Pauwel De Meyer Veel meer dan een hobby

Veel meer dan een hobby

Onlangs bracht Pauwel De Meyer bij Starman Records een nieuwe, zogenaamde soloplaat uit met de titel 'Having Fun'. Vreemde titel voor die plaat en dus nodigden wij hem uit voor een babbel op het terras van De Casino, de concerttempel in zijn thuisstad Sint-Niklaas. Daar opende hij zijn hart en onze ogen.

Dit heet een soloplaat te zijn, maar is het dat ook echt?
Pauwel De Meyer: Nee, dit is de eerste plaat waarbij ik van bij de start heel nauw samenwerkte met mijn muzikanten, vooral dan met Koen De Gendt, die ook in Monster Youth zit. Hij schreef alle arrangementen en speelt gitaar bij de optredens. De productie is dan weer van Steven Meuleman, drummer bij Monster Youth en ook aan het werk op deze plaat.

Ik schreef wel alle nummers, maar Koen was de eerste aan wie ik de nieuwe songs liet horen en ik liet mij leiden door zijn feedback. Ik vertrouwde op zijn oordeel. Als hij zei dat er nog iets moest veranderen, dan deed ik dat en dat werkte.

Vroeger zat ik op mijn nummers als een kip op haar eieren. Ze waren van mij en niemand moest mij vertellen hoe het moest. De klik kwam er dankzij Monster Youth. Daar ontdekte ik dat wij met zijn drieën een gouden driehoek vormen: ik schrijf de nummers, Koen arrangeert en Steven zit achter de knoppen. Als we zo werken, levert het ook een goed resultaat op.

Hoe ben je eigenlijk tot deze plaat gekomen?
In 2014 mocht ik het voorprogramma spelen van Christopher Owens in Trix. We speelden nog folky muziek toen, maar tijdens de set van Owens zei ik tegen Koen: "Dat is eigenlijk het soort muziek dat ik wil maken." Toen hebben we alles omgegooid, de band hervormd en zijn we eigenlijk al begonnen aan deze plaat.

‘Having Fun’ was van bij het begin de werktitel en het concept. We besloten om elk nummer dat ik schreef op te nemen. Wat er uitkwam, zou dan wel blijken. Alles kon, in gelijk welke stijl. Bij de vorige platen was dat anders. Toen vertrok ik echt vanuit een idee hoe ze moest klinken en alle nummers moesten in die sfeer passen. Bij ‘Hideaway’ bijvoorbeeld moest alles folky en aards zijn; fietsen door een bos, dat gevoel. Nu waren we veel vrijer en dat was een gezondere manier van werken. Maar uiteraard hebben we nummers gekozen die bij elkaar pasten.

Monster Youth was, wat dat betreft, een goede omweg. Daar leerde ik eigenlijk dat het ook op deze manier kon.

Wat is het dan het verschil tussen een plaat van Monster Youth en één van Pauwel De Meyer?
Eerlijk gezegd is dat verschil heel klein geworden. Het wordt een grote uitdaging om nu weer een plaat te maken met Monster Youth. Bij de vorige wilde ik een statement maken. Ik schreef over jointjes roken, verveling en de verrechtsing van de maatschappij, maar ik weet nog niet in welk jasje ik de band de volgende keer wil steken.

Het verschil is dat de teksten voor de Pauwel De Meyer-platen persoonlijker zijn. Met Monster Youth kijk ik naar wat er omgaat in de maatschappij en bij mijn leeftijdsgenoten en schrijven we samen aan de nummers, terwijl ik op deze plaat alles zelf schreef. Koen en Steven geven wel feedback, maar ze schrijven niet mee.

Maar het verschil wordt dus steeds kleiner en ik moet bij allebei meer de uitersten gaan opzoeken. Het is nog aftasten wat we met Monster Youth de volgende keer willen vertellen. We probeerden wat politieker te schrijven en van instrument te wisselen, maar het groeiproces van de band gaat moeilijk.

Je had het al even over de titel van de plaat. Dat leek ons een vreemde keuze voor een coming of age-plaat.
Dat klopt. Op een bepaald moment ging ik alleen wonen en had ik het gevoel dat ik alles had wat ik wou: een huis, een job, een goed lief. En Monster Youth draaide toen heel goed. Vreemd genoeg kreeg ik daar echt een klap van. Ik voelde me helemaal niet goed in mijn vel toen we aan deze plaat bezig waren. Toch veranderde ik de titel niet meer omdat hij, zoals gezegd, op de manier van werken sloeg, op de vrijheid die we onszelf gunden.

Die periode in mijn persoonlijk leven was niet zo tof. Met Monster Youth leek alles goed te gaan, maar plots was ik zevenentwintig, moest ik rekeningen betalen, kreeg ik een paar opdoffers te verwerken, had ik verplichtingen,... Ik werd volwassen, maar wou dat eigenlijk niet. Sinds de plaat uit is, ben ik terug gelukkig en ontspannen. Het was dus onbewust ook een verwerkingsproces van een periode met hoge pieken en diepe dalen.

Waarvoor staat de tekening op de hoes?
Dat is een ontwerp van Sven Beirnaert, die de hoezen van al mijn soloplaten heeft gedaan. Het geeft vooral de eenvoud van de plaat weer, het minimalistische. Je hoort een volledige band, maar in een eenvoudige opstelling van twee gitaren, een bas en drums met af en toe wat keyboards en elektronica.

Het is zeker geen sterk georkestreerde plaat en ik ben geen geschoold muzikant die ingewikkelde composities maakt. Trouwens, ik wil die naïviteit niet verliezen. Ik word beter in het schrijven van nummers en als gitarist, maar ik wil een zekere eenvoud bewaren. Ik ga niet ineens een fusionplaat maken. Ik wil vooral goede popnummers schrijven. Als ik ergens in wil groeien, dan is het daarin.

Ook wij merkten een groei.
Daarin is Monster Youth dus belangrijk geweest. Daar heb ik voor het eerst geleerd om los te laten en ook op het podium alle grenzen te laten varen. Vroeger had ik nooit stress voor een optreden, zelfs niet bij belangrijke voorprogramma’s zoals bij Devendra Banhart, maar eens op het podium verstijfde ik en werd ik de getormenteerde singer-songwriter.

Sinds Monster Youth is dat net omgekeerd. Nu ben ik vooraf zenuwachtig, maar kan ik mij echt laten gaan op het podium. Ik merkte dat zelf ook toen ik de opnames terugzag van onze show op Villa Pace. Ik was zelf heel tevreden. Ook de mensen van de platenfirma en onze booker, die ons al een tijdje niet meer had zien optreden, waren verbaasd om me zo relax te zien.

Het is dus niet vreemd voor jou om de lof, die je nu ook toegezwaaid krijgt van grote media als De Standaard en Focus Knack, te delen?
Het is meer een bevrijding. Ik leg daar ook zelf overal de nadruk op. Dit is geen plaat louter van mezelf. Dit is een plaat van Koen, Steven en ik, ook al is het nog altijd mijn kindje. Het zijn nog altijd mijn teksten en muziek, maar zonder die jongens zou het gewoon niet hetzelfde klinken, zou het nooit deze plaat geworden zijn.

Weet je dat we zelfs bewust gestopt zijn met elkaar te sms’en en te mailen? We begonnen brieven naar elkaar te schrijven in het Engels. En sommige van die zinnen zitten nu in de teksten van die nummers. Die jongens zijn echt belangrijk voor mij.

En wat zijn de toekomstplannen?
We willen vooral veel en goede optredens spelen. Dat is altijd moeilijk en het is nog moeilijker om daar wat aan over te houden. Maar binnenkort staan we in het kader van Autumn Falls in Trefpunt (6 oktober) en in de AB ( 16 oktober). Met Maurits Pauwels group mogen we ook naar Het Depot in Leuven (23 november) en de Arenberg in Antwerpen (23 december). Dat is wel tof.

Ik zie ons met elke plaat beter worden en groeien. En dat wil ik blijven doen, want mocht dat niet gebeuren, zou ik ermee stoppen. Hoewel… dit is echt mijn leven. Mijn ouders zagen dit altijd als een mooie hobby, maar het is veel meer dan dat. En ze beginnen dat nu ook in te zien. Mijn vader heeft naar aanleiding van de recensie in De Standaard zelfs gevraagd om hem een keer al mijn materiaal te bezorgen.

In het voorjaar van 2017 willen we naar Spanje en Frankrijk trekken. Ook daar werd de laatste plaat opgepikt. We groeien organisch en dat is leuk. Nu nog wat meer op de radio komen, want ik stop niet voor ik een hit te pakken heb (lacht).

 

Misschien lukt dat al met 99, de laatste nieuwe single van Pauwel De Meyer. Beluister hem hier:


October 1, 2016
Marc Alenus