Big Ups Uitgewassen oren, blauwe schenen

Magasin4, 5 juni 2018
Big Ups

Big Ups zou de reïncarnatie van de Rollins Band kunnen zijn, maar dan in moderne versie. Ook klaar om je een geweten te schoppen. Of gewoon om te schoppen.

Waar het er aanvankelijk op leek dat de muziek van voorprogramma King Fu alle kanten op kaatste zonder een duidelijk doel te hebben, kreeg de set geleidelijk aan toch meer vorm en was het nog moeilijk ontsnappen aan het melodieuze dat ook In Nirvana zat, geïnjecteerd met een zekere noisefactor. Dat maakte van dit optreden alvast een geslaagde opwarmer. Of ze van die Cobain-stempel af zullen raken (als dat al moet), is nog onzeker, maar wij zijn wel benieuwd welke keuzes dit trio uiteindelijk nog zal maken. Wel nog even werken aan de podiumprésence, jongens, want veel energie ging er niet echt vanuit.

Maar dat kan je dus leren. Van frontman Joe Gallaraga – “Me? Well, I’m Joe” – van Big Ups bijvoorbeeld, die het hele uur, dat de band van Magasin 4 kreeg (zie ook hier) rondhoste over het podium, smoelen trok, de toeschouwers in de ogen keek of hen rechtstreeks aansprak en nog een heleboel apenkuren demonstreerde. Toen we de band in 2014 voor de eerste keer aan het werk zagen, had hij al de basis gelegd voor zijn act, maar in Brussel bleek die geperfectioneerd te zijn. Het was moeilijk om je ogen weg te rukken van die mager uitgevallen versie van Henry Rollins, die pirouettes maakte, de microfoon onder zijn T-shirt stopte, high fives kwam geven in het publiek, zich de hand liet kussen of je een bezwerend vingertje onder de neus stopte.

Aan zijn frasering zal het dus alvast niet liggen. Zijn parlando heeft eerder iets saais, maar de manier waarop hij de teksten brengt, is ronduit fascinerend; bijna betoverend zelfs. Je zou er haast bij vergeten dat er nog muziek was ook. En die muziek was nooit rechtdoorzee, wrong je de vingers om of deelde zweepslagen uit op vaak onverwachte momenten.

En dat was niet enkel zo in wat misschien hun meest bekende nummer is. Goes Black is gewoon instant-herkenbaar aan die riff, waarmee het wordt ingezet. En gitarist Amar Lai zette dat nog kracht bij door zijn instrument voortdurend te laten feedbacken. Maar daarvoor al was er Fear en PPP, beiden afkomstig van de laatste plaat, die je stampvoetend de kwaliteit van het beton aan de Havenlaan deden testen. Het bleek de ideale soundtrack bij alle “bad shit” waarvan de band de afgelopen tijd in hun thuisstad en bij uitbreiding de hele VS getuige was geweest. Ook zo kan je dus een uitlaatklep creëren. Wij genoten in elk geval ten volle van de boeiende versie van Contain Myself of de afsluiter Imaginary Dog Walker.

Opvallend was dat – in tegenstelling tot bij vorige shows – er hier, ondanks de beperkte tijd, toch veertien songs in de set zaten en dat daaraan nog eens twee bisnummers werden toegevoegd, waaronder een nooit op plaat verschenen, vroeg nummer, waarin de basis voor het latere werk van de band (noise en punk) al duidelijk hoorbaar was, aangevuld met Fresh Meat.

Met uitgewassen oren, blauwe schenen en de onwaarschijnlijke performance van Gallaraga nog op ons netvlies gebrand keerden wij huiswaarts, klaar om de boze wereld weer te lijf te gaan, wanneer de kwaadaardige wekker de volgende dag onvermijdelijk weer zou aflopen.


6 juni 2018
Patrick Van Gestel