Gent Jazz 2018: David Byrne, Nneka, ... - Alle stoelen opzij

Bijloke, 29 juni 2018

Het bezadigde, waardige publiek van Gent Jazz geeft er de voorkeur aan om te zitten. Vandaar dat de tent voor de rest van het programma zal volgestouwd worden met stoeltjes. Maar je moet durven uitzonderingen maken. Hoewel "durven" hier ongetwijfeld een financiële ondertoon heeft. Begrijpelijk, overigens.

 

Want dan mag je nog zo idealistisch zijn, zonder centen geen festival. Dus werden die stoeltjes nog een dag in de schuur gestopt om zo meer volk toe te kunnen laten. Het zou de juiste keuze blijken. Op een stoeltje blijven zitten bij wat er zou volgen, was gewoon onbegonnen werk.

Het kan niet prettig zijn om op een snikhete dag voor een voor een kwart gevulde tent te spelen. Maar Ghostpoet trok zich desondanks aardig uit de slag en het publiek dat er dan wel was, bedankte hem en zijn uitstekende band daarvoor. Hij werkte zich in het zweet als het nodig was, klonk nu eens zwoel of geil en dan weer dreigend.

De combinatie van poprock en jazzy hiphop werkte in elk geval in die mate dat het publiek - ongetwijfeld ook door de voorttikkende tijd, maar toch - gestaag aangroeide, ook al bleven ze vooral op veilige afstand aan de rand van de tent. Wij hadden vooraf dan misschien enige reserves , maar werden toch steeds verder binnengezogen door de Londense woordkunstenaar. Hij bleef zijn publiek teisteren met rhymes, begeleid door dromerige of subtiele dan wel spooky klanken van een uitstekende band. Een Freakshow was het zeker niet, maar de gelijknamige afsluiter sloeg wel spijkers met koppen. Wij waren niet meteen fan, maar lieten de nieuwsgierigheid graag kietelen. En met succes.

Meer van hetzelfde, maar toch weer anders. Baxter Dury had hier dan ook een heel ander publiek dat moest overtuigd worden dan eerder dit jaar in de Botanique. Maar dat nam niet weg dat nogal wat oudere jongeren met plezier de kont draaiden en zwaaiden op de aanstekelijke muziek van de jongste Dury. Bovendien kreeg hij bijna anderhalf uur ter beschikking om zijn ding te doen en speelde hij zowaar achttien nummers.

Niet alleen de meest recente plaat waarop parlando het leeuwendeel inneemt, kwam daarbij aan bod,. Isabel, It’s A Pleasure,... uit elke plaat werd er wel een nummer opgediend. Onbegonnen werk ook om er hoogte(- of diepte)punten uit te pikken. De band musiceerde scherp en Dury deed de rest met zijn voor de fans gekende fratsen.

Belgische spaghetti, Europa, ... het kwam allemaal aan bod in lijflied Miami, waarmee het einde van het concert stilaan werd ingezet, maar niet voordat Cocaine Man en Prince Of Tears nog passeerden. Want dat de appel niet ver van de boom valt, bleek niet alleen uit de spastische stuiptrekkingen, die Dury voortdurend onderging. De teksten van zijn songs staan, net als dat bij Ian het geval was, bol van het sarcasme en de ironie gutste, net als het zweet, van hem af in stroompjes. Jongleren met zijn wijnglas, ostentatief de broek sluiten (of toch doen alsof) met de rug naar het publiek, even van het podium weglopen,...

Wie hem een beetje volgt, weet dat dat erbij hoort, maar telkens brengt hij er weer variatie in en dan houdt zelfs zijn band het niet meer. Baxter Dury had zieltjes gewonnen. Het is hem gegund.

Ze komt uit Nigeria en is zo frêle als een twijgje. En hoewel Nneka, zo bleek uit de introductie, ook een boodschap in haar stoofpotje van rootsreggae, soul, hiphop, wereldmuziek en funk (zie ook Neneh Cherry) legt, kon ze die bij ons althans niet meteen overbrengen. Goede wil genoeg, maar hoewel er hier en daar beleefd heen en weer werd gewiegd, leek er van uitbarstingen weinig sprake. Misschien had ze eerder op een ander moment ingepland moeten worden, meer in aansluiting (of aanvulling) op het pure jazzprogramma. En de lange pauzes en intro’s deden er ook al geen goed aan. Maar misschien was het, ondanks de Seven Nations Army-meezingkoortjes en de toch wel indrukwekkende stem, ons ding gewoon niet en hadden we, net als de rest van de ongeïnteresseerden een Duvel moeten gaan drinken en ons neervleien in de strandstoelen. Het nog overgebleven publiek schreeuwde alvast om meer. Dus wie zijn wij dan...?

We moeten er echt geen doekjes om winden. Het publiek, dat naar de Bijloke was afgezakt, was hier om David Byrne te zien. En hoewel de voormalige Talking Heads-frontman dit “zijn meest ambitieuze project sinds 'Stop Making Sense'” heeft genoemd en de voortekens gunstig waren, ga je – als goede Belg – toch steeds met een ja-dat-zal-wel-gevoel naar dat soort shows, waarover zo de loftrompet wordt afgestoken.

Bovendien hadden wij David Byrne al in 2009 zijn - wat wij toen dachten - ultieme Talking Heads-revival-show zien geven. Maar de tijden veranderen, meneer. En van de inspiratie, die de inmiddels zesenzestigjarige duizendpoot had opgedaan tijdens de 'Love This Giant'-tournee met St. Vincent waren duidelijk een paar kruimels overgebleven, want het uitgangspunt – mobiele muzikanten, een weelde aan percussie – werd hier op magische wijze vermenigvuldigd tot een volledige bakkerswinkel.

Eigenlijk was de show al begonnen voor hij begonnen was. Ruim een half uur lang werden, voor aanvang van het hoofdprogramma, de kralengordijnen netjes geschikt om een ondoorzichtig, maar toch eenvoudig doordringbaar scherm te vormen van waarachter de muzikanten zouden opduiken. Uiteindelijk stond er enkel nog een stoel en een tafel met daarop een stel hersenen. Genoeg om vraagtekens op te roepen... Maar we gaan hier niet alles verklappen. Dat zou het plezier van de Werchtergangers te veel bezoedelen.

Het fanfaregegeven is genoegzaam bekend. Alleen was er in dit geval ook nog een bassist en gitariste (af en toe speelde ook Byrne zelf mee), die mee rondsprongen en -dansten. Het drumstel was verdeeld onder een aantal – een HEEL aantal! – percussionisten, die bij de respectievelijke nummers ook nog eens conga's, djembe's, allerlei kalebassen en berimbaus – berimbauen? – bovenhaalden. Ook dat was geen verrassing: David Byrne staat nu eenmaal bekend als een man met een voorliefde voor Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse muziek (zie ook Luaka Bop). Dat dit alles resulteert in meer dan zomaar een concert, spreekt vanzelf. Je komt immers ogen tekort om alles te kunnen zien en volgen.

Voor de setlist werd er weer gegrasduind in de brede waaier aan projecten, bands en samenwerkingen, waaraan Byrne had samengewerkt. Talking Heads, Brian Eno en Fatboy Slim kwamen dit keer, uiteraard naast zijn solowerk, aan bod, aangevuld met een opmerkelijke cover van Janelle Monae's Hell You Talmbout, waarmee het latente racisme overal ter wereld aan de kaak werd gesteld.

Wij hoeven u niet te vertellen dat de recente songs niet de reactie kregen, waarmee een nummer als Once In A Lifetime (met de choreografie werd de videoclip terug opgevist) of Burning Down The House (het massale meebrullen van de songtitel alleen al) onthaald werd. Maar de middelmatigheid van sommige van de songs van 'American Utopia' werd overstegen door de manier waarop ze gebracht werden.

Genoeg geheimen onthuld. Ga gewoon zelf zien, als u ook wil getuige zijn van hoe ouder werk kan heruitgevonden worden en hoe modern werk op een originele manier kan worden gebracht. Nog een geluk dat er geen stoelen stonden: er zouden ongelukken gebeurd zijn!

 

30 juni 2018
Patrick Van Gestel