Arno
Routineus met klasse
Tom Weyn
Vorst Nationaal, Brussel — 8 november 2008
Zeggen dat 2007 het jaar van Arno was zou misschien een beetje overdreven zijn want welk jaar is er uiteindelijk géén van Arno? Feit is wel dat hij met de release van ‘Jus De Box’ opnieuw alle aandacht – terecht – naar zich toe trok. Zijn doortocht op de festivals ging niet onopgemerkt voorbij en om het jaar in stijl af te sluiten konden we voor de allereerste keer en masse naar Vorst Nationaal trekken om Zijne Hoogheid te aanschouwen.
Voor de plechtigheid van start kon gaan, werd het publiek opgewarmd door Madensuyu. We zullen er geen doekjes om winden, zelden zagen wij een voorprogramma dat zo wist te beklijven. Groot zal ook hun verbazing geweest zijn toen het Gentse duo voor een reeds zo goed als vol Vorst Nationaal hun ding mocht doen. Ze speelden met een attitude alsof ze elke avond voor zo’n massa staan. Vorst leek echter niets te groot voor hun nochtans experimentele maar ongelofelijk krachtige muziek. Op een bepaald moment begonnen we ons zelfs af te vragen of ze voorprogramma en hoofdact niet beter hadden gewisseld van plaats. Later op de avond zou blijken van wel.

Maar goed, Arno dus! In weze was er niet veel verschil met hetgeen we van de man deze zomer hadden gezien. Een paar leuke extra's buiten beschouwing gelaten. Een show van Arno is dan ook zonder uitzondering steeds van een kwalitatief zeer hoogstaand niveau, maar berust dan ook quasi altijd op dezelfde formule. Tijdens opener Enlève Ta Langue wordt onmiddellijk duidelijk dat Arno doorheen de jaren een stem heeft gekregen waarmee hij bomen kan omzagen. Dat ondanks het afzweren van de sigaretten. Tijdens Il Est Tombé du Ciel en From Hero to Zero valt op dat de enorme galmbak die Vorst is, Arno op het lijf geschreven is.
De eerste verrassing kwam onder de naam van Lonesome Zorro. De in rood licht badende ballad zorgde voor een eerste kippenvelmoment, niet in het minst dankzij de geniale gitaarsolo van de al even geniale Geoffrey Burton. Verder kregen we een voortdurende afwisseling van majestueze stampers à la Ratata, No Job No Rock en With You, intiemer zij het zelden aangrijpend werk als Help Me Mary, Lola etc en Les Yeux de Ma Mère. En uiteraard de greatest hits - die ook nu weer tot op het einde opgespaard werden - Bathroom Singer (met de obligatoire simbalen-act), Oh La La La en de bisnummers Putain Putain, Les Filles du Bord de Mer en Je Veux Nager. Het waren natuurlijk deze klassiekers waar het publiek, dat voornamelijk bestond uit overjaarse veertigers en vijftigers, op zat te wachten.
Meer is het eigenlijk niet. Het hele optreden had veel weg van deze recensie: een droge opsomming van nummers. Versta ons niet verkeerd, elke noot is pure klasse en nummers als Comme à Ostende en Mon Sissoyen deden ons rechtveren zoals we nog niet dikwijls rechtgeveerd waren. De hele show was in onze ogen echter iets te routineus. Van de oerkreet “en stoat er hoar op?”, over de voorspelbare setlist tot de typische Arno-moves. Hij deed dan ook geen grijntje moeite om daar iets aan te veranderen. Arno is natuurlijk Arno, maar we vragen ons toch af hoe lang het nog zal duren eer hij een karikatuur van zichzelf wordt.
