Interpol

Gitzwarte populariteit

Tom Weyn
Vorst Nationaal, Brussel8 november 2008

“In a passion it broke / I pull the black from the grey / But the soul can wait / I felt you so much today”. Treffender kunnen we het optreden van Interpol in Vorst Nationaal niet omschrijven. Wij waren getuige van een band die een wereldgroep werd en een optreden dat een wervelende show werd.


De avond werd afgetrapt door Blonde Redhead en vanaf de eerste noot van Heroine wisten we dat het een magische avond ging worden. Waar dat eerste nummer nog wat leek te haperen, werden we met Sw volledig meegezogen naar het universum van de graatmagere Japanse Kazu Makino en de Italiaanse identieke tweeling Simone en Amedeo Pace. In Vorst kregen we quasi uitsluitend de sterkste nummers te horen uit hun eerder dit jaar verschenen plaat ‘23’. Daaruit onthouden we vooral de voortreffelijke versies van The Dress en Spring and by Summer Fall. Afsluiter 23 vormde een wondermooi einde van een meeslepende set. Hoe beklijvend dit optreden ook was en hoe goed Blonde Redhead ook stand hield in de betonnen bunker, we blijven toch uitkijken naar een show in een intiemere club.

Interpol
 
Nog voor Interpol aan hun set begon, was al duidelijk dat de groep hun live-shows over een andere boeg had gegooid. Een bombastische intro, een enorm scherm met de walgelijke cover van ‘Our Love to Admire’ en een prachtige lichtshow kondigden opener Pioneer to the Falls aan dat op meesterlijke wijze overging in Obstacle 1. Het contrast met hun droge show op Werchter dit jaar was gigantisch. Toen stonden ze op klaarlichte dag en zonder noemenswaardige show op het hoofdpodium geprogrammeerd voor een hoop ongeïnteresseerde Metallica-fans. Nu hadden ze een uitverkocht Vorst Nationaal aan hun voeten liggen. Blijkbaar zijn we niet langer de enigen met een gitzwarte ziel.
 
Ook op muzikaal vlak is Interpol geëvolueerd en dat kunnen we alleen maar toejuichen. Bij momenten leek het alsof iedereen gewoon zijn eigen ding stond te doen maar toch zagen we in Vorst meer dan ooit een hechte groep. De enige die daar uitviel was de volstrekt onbekende (en voor het grootste deel van de tijd compleet overbodige) keyboardspeler. Showbeesten van dienst zijn uiteraard de besnorde bassist Carlos D. (ofte de coolheid zelve) en gitarist Daniel Kessler. Die eerste hoeft daarvoor niets meer te doen dan af en toe eens naar voren te stappen terwijl de laatste het meeste energie wist tentoon te spreiden.
 
Zowat alles aan dit optreden zat akelig perfect. Lang geleden ook dat we zo’n enthousiast publiek zagen en dat had dan weer zijn invloed op de gemoedstoestand van de doorgaans norse Paul Banks die ons vanavond zelfs meerdere malen uitvoerig bedankte met een brede glimlach op zijn gezicht. Zowaar een unicum. Ook op de zorgvuldig opgebouwde setlist viel niets aan te merken. Een gezonde afwisseling van nummers van de drie platen met daartussen enkele bijzonder leuke verrassingen zoals Hands Away. De ironie was hier overigens niet ver weg toen het publiek begon mee te klappen.
 
Elk nummer werd ontvangen als een gigantische hit én werd ook zo gespeeld. In een set die enkel bestond uit hoogtepunten, haalden wij toch het sublieme Say Hello to the Angels, het verschroeiende Slow Hands, het intieme en bezwerende The Lighthouse en de ideale afsluiter Not Even Jail. In de bissen werden we verwend met enkel en alleen materiaal uit hun debuut: NYC en het fantastische Stella Was a Diver and She Was Always Down met aansluitend PDA. Totaal onverwacht kwamen Banks & co nog eens terug met Untitled. Een laatste genadeloos schot in de roos.
 
Interpol bewees in Vorst één van de belangrijkste en meest invloedrijke bands van dit moment te zijn. Een wereldband met andere woorden, die net zowat het strafste optreden van het jaar had neergezet. We staan nog steeds te trillen op onze benen.
← Terug naar overzicht