Arsenal
Zo zwoel als de stem van Leonie
Mieke Meskens
Ancienne Belgique, Brussel — 8 november 2008
In 2003 kwamen Hendrik Willemyns en John Roan op het briljante idee om Arsenal op te richten. In datzelfde jaar brachten ze hun debuutplaat ‘Oyebo Soul’ uit, een mix van pop, hiphop en wereldmuziek. Het tweede album ‘Outsides’ wijkt niet af van die sound. En dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Het concert dat op woensdag 30 april plaatsvond in de Ancienne Belgique, was al weken voor de release van het nieuwe album ‘Lotuk’ volledig uitverkocht. Daar werd het publiek dan ook uitgebreid voor beloond.
Dat het concert volledig uitverkocht was, wil nog niet zeggen dat de zaal al voor het voorprogramma was volgelopen. Dat is jammer, want soms heeft een onbekende groep meer te bieden dan je denkt.
Het voorprogramma heeft altijd de ondankbare taak om de aandacht van een verspreid en keuvelend publiek te trekken. Maar de Nederlandse groep Pete Philly & Perquisite slaagde dubbel en dik in dat opzet en maakte ons volledig warm voor Arsenal. Met een jazzy pianist, een cello, een elektrische viool en een laptop als back-up, rapte Pieter Monzon erop los. Een showbeest was het wel, maar dat mag als je zoveel talent hebt. Knoop de groepsnaam alvast goed in uw oren!
Toen Arsenal opkwam, was het publiek vanaf de eerste noot opgezweept. Bij Turn Me Loose gingen alle handen meteen de lucht in en de band kreeg letterlijk een daverend applaus. En ze verdienden het. Arsenal maakte van verschillende muzikale invloeden een coherent geheel. Techneut Hendrik en rapper John mogen dan de frontmannen van Arsenal genoemd worden, op het podium is iedereen even veel waard. Samen met enkele goede muzikanten en zangeres Leonie, die even zwoel danste als haar stem, speelden ze de AB plat.
Arsenal is doorgestoten naar de top van de Belgische muziek. Aan meezingers hadden ze geen gebrek. Vooral de nummers Longee, Switch en Personne Ne Bouge werden op veel gejuich onthaald. Bij Saudade liep het even mis. De laptop begaf het na enkele seconden waardoor de intro moest ingekort worden. “We hebben het nog tegen elkaar gezegd.” grapte de mondige John Roan, “Als er niets mis gaat, is het echt een kutshow.” En het werd bewezen: laptop of geen laptop, Arsenal speelde gewoonweg goede muziek.
Het technisch defect werd ook gecompenseerd door de verschijning van Shawn Smith en John Garcia. Smith was een grappig mannetje: klein, niet al te mager, lang haar, strooien hoedje en een fantastische stem. Hij zong niet alleen Lotuk, maar kwam tijdens de bisronde terug om The Day Brings van zijn eigen groep Brad te brengen. Ongetwijfeld het gezelligste, intiemste en warmste moment van de avond. Genieten was de boodschap. Kyusszanger Garcia hield het bij een zonnenbril en een stukje woestijn. Samen met zangeres Leonie stak hij de muzikale grens over voor het mooie Diggin A Hole.
Na al deze adjectieven hoeven we niet meer rond de pot draaien. Het staat nu al vast: Arsenal wordt de trekpleister van alle zomerfestivals!

