David Byrne & St. Vincent - Honger niet gestild

, 2 juli 2018

De Bozar, Le Palais des Beaux Arts voor de intimi, het is niet meteen een plaats waar je als rockliefhebber vaak komt. Maar voor David Byrne & St. Vincent wil je al eens een omweggetje maken. Het is dan ook geen doordeweeks concept, die rockmuziek met blazers. En helemaal voldoen deed het ook niet. Daar kon het wat overdreven eindapplaus – al hadden we eerlijk gezegd niks anders verwacht – niks aan veranderen.





Of we het spektakel alstublieft niet aan de hand van veel te dure gadgets wilden volgen, vroeg David Byrne in een opgenomen boodschap voor aanvang van het concert. En zelfs dat werd op applaus onthaald. Maar die boodschap gold blijkbaar enkel voor de reguliere set en de iDingen en andere Samsungs werden toch bovengehaald toen Burning Down The House werd ingezet. Het geheugen van mensen in Hugo Boss-pakken en Gucci-schoenen is blijkbaar even kort als dat van de doorsnee concertganger.

Ook David Byrne had zijn beste pak aangetrokken, de hagelwitte broek mooi in de plooi. En Annie Clark had de haren aangepast aan het grijswit van Byrne. Kwestie dat ook dat zou kloppen, net als de mooi uitgewerkte choreografieën, die de muzikanten uitvoerden. Naast drums, keyboards en de respectievelijke gitaren van St. Vincent en Byrne zelf was het enkel en alleen koper dat werd gehanteerd. En dat had uiteraard zijn gevolgen voor de talloze covers van eigen werk, die beide protagonisten opdiepten.

Dat single en opener van de plaat Who als eerste aan bod zou komen, was voorspelbaar. Nummers als I Am An Ape, met Annie Clark voor één keer op elektronische percussie en dus zonder de haar bijzonder dierbare, elektrische gitaar, en The Forest Awakes werden gedragen door de blazers, die het geheel ongetwijfeld naar een hoger niveau stuwden.

Als het op zang aankwam, maakte het applaus achteraf al duidelijk dat Byrne de voorkeur kreeg op St. Vincent. Al was dat niet altijd even terecht. Want Clarks werk was een stuk spannender dan wat Byrne hier vooral uit zijn latere catalogus selecteerde. Nu kunnen wij nummers als Strange Overtones (uit Byrnes laatste samenwerking met Brian Eno), Wild Wild Life (uit ‘True Stories’) en Lazy (het resultaat van een project met Express 2) wel appreciëren, maar het was vooral bij de versies van St. Vincent-songs als Save Me From What I Want of Cheerleader (wat ons beteft een duidelijk hoogtepunt) dat wij op het puntje van de stoel zaten. En ook hier waren de (letterlijk) toeters en bellen een meerwaarde.

Maar verder bleven wij dus een beetje op onze honger zitten. Uiteraard stond heel de zaal recht bij Burning Down The House en was ook afsluiter Road To Nowhere – met prachtige New Orleans-outro, dat dan weer wel - goed voor een publieksfeestje (de polonaise werd nog net vermeden), maar als geheel schoot het nog net dat beetje tekort.

25 augustus 2013
Patrick Van Gestel