Best Kept Secret Festival 2017 Met totale overgave

Beekse Bergen, Invalid date
Best Kept Secret Festival 2017

Een voorzichtig zonnetje scheen over de Beekse Bergen bij aanvang van de tweede Best Kept Secret dag. Ideaal festivalweer, durft men dan al eens zeggen, maar natuurlijk doet vooral de muziek er echt toe en ook vandaag was er weer een pak moois om naar uit te kijken.

Starten deden we met Kim Janssen, die begin dit jaar de uitstekende plaat ‘Cousin’ op de wereld losliet; een plaat waar hij, zeg maar de tijd voor genomen heeft. In het programmaboekje staat hij aangekondigd als “De indiefolk superster die Nederland nodig heeft”! Qua verwachtingen scheppen kon deze dus wel tellen.

Starten deed hij met het behoorlijk majestueuze Dynasty en dat was er boenk op. Het getuigt trouwens ook wel van lef om met één van je meest uptempo nummers te starten. De set bestond overigens vooral uit nummers van ‘Cousin’.

Maar er was ook ruimte voor ouder, meer ingetogen werk als The Lonely Mountains, Casket en slotnummer Drift. Ook op ‘Cousin’ staan echter enkele van die mooie, ingetogen pareltjes, waarvan Bottle Rockets ons behoorlijk naar de keel greep.

Kim Janssen bracht zijn nummers soms met elf muzikanten waaronder drie blazers en drie strijkers, maar slaagde er toch in om een niet-bombastische set neer te zetten. Eerder liet hij zijn band gerichte accenten aanbrengen in de nummers. Het resultaat was wondermooi.

Whitney is zo'n band, die je op plaat leuk vindt, maar die live zo veel beter wordt. Ook op Best Kept Secret hebben ze hem dat weer gelapt. Ondanks het feit dat de drummer en zanger Julien Ehrlich zich niet top voelden, speelden ze het dak van de intussen reeds bloedhete tent. Nu, wat heet ziek als je tussendoor toch nog aan de fles wijn kunt lurken? Rock-’n-roll, nietwaar?!

Whitney is een band waar het spelplezier vanaf druipt en dat vanaf de eerste tonen van Dave’s Song tot en met de uitloper van No Woman. Daartussen waren we getuige van vuurwerk tussen de bandleden en de virtuositeit die ze schijnbaar moeiteloos uit hun instrumenten toverden (die trompet!, die Rhodes!, die gitaar!)

Daar waar de band op plaat eerder in de melancholische pop blijft hangen (goede, melancholische pop wel), wordt deze live aangevuld met warme en pittige soul en een subtiele dosis inlevingsvermogen! Nog maar zelden hebben wij een liedje over liefdesverdriet gehoord als On My Own. En in Follow voelden we de pijn om Ehrlichs overleden grootvader in de oe-oe’s van het refrein en stonden we versteld van de ongebreidelde nuance in Polly.

Ook in de coverkeuze  trokken ze die lijn vol overtuiging door met You’ve Got A Woman van Lion, Magnet van NRBQ en de één minuut durende themasong van 'Golden Girls', een serie die Ehrlich trouwens zelf haat. Ondanks een opspelende maag belette het de band niet om een dijk van een set neer te zetten.

Daar waar Whitney live echt wel een level hoger spelen, is dat met The Boxer Rebellion niet het geval. Ze spelen nochtans muziek die vaak in één adem genoemd wordt met Coldplay, The Killers en Editors; en misschien zijn ze zelfs nog beter. Dus een plaats op het hoofdpodium zouden ze moeten aankunnen.

Waar liep het dan fout? Het gitaargeluid was op de beste momenten zeer opwindend, maar bleef live te veel hangen in een brei van geluid. Ook de zang haalde niet het niveau van de platen. Daarom ging de muziek na een tijdje vervelen. Niet dat het stoorde, maar boeien deed het ook niet.

Ook bekendste nummer Diamonds, dat ongeveer halverwege de set zat, kon het tij niet doen keren. Het slotduo Promises en The Gospel Of Goro Adachi was door een fantastische instrumentale outro wel geslaagd, maar toen was het kalf helaas al verdronken.

In het rijtje zangers met een androgyne stem kenden we al Gregory Frateur van Dez Mona, Antony Hegarty van Antony & The Johnsons en Anohni en Michael Milosh van Rhye. Daar kan je nu ook Greg Gonzalez van Cigarettes After Sex aan toevoegen. Er zijn er die daar stenen kloten van krijgen; wij kunnen dat wel smaken. Sinds ruim een week is de debuutplaat eindelijk op de markt. Best Kept Secret was de eerste gelegenheid om hen sindsdien aan het werk te zien.

De songs van Gonzalez zijn mooi, maar heel minimalistisch. We vroegen ons dus af of dit wel recht zou blijven voor een festivalpubliek. De singles K., Affection en Apocalypse zaten uiteraard allemaal in de set en konden op een stevig herkenningsapplaus rekenen. Toch kon de band niet echt blijvend boeien wegens te veel van hetzelfde. Enkel in Dreaming Of You mocht de gitaar zowaar eens doorgaan. En dat zorgde onmiddellijk voor een andere dynamiek. Helaas bleef het bij die ene keer.

Eind juli komt met ‘Everything Now’ het vijfde album van Arcade Fire uit. Toch maakte de band van het optreden op Best Kept Secret geen uitgebreide try-out, maar kozen ze er voor om een heuse best of te spelen.

Van die nieuwe plaat kwamen er drie nummers; de titeltrack uiteraard, maar ook het recent geloste en militante Creature Comfort en het onbekende, maar veelbelovende en opzwepende Signs Of Life.

Daarnaast werd uit zowat alle albums geplukt met een klein overwicht voor debuutplaat ‘Funeral’. De set stak onmiddellijk en misschien wel toepasselijk van wal met Wake Up waarna het tempo hoog bleef tot en met No Cars Go. Pas met het trio Windowsill, Neon Bible en The Suburbs kregen we even de kans om op adem te komen. Daarna was het weer in één ruk vooruit tot en met slotnummer Rebellion Lies met tussendoor nog een discomomentje met het duo Reflektor en Afterlife.

Dit was zo'n optreden waar je oprecht gelukkig van werd en waar je als het ware gedwongen werden om te bewegen. Het antwoord op de vraag waarom Arcade Fire daar keer op keer in slaagt, ligt in de totale overgave waarmee de volledige band op het podium staat, al was het maar om op een koebel of tamboerijn te slaan of zoals Will Butler tijdens Rebellion Lies met een trommel de stelling van het podium op te klauteren om het vel dan vol toewijding en enthousiasme aan flarden te slaan.

Nadien kon een portie STUFF. er nog wel bij. We zagen hen al even kort tijdens een sessie van drie nummers in de tipi van 3FM, maar om middernacht was het voor echt. De vijf muzikanten experimenteerden er lustig op los, in die zin dat ze wisten waar een song begon en waar hij eindigde, maar dat niks daartussen leek vast te liggen. Toch leken ze op geen enkel moment de controle te verliezen.

De songs mixten soul, jazz, funk en hiphop en hingen aaneen van de virtuositeit, ritmische kronkels en geflipte hooks. Bovendien schepten ze er kennelijk plezier in om met de vele tempowisselingen en nuances het publiek op het verkeerde been te zetten, zowel letterlijk als figuurlijk. Desalniettemin waren wij behoorlijk onder de indruk van zoveel lef en kunde. Ideale muziek voor het slapengaan was dit niet, maar wel een waardige afsluiter van de dag.

Op dag drie stonden Thom en zijn vriendjes geprogrammeerd. Dus dat belooft.


18 juni 2017
Patrick Blomme