Hamilton Leithauser High

Hamilton Leithauser

Nu voor The Walkmen even de pauzeknop werd ingedrukt, gooien zowat alle leden van die band zich op een soloproject. Eerder passeerde ook al Peter Bauer in de Botanique; en ook Walter Martin heeft er al twee soloplaten op zitten. Nu was het weer de beurt aan frontman Hamilton Leithauser.

Man met piano Matt Maltese stond in voor de opwarming en deed dat met de nodige flair. Eerste vaststelling was dat dit mooi aansloot bij de hoofdact zonder een kopie te zijn. Ergens tussen Erik Satie, Billy Joel (zonder het zeemzoete) en onze eigen Bent Van Looy is waar deze Engelsman ergens te situeren was, daarbij de (muzikale) humor niet schuwend. Aangename aanloop naar wat alvast een mooie avond beloofde te worden.

Hamilton Leithauser is een opvallend man. En dat mag u gerust letterlijk nemen. Door zijn lengte en het perspectief van achterin de Rotonde leek het wel dat zijn band twintig meter achter hem stond te spelen. En de gitaren leken wel speelgoedinstrumentjes voor dat kolossale lijf. Maar de man heeft nog andere troeven. En zijn stem is daarvan niet eens de minste.

Bovendien heeft hij nog een voordeel op de solo-uitstapjes van zijn mede-Walkmen. Voor zijn meest recente plaat werkte hij immers samen met Rostam Batmanglij, de wat ondergewaardeerde, bijzonder talentvolle multi-instrumentalist, die ook op Vampire Weekend zijn stempel heeft gedrukt en nu zijn eigen weg gaat. Dat leverde een uitstekend resultaat op, waarbij een heel scala aan genres voorbijkomt met de stem van Leithauser als bindmiddel.

In de Botanique bleek zowel hoofdrolspeler als band (met daarin de van Spoon geleende Eric Harvey, die de plaats van Bagmanglij innam) in uitstekende doen. Leithauser projecteerde zijn typische zangstijl op een heel ander soort liedjes dan hij voor zijn band schrijft, waardoor je slechts op zeldzame momenten - tijdens I Retired bijvoorbeeld, niet toevallig een ouder nummer – aan The Walkmen herinnerd werd; alvast een pluspunt in ons notaboekje. En iedereen op het podium genoot van de enthousiaste reacties uit het publiek, terwijl de frontman zijn medemuzikanten voortdurend bij zijn succes betrok.

Het is moeilijk om hoogtepunten uit de dertien nummers lange set te pikken. Precies omdat het gamma binnen die songs zo uitgebreid is, werd het niveau constant hoog gehouden. Vanaf opener Sick As A Dog, met de hoge stem van bassist Greg Roberts als backing en de typische zwaar benadrukte ritmesectie als basis, was al duidelijk dat er iets stond te gebeuren.

Leithauser liet de toeschouwers met zijn machtige stem alle hoeken van de rondte zien terwijl de pezen in zijn nek bij de vocale uithalen strak aangehaald werden. Verder waren er weinig woorden nodig; of het zou het omstandige verhaal voor The Bride’s Dad moeten zijn, over een trouwfeest waarop hij de dronken vader van de bruid een emotionele speech zag geven en een traditional zag zingen, terwijl die niet eens was uitgenodigd, waarmee die song perfect werd gekaderd en de dronken ondertoon verklaard.

De sfeer van de plaat werd op schitterende wijze overgebracht naar het podium in songs als You Ain’t That Young, Kid en Peaceful Morning, die beiden nog eens werden gekenmerkt door allerlei omschakelingen binnen de songs, die nog extra pit toevoegden aan de op zich al boeiende set.

Na twaalf songs werd er met 1959 nog een crooner aan de zo al krachtige show toegevoegd. Voor één keer zette Leithauser de microfoonstandaard opzij en nam hij geen gitaar – zijn kwaliteiten als gitarist zijn trouwens niet te onderschatten – ter hand om op een high te eindigen. Met dit soort songs zou de Walkmen-frontman waarschijnlijk heel wat grotere zalen kunnen vullen. Wij waren alvast in de wolken na een prachtig, warm en doorleefd optreden.


5 maart
Patrick Van Gestel