensiteit. Lang geleden dat we nog zo bevredigd een concertzaal verlieten, de donkere nacht in.
← Terug naar overzicht