American Music Club

Wish the world to stay

Lene Hardy
Ancienne Belgique, Brussel8 november 2008

Het stukje Anspachlaan voor de AB stond vol verweesde fans: Angie Stone stuurde haar kat en American Music Club was... uitverkocht. “Ik had het echt niet verwacht”, prevelde een American Music Club-fan teleurgesteld. “Heb jij nog kaarten?” Wij hadden inderdaad meer geluk en glipten met verontschuldigende blik naar binnen. Het zou mooi zijn als deze 'lost souls' uiteindelijk nog aan kaarten zijn geraakt, want wat ons binnen opwachtte, was werkelijk subliem.

Over het voorprogramma kunnen we kort zijn. Lisa Papineau bewoog zich over het podium als een motorisch gehandicapte met spasmen. “Arty” wordt zoiets genoemd in het milieu. Op haar myspace-pagina beschrijft ze zichzelf als melodramatisch en - effectivement - ze zit er niet ver naast. Laat ons duidelijk zijn: we hebben niets tegen motorisch gehandicapten. Tegen Lisa Papineau daarentegen... Belgische bands van dit niveau worden afgekraakt in Humo’s Rock Rally en splitten. Frans-Amerikaanse bands van dit niveau weten zich blijkbaar vast te haken aan een wereldact als American Music Club. It’s a sad, sad planet. 



American Music Club was een raar stelletje, zoals ze er op het podium van de AB Club bijstonden. Mark Eitzel droeg een broek vol verfspatten en ouwe getrouwe Vudi hield zijn gitaar op zijn plaats met een metallint vol spikes. Bovendien hebben ze er sinds kort twee jonge snaken bij: een surfer op drums en een bassist die zo uit Bon Jovi geplukt leek: geföhnd en twee kettingen in het borsthaar.



Bij de eerste nummers zat het geluid nog niet helemaal goed en daardoor wisten ze het publiek niet meteen ten volle beroeren. "I stink", wist Eitzel aan het publiek te melden en hij verontschuldigde zich hiervoor uitgebreid. Als hij het over zijn nummers had gehad, zou dat onterecht geweest zijn, maar hij doelde op zijn zwarte shirt dat de man al drie dagen droeg, intussen gemarmerd met witzouten zweetvlekken.



Okselvijvers of niet, na het hardere Wish the World Away bloeide de set dan toch echt open. De jongens gingen zich steeds meer op hun gemak voelen en vertelden tussen de nummers de ene grap na de andere. 



Johnny Mathis’ Feet
was een volgend hoogtepunt. Voor deze song stonden Vudi en Eitzel even alleen op het podium. Halverwege plugde Eitzel zijn gitaar zelfs uit om even naar Vudi’s unieke gitaarspel te luisteren. Die struikelde over een waterflesje, deed wat maniëristische balletpasjes om dat eerste feit te verdoezelen en vulde het einde van de song met grote armbewegingen, onder het motto: “Nu we toch bezig zijn...”. American Music Club heeft een bijzondere, sfeervolle sound en dat is voor een groot deel aan Vudi’s fascinerende gitaarspel te danken.



Hierna volgden All The Lost Souls Welcome You To San Francisco en Elkie, een liedje over een meisje dat in een bar haar blouse uittrekt, terwijl niemand het wou zien. Het voltallige publiek werd dan ook uitgenodigd om op het podium te klimmen en hetzelfde te doen. Niemand reageerde en daar waren we eerlijk gezegd niet rouwig om.



Bisnummers mochten uiteraard niet ontbreken. Ze kozen voor Amsterdam, naar eigen zeggen hun tweede thuis, Western Sky, een publieksfavoriet met Jeff Buckley-allures, en Jesus. Als het aan het publiek had gelegen, was American Music Club nog de hele avond doorgegaan. 



De band stond in het verleden bekend om dronken, emotionele en dikwijls onafgemaakte optredens: huilend op het podium met de fles binnen handbereik. Die periode lijkt American Music Club definitief achter zich gelaten te hebben. Erg vrolijk zullen hun nummers nooit worden, maar wij zagen een lieve, grappige band, in vrede met zichzelf en met de wereld. Of tenminste met een deel ervan.

American Music Club
← Terug naar overzicht