Baxter Dury - Niet langer de zoon van

Botanique, 8 maart 2018

Een kopie van zijn vader; een herhaling van zichzelf; maar ook: een mooie verwijzing naar Serge Gainsbourg; heerlijk wrange humor. Allemaal dingen, die je in recensies van de laatste plaat van Baxter Dury kon lezen. De zoon van roept duidelijk nogal wat tegenstrijdige emoties op. En live is het toch nog altijd een tikkeltje anders.

 

Schrijffoutje? Een poging om origineel te zijn? Of is het gewoon haar naam? Geen idee. En we voelen ook niet meteen de drang om het te weten te komen. Leuke luisterpop, zeker wel. Maar de kans is groot dat we Halo Maud overmorgen al vergeten zijn. Misschien ook niet, dat zal dan waarschijnlijk aan de afsluiter liggen, die in het Frans gezongen werd - de jongedame is, naar verluidt, een Canadese - en mooi opgebouwd werd van eenzaam met gitaar naar full-band-setup.

 

Parlando over funky tracks; Serge Gainsbourg - of tenminste de latere uitgave van de man - is nooit ver weg op 'Prince Of Tears', maar op het podium was er van de illustere Fransman weinig terug te vinden. Daar is Baxter Dury te veel Engelsman voor. En Engelsman, dat wil dan zeggen: arrogant; geen spoor van een glimlach of een woordje aan het publiek voor de show tien songs ver is. “Shut up”, reageert hij dan met een kwinkslag op allerlei opmerkingen vanuit de zaal. Maar wanneer hij, net voor het begin van de bissen, van een bewonderaarster een roos kreeg, leek hij helemaal te ontdooien en door te hebben dat hier wel degelijk een toegewijd publiek stond.

 

Want je mag van Dury vinden wat je wil, je kan niet om zijn teksten heen. Ze zijn grappig, puntig en verschrikkelijk droog. Of hoe moet je een lyric als: “I don't think you realize how successful I am” (Miami), anders interpreteren? Ok, hij heeft geen Chaz Jankel om de muziek naar een hoger niveau te tillen, maar ook zo hebben wij ons geen seconde verveeld. De baslijntjes en drumpartijen zijn funky, lijken eentonig, maar stuwen de songs meteen ook vooruit. In eenvoud ligt vaak het grootse.

 

Tegelijk heeft Dury ook de genen van zijn vader en weet hij zijn publiek te jennen door hen recht in de ogen te kijken en uit te dagen, als het applaus niet luid genoeg is naar zijn zin. Hij bond zijn das aan de microfoonstandaard of friemelde er onhandig mee terwijl hij krampachtig, de vuisten in de lendenen gedrukt, de teksten van opener Isabel uitspuwde.

 

Soms was het giftig als in Letter Bomb, dat naar Sleaford Mods lonkt. Niet geheel toevallig want voor voor de opnames van Almond Milk nodigde Dury Jason Williamson uit voor een gastrolletje. Maar evengoed ging hij languit op het podium liggen, de voeten op het pianokrukje terwijl de dames – Madelaine Hart en ex-Pipette Rose Elinor Dougall vormden het geknipte contragewicht voor de nukkige Brit – Porcelain ten beste gaven.

 

In elke song had hij wel iets in petto. Als hij niet de microfoonstandaard als een uit de hand gelopen fallussymbool voor zijn kruis rondzwaaide, dan voerde hij wel een robotdansje op. Of hij ging een praatje slaan met de drummer. Maar als het erop aan kwam, dan stond hij er wel.

 

De piano leek grotendeels een prop te zijn, werd hier en daar (Listen) gestreeld, maar werd pas echt door de frontman bespeeld in August, toch al het elfde nummer op de setlist om dan nog op te duiken voor onder meer de afsluiter Prince Of Tears, dat niet toevallig de tekst “Everybody loves to say goodbye” bevat.

 

I'm the main course / I'm Morgan fucking Freeman”, brulde hij samen met de toeschouwers tijdens Miami. Maar ook is hij, nu meer dan ooit, gewoon Baxter Dury en niet langer de zoon van.

9 maart 2018
Patrick Van Gestel