Eriksson Delcroix, The Antler King - Twee klasbakkenkoppels

De Casino, Sint-Niklaas, 10 april 2019

Quizvraagje: wat hebben The Antler King en Eriksson Delcroix gemeen? Antwoord: het gaat in beide gevallen om een koppel dat naast het podium ook het bed deelt én ze stonden allebei in De Casino.

Voor The Antler King was het de eerste keer in deze zaal. Beetje vreemd toch, als je weet dat Esther Lybeert van Sint-Niklaas afkomstig is. Ze was destijds zelfs de eerste zangeres van Hooverphonic. “Eén en al stem”, zo omschreef de aankondiger haar. En dat was niet gelogen, al kan ze ook op de drums ondertussen aardig uit de voeten. Samen met haar partner, gitarist Maarten Flamand, gidste Lybeert ons door het vorig jaar verschenen album ‘Ten For A Bird’. Die plaat kreeg overal terecht een karrenvracht aan sterren, maar toch nog altijd niet de waardering die ze verdiende. Het album zoveel maanden later nog eens terughoren deed ons nog eens versteld staan.

Alleen al het ingenieuze gitaarspel van Flamand was meer dan de moeite. Hoe hij schijnbaar moeiteloos de ene geweldige gitaarpartij na de andere speelde en ondertussen in de weer ging met een berg pedaaltjes en het loopstation was fenomenaal. En ondertussen speelde hij ook nog eens bas met de voeten en zong hij af en toe mee met zijn levensgezellin.

De set startte kabbelend met het ijle Figures en voor Foreign Land haalde Lybeert een kalimba boven, maar al snel werd de toon donkerder met Pixie-Led, Siberian Times (over het smelten van de ijskappen) en het anti-Trump lied Orange Monkey. Toch bleef het een soort van Tim Burton-donkerte, één waarin dus ook nog humor en speelsheid in zit. En aan het eind van de set was er ook plaats voor ontroering met de Bowie-ode Shoe Shining Goodbye om finaal te eindigen met een lieflijke noot (zoals ook op het album) en afsluiter Il Est Où Le Manchot? Wij waren al fan en blijven dat na vandaag nog meer.

Ook Eriksson Delcroix volgen we al van bij het begin. En wat ging dat verhaal hard met vier albums op vijf jaar tijd die het hele palet aan emoties, dat een mens kan voelen, bestreken. Na een paar donkere albums was het dit jaar tijd voor good old fun met ‘The Riverside Hotel’. Het was uiteraard uit deze plaat dat het duo vanavond putte, daarbij bijgestaan door een aantal fantastische muzikanten als Elko Blijweert, Tim Coenen, Alain Rylant, Peter Pask en Karl Eriksson, de mannen dus die ook op het album al meespeelden.

De toon werd gezet door tjirpende krekels die rechtstreeks uit de mangroves rond Louisiana leken geïmporteerd en die het hele concert door zouden blijven gaan, gelukkig overstemd door de muziek en alleen hoorbaar tussen de nummers door. Voor Eriksson Delcroix was het na de show in De Roma nog maar het tweede optreden voor een staand publiek en dat maakte Nathalie Delcroix naar eigen zeggen een beetje zenuwachtig. Wij konden ons alvast niet voorstellen dat we heel het optreden hadden kunnen blijven zitten, want het spelplezier spatte bij wijlen van het podium met vooral Karl Eriksson in de rol van volksmenner – of was het voodoo-tovenaar?

Met Louisiana Hot, schoot de show uit de startblokken om daarna meteen gas terug te nemen met de enige tragere nummers uit ‘The Riverside Hotel’. Daarna was het terug meestampen met Flat Earth Blues (goed voor droge humor van Bjorn over mensen die denken dat de aarde rond is en het ideale opstapje naar een kort verkoopspraatje over de platte schijven die aan de merchandise lagen te wachten) en de Nathan Abshire cajunclassic Pinegrove Blues (Ma Négresse) waarop vader Karl voor het eerst mocht schitteren. Het psychedelische Hex bracht terug wat relatieve rust, maar naar het einde toe werd de sfeer steeds uitgelatener. Karl Eriksson tooide zich met een hoge buishoed en een disco-zonnebril voor La Danse De Mardi Gras en liet horen dat hij ondanks zijn drieënzestig jaar nog geweldig goed bij stem is.

Met First Another Cigarette, het enige nummer uit ‘Magic Marker Love’ dat op het programma stond werd er nog een stille hulde gebracht aan de overleden Lenn Dauphin, maar dan werden de triangels, de trekzak en de bottleneck echt heet gespeeld. Voor Mental Revenge van Waylon Jennings werden drie gitaren in de frontlinie gestuurd en voor Punch Drunk en Sandmountain werd zowaar de banjo bovengehaald. Het bluegrassbloed kruipt waar het niet gaan kan en het was mooi om zien hoe vader en zoon Eriksson naast elkaar zaten bij dat laatstgenoemde nummer en om te horen hoe Bjorn die song ontdekte als dertienjarige op een cassetje van zijn pa en dan besloot om lapsteel te leren spelen. Dat diezelfde vader bij de bandvoorstelling deed alsof hij de namen van zijn schoondochter en zijn zoon - hij noemde hem Kevin Janssens - vergeten was, toonde vreemd genoeg ook aan hoe sterk de band tussen hen is.

De bisronde deed nog een schepje bovenop de gekte. Een stomende versie van Snap Off The Pearl Snap, die werd ingezet door enkel de twee drummers en door Karl Eriksson voorzien van een gemene streep mondharmonica, kreeg iedereen in beweging en bij afsluiter My Babe werden er twee tin whistles bovengehaald en trok de hele band behalve de drie hoofdrolspelers als een soort van fanfare doorheen de zaal. Eriksson Delcroix zorgden aldus niet alleen voor een heerlijk onbezorgd avondje rootsmuziek, maar verzorgden ook nog eens de show.

11 april 2019
Marc Alenus (Foto's: Marc Alenus)