Les Nuits Botanique - The Ideal Husband, Soko

Moderne troubadour pakt Orangerie in.

David Ardenois
Botanique, Brussel8 november 2008

De negende nacht van Nuit Botanique heeft als publiekstrekkers Cocorosie, Girls in Hawaii en nieuweling Soko, waarvoor de Orangerie werd voorbehouden. De avond start in elk geval niet onder een goed gesternte: een onweer doet de terrasjes leeglopen. Hopelijk is dit geen voorteken.


Bij onze aankomst zijn de Britten van Noah And The Whale al bezig met hun show, die als openingsact maar een half uurtje duren mag. De groep bestaat uit een zanger-gitarist, een violist en een klassieke ritmebezetting op drum en bas. Deze jonge snaken zijn nog wat schuchter op het podium. Ook de muziek zou wat meer pit mogen hebben. Noah And The Whale brengen licht verteerbare folkrock. Denk aan The Kooks met een viool. Tijdens hun laatste, niet onaardige nummer Rocks And Daggers krijgen we voor de eerste keer Soko te zien, die de band vocaal bijstaat maar vooral vrolijk over het podium huppelt en danst.

Les Nuits Botanique - The Ideal Husband, Soko
 
 
 
Vervolgens is het de beurt aan The Ideal Husband, een Belgische band die zowaar Hawaïaanse muziek maakt, of toch datgene wat westerlingen daaronder verstaan. Het bekendste gezicht van de groep is Isolde Lasoen, die in vrij zwangere toestand nog steeds vrolijk achter haar drumstel - en bij deze band voornamelijk de vibrafoon - kruipt.
 
 
 
De overige leden van de groep zijn netjes in pak gestoken, maar de ranke zangeres steelt de show met zeer expressieve dansen waarbij ze rond een kleine piëdestal cirkelt, terwijl hartvormige confetti neerdaalt op het podium. Voor dit type muziek, met inbegrip van slidegitaar en ukelele, moet de sfeer goed zitten. De frontvrouw snapt dit wel en gebruikt bindteksten als “We’ll try to bring the sunny feeling back again” en “We go surfing: imagine beach”.
 
 
 
Dit is leuke muziek voor een cocktailparty, maar om een volle set lang te blijven boeien, valt dit, ondanks de terugkerende samenzang en de dartele danspasjes, nogal licht uit. De band is op zijn sterkst wanneer er iets steviger gemusiceerd wordt zoals bijvoorbeeld met het aan Ennio Morricone refererende Ritornello. Met Moony sluit men in stijl af. Isolde hanteert een ouderwets orgeltje en de mannelijke muzikanten, netjes opgesteld volgens grootte, voorzien het geheel a capella van bassen.
 
 
 
Voor de headliner uit Frankrijk staat de Orangerie afgeladen vol: de mensenmassa en de door het onweer nog natte kledij maken dat er een nogal broeierige sfeer hangt. Op het podium valt vooral het drumstel op door zijn spartaanse uitrusting: veel meer dan een snare, een basdrum en een tamboerijn valt er niet te bespeuren. We zijn inmiddels gewend geraakt aan de lichtgevende kat, geplaatst op een synthesizer.
 
 
 
Als zangeres-actrice Stéphanie Sokolinski op het podium verschijnt met een enkele gitarist, blijkt al snel dat Soko live maar uit twee mensen bestaat. Stéphanie zingt (vals), speelt gitaar, citeert uit 'Drums Voor Dummies', gebruikt de ukelele en de synthesizer. Jim de gitarist houdt het bij gitaar en begeleidende zang. Soko’s enthousiasme staat in alle geval buiten kijf: ze slaat aan het giechelen bij geroep uit het publiek, laat drie jongelingen op het podium handjeklap doen, trekt een speelgoedtijgervacht aan en wint alzo het hart van alle aanwezigen in de zaal.
 
 
 
De meeste liedjes hebben een bijzonder grappige tekst zoals I Think I’m Pregnant en I Wanna Look Like A Tiger. Soms zingt Soko vrij vals en gaat ze de Jonathan Richmantoer (denk aan Ice Cream Man). Er durft ook wel eens een non-song tussen te zitten, waarbij Soko zichzelf anderhalve minuut of zelfs minder op een instrument begeleidt en daar wat zinnen bijplakt. Als ze die dingen zou laten vallen, zou dat misschien wel resulteren in een iets strakkere show. Het verplichte nummer I’ll Kill Her speelt ze pas aan het einde van de avond. Door de onverbiddelijke treinprogrammering lopen we dat dan ook mis, al keren we wel huiswaarts met een goed gevoel.
← Terug naar overzicht