Craig Finn & The Uptown Controllers - De zachtere kant

Trix, 22 oktober 2019

Craig Finn & The Uptown Controllers</b> - De zachtere kant

Dat Craig Finn meer kan dan pure rocksongs schrijven, is nu wel stilaan bewezen. Ook in Trix liet hij zich van zijn meest gevoelige kant zien.

Het is aangenaam om verrast te worden door een voorprogramma. En Laura Stevenson verraste. Dat deed ze met een stem die aan Martha Wainwright deed denken, maar dan een paar octaven hoger. Het vibrato en de intonatie waren in elk geval vergelijkbaar. De songs waren bovendien evenmin te versmaden. Allemaal “sad songs”, ook al was dat niet altijd aan de muziek te horen. Dat ze vertrouwd was met de scene, werd al snel duidelijk: deze jongedame voelde zich helemaal thuis op dat podium, grapte over haar zwangere buik waardoor ze gedwongen werd de gitaar aan de zijkant van haar lichaam te houden en maakte van haar hoestbui een “moment to share”. Maar vooral die liedjes bleven hangen en de manier waarop ze die met veel passie en emotie, de ogen tot spleetjes toegeknepen, bracht. Logisch dus dat ze door de voorraad aan merch zat. Anders hadden wij er ons vast eentje eigen gemaakt.

Ook de nodige ervaring heeft Craig Finn. Hij ziet er allerminst cool uit, draagt een bril en bedekt zijn kalende hoofd steevast met een baseball cap. Bovendien is zijn stem ook niet meteen iets waarmee je kan uitpakken. Maar hij vangt dat intussen toch al ruim vijftien jaar op door zich te doen gelden met uitstekende muziek. Binnen The Hold Steady, maar ook solo. Als solo-artiest kwam hij pas in 2012 aan de oppervlakte. En tot zijn eigen verbazing zit hij intussen al aan vier solo-albums, waarvan het laatste, ‘I Need A New War’ de trilogie afsluit, die hij zowat vier jaar geleden inzette met ‘Faith In The Future’ en die focust op gewone mensen, die proberen de juiste beslissingen te nemen, maar daar op één of andere manier niet in slagen.

In tegenstelling tot eerder dit jaar, toen hij Brian Fallon voorafging in de AB, had hij deze keer wel een band bij zich. En hoewel hij ook in het voorjaar reeds indruk maakte met zijn liedjes, kwamen die nu pas echt helemaal tot hun recht. Vooral mooi was het arsenaal aan blaasinstrumenten, waarmee Nelson Deveraux bijzonder fraaie accentjes legde in de nummers. En dat was vaak al op het moment dat Finn nog volop bezig was met uitleggen waarover de song ging. Al voordat het nummer eigenlijk begon, werd je verleid door een flirtende dwarsfluit of door klaterend klarinetspel. De sax werd steevast iets later ingezet en ging dan wel eens het gevecht aan met de elektrische gitaar van James Richardson, zoals in Something To Hope For waar uiteindelijk ook een mooie wapenstilstand tussen de twee werd bereikt.

Finn zelf accentueerde de zang vanaf opener Be Honest met schokkerige, zelfs spastische gebaren, voortdurend heen en weer schuifelend zodat de setlist aan zijn voeten algauw helemaal aan flarden lag. Waar hij bij The Hold Steady vaak het parlando hanteert, waagt hij zich hier toch aan iets gewaagdere vocale oefeningen. En dat werkte. Of hoe je eigenlijk niet eens echt moet kunnen zingen om een prachtnummer als het ingetogen, enkel van piano voorziene Perfect Crosses te doen overkomen. Ook eerste encore God In Chicago was pakkend. Nochtans werd er af en toe ook steviger uitgepakt. Met name in diezelfde bisronde bij afsluiter Ninety Bucks. En het was ook duidelijk dat Finn daar stiekem van geniet. De glimlach om de lippen sprak hier boekdelen.

Wij houden van de rockende Craig Finn, maar stellen diens zachtere kant hoe langer hoe meer op prijs. Hier bleek helemaal waarom.

23 oktober 2019
Patrick Van Gestel