Steiger - Alles begint bij improvisatie

Een goed idee is alles. Dat blijkt ook uit de tweede plaat van Steiger waarin het concept "ruimte" alles bepalend was. Over de plaat hadden we een babbel met Gilles Vandecaveye, zoon van Marijke Pinoy, maar vooral ook pianist bij crossover-jazzband Steiger.

Tegenwoordig wordt er in de muziekwereld veel eenheidsworst gedraaid, maar niet door jullie.

Gilles Vandecaveye: Goh, dat is wel zo, maar wij staan daar zelf niet zo bij stil. Het klopt dat wij alle drie een jazzopleiding hebben en dat wij ook in verschillende projecten actief zijn. Op die manier komt er uit ons als vanzelf muziek die beïnvloed is door heel diverse genres die je niet als mainstream kan bestempelen. Het is vaak pas achteraf, wanneer we er door journalisten of luisteraars op gewezen worden dat we weer eens niet trouw gebleven zijn aan één genre, dat we ons daarvan bewust worden. Het is ons natuurlijke ding. Het is zeker niet onze intentie om speciaal te doen of zo.

Wat is dan wel jullie intentie?

Wij zijn zoekers. Vanuit onze jazz-achtergrond hebben we de neiging om onszelf uit te dagen en te experimenteren. En dankzij het winnen van een belangrijke prijs op Gent Jazz vorig jaar, waren we in de mogelijkheid om een ambitieus project op poten te zetten.

Om onszelf niet te herhalen, hadden we het idee om zeven songs op te nemen op zeven verschillende locaties en om ons ook door die locaties te laten beïnvloeden. Dat was op zich al een hele uitdaging op organisatorisch vlak, maar we schreven enkele stukken in functie van een locatie en namen ons ook nog eens voor om elke song aan te passen aan de locatie in het besef dat buiten een gewone opnamestudio werken helemaal anders zou zijn.

Op deze manier omzeilden jullie ook de klip van de “moeilijke tweede”?

Op deze manier was het inderdaad gemakkelijker, omdat het zo’n specifiek project was. Door op deze manier te werken, werd het hele opnameproces al meteen helemaal anders dan bij de debuutplaat. Zo vermeden we dat we met ons drietjes in de studio zouden zitten en niet te weten wat te doen. Dit is niet zozeer een tweede plaat, dan wel een volledig nieuw project. En die invalshoek heeft ons zeker geholpen.

Jullie noemen die locaties een vierde bandlid of het vierde instrument. Waar namen jullie dan op? En waren die plekken echt zo belangrijk?

We hebben heel lang gezocht naar verschillende locaties om een zo breed mogelijk spectrum aan sferen en klanken te bekomen. En de reden waarom we die locaties het vierde bandlid noemen, is omdat we er soms echt moesten mee samen spelen om een goed resultaat te bekomen.

We hebben bijvoorbeeld opgenomen in de Gentse Floraliën, een immense hal met een enorm lange galm van soms wel vier tot vijf seconden. We moesten de manier van spelen daaraan aanpassen waardoor de ruimte een soort van compositietool werd, een vierde bandlid als het ware.

En dat vierde bandlid wisselde per song. Zo hebben we ook in een havencontainer gespeeld waardoor we een heel metalige, punky sound kregen en de drums helemaal anders klonken. Heel het timbre van ons als band, als trio, was anders dan wanneer we in een normale studio zouden opnemen.

Slechts één song, die enkel op de cd staat, werd in de studio opgenomen. Of was het nu op Mars? (lacht)

De luisteraars kunnen dan raden waar de verschillende songs werden opgenomen.

Bij de plaat zit wel een fotoboekje waar die info in te vinden is, maar je zou dat inderdaad eerst zelf kunnen proberen ontdekken. Dat zou een manier zijn om je extra mee te laten nemen door de muziek naar een bepaalde locatie. Soms vind je een hint in de titel; en soms is het meteen duidelijk.

Cripplewood is inderdaad duidelijk in een bos opgenomen. Je hoort veldopnames van kwinkelerende vogels. Zijn die apart opgenomen en toegevoegd of zijn die ter plekke opgenomen?

Die zijn echt ter plekke opgenomen. We konden gelukkig rekenen op steun van Piano’s Maene. Die zagen het zitten om overal mee naartoe te gaan en we mochten per song ook kiezen welk instrument we gebruikten. Voor die song hebben we een piano van honderdveertig jaar oud neergepoot in het bos. En omdat we het geluid wilden capteren van een bos dat ontwaakt, zijn we daar in alle vroegte gaan spelen nadat we overal in het rond microfoons hadden geplaatst. Alle vogels, die je hoort, zijn effectief op die lenteochtend opgenomen.

Zullen de stukken dan ook weer anders klinken als jullie op verschillende plekken live gaan spelen?

Ook over die stap in het proces hebben we lang nagedacht. We hebben samengewerkt met Engel Doyen, een cameraman die alles heeft vastgelegd. Een paar teasers vind je hier. Die beelden hebben we laten bewerken door animator Gerd De Kinderen en die zullen we afspelen tijdens de liveshows zodat je min of meer een idee krijgt waar de song werd opgenomen.

We hebben ook alle ruimtes gesampled. Dat betekent dat de reverb live toegepast wordt op de instrumenten via een mengpaneel zodat we klinken zoals we in die ruimte klonken. Zo proberen we de mensen zoveel mogelijk mee te nemen naar die verschillende ruimtes.

In hoeverre is er live nog plaats voor improvisatie?

Voor de plaat hebben we vrij sterk gefocust op composities, al slopen er toch een paar momenten in waarop we ons lieten gaan. Live zullen we dat nog iets meer doen, omdat we daar minder gebonden zijn aan het tijdsbestek van een plaat. We hebben ook samples opgenomen van zaken die we lieten vallen in de verschillende ruimtes: het geluid van een boot op het water, enz. En daar spelen we mee. Improvisatie zal altijd deel van ons DNA blijven en is ook vaak het begin van een nieuwe compositie.

Jullie inspiratie lijkt van de vreemdste plekken te komen. Henri's Entropic Blimp Flight zal wel geïnspireerd zijn op de ballonvlucht van Jules Henri Giffard en Chin-de-Dah komt waarschijnlijk van de film ‘A Modern Musketeer’, maar  waar slaat Female Pope op? En wat was er eerst: de muziek of de titel?

Dat hangt van compositie tot compositie af. Ooit hebben we voor ‘A Modern Musketeer’ nieuwe muziek geïmproviseerd en één van die stukjes is dan uiteindelijk geëvolueerd tot deze song waarvan de titel inderdaad nog verwijst naar een van de personages uit die film.

Henri’s Entropic Blimp Flight slaat eigenlijk op de zeppelins van Panamarenko, die opgesteld stonden in de Floraliënhal destijds, maar verwijst ook inderdaad naar Giffard. Kobe Boon, de bassist, heeft die titel bedacht.

Female Pope namen we op in de Sint-Pietersabdij en, omdat de katholieke kerk nogal een mannenbastion is, vonden we het wel grappig, een beetje uitdagend om daar een vrouw als paus voor te stellen.

Hoe is de taakverdeling bij jullie? Is er een duidelijke leider of is dit echt een bandplaat?

Vroeger waren de taken duidelijk afgelijnd, maar tegenwoordig ontstaan de nummers heel organisch. Iedereen komt op zijn beurt wel eens af met een klein idee, een leuke improvisatie. En daar werken we dan samen verder op. Het hele werkproces is heel gemeenschappelijk geworden.

En hoe leggen jullie dat dan vast? Wordt alles opgenomen of genoteerd?

Beide kunnen. Soms komt er iemand af met een compositie op papier, de andere keer stuurt er iemand een opname naar de anderen. Soms kan dat al een lange, duidelijk gestructureerde compositie zijn, maar soms vertrekken we ook van iets heel kleins.

Is er met al jullie verschillende projecten nu tijd om de plaat te promoten?

Oh ja, het is nu wel duidelijk dat ieders prioriteit de komende maanden bij Steiger ligt. Het is onze gemeenschappelijke baby en we voeden die nu al zes, zeven jaar op. Het is nu echt het moment om er honderd procent voor te gaan.

Op 27 september stellen we de plaat voor in de Handelsbeurs. En de komende maanden spelen we zowat overal. De data vind je op de website. We hopen ook op shows in het buitenland. En met dat idee mochten we naar Dublin naar het 12 Points Festival, een showcasefestival voor twaalf jonge, Europese jazzbands, elk uit een ander land. Onder andere Nederlandse promoters betoonden al veel interesse. We kijken er al naar uit!

Zin in meer Steiger? ‘Give Space is sinds vandaag uit bij Sdban Ultra en kan je hieronder beluisteren.

13 september 2018
Marc Alenus