The Arch

Belangrijk is dat we steeds blijven doen wat we het liefste doen: sferen opzoeken en combinaties uitproberen.

Bart Verlent7 augustus 2026

Het blijft nog steeds een vreemd fenomeen dat een Belgische act in eigen land niet altijd worden gewaardeerd. Neem nu The Arch uit Breendonk. Dit jaar viert de band de veertigste verjaardag, wat op zich al vrij uniek is, en dat wordt nauwelijks opgemerkt. Dit viertal was één van de grondleggers van de new wave/postpunk/gothic in de jaren tachtig, samen met The Neon Judgement, Poésie Noire, Aimless Device,...maar enkel zij staan nog op het podium met bijna dezelfde line-up en alleen deze band bestaat als zo lang. Dit jaar beginnen Gerd Van Geel, Ian Lambert, Ivan D.C. en Pieter De Clercq aan de opnames van het achtste album, waar we zeer benieuwd naar zijn. Wij spraken met frontman Gerd over zijn legendarische band.

Belangrijk is dat we steeds blijven doen wat we het liefste doen: sferen opzoeken en  combinaties uitproberen.

Dit jaar vieren jullie het veertigjarig bestaan van The Arch. Het is vrij uniek dat een band het zolang volhoudt. Wat is jullie geheim?

Gerd Van Geel: Wij zijn nog steeds met drie van de vier originele leden actief. We speelden, voor we met The Arch begonnen, al samen in enkele andere bands, waarna we dan besloten om met deze groep te beginnen. Het geheim is dat we tot op vandaag vrienden zijn die zo goed als alles tegen elkaar kunnen zeggen, ook al kan dat iets delicaats zijn. Naast repetities en zelf spelen gaan we regelmatig samen naar concerten of gaan we ergens een "goei pint pakken". We zijn uitermate fier dat we na veertig jaar nog steeds bestaan en dat er nog altijd goesting is om verder te gaan. Het is in België blijkbaar weinig bands gegeven om het zo lang uit te zingen...

Onlangs verscheen het compilatiealbum 'Noisetalgia' op Antler Records. Maar niet alle tracks op deze dubbelaar zijn afkomstig uit jullie Antler-jaren. Was daar een bepaalde reden voor?

Het idee om deze dubbel vinyl uit te brengen kwam van Roland Beelen (vroegere baas van Antler, nvdr). Hij vond het een goed moment om na veertig jaar een compilatie uit te brengen met vooral nummers van onze beginperiode. En aangezien onze originele vinylplaten nog moeilijk te vinden zijn (buiten op tweedehands-sites), vonden we dat een bijzonder goed idee. En het momentum was perfect! We hebben geprobeerd om een fijne selectie te maken van al het werk dat we gemaakt hebben uit de eighties en begin nineties, aangevuld met enkele songs uit de latere periode die we er per se bij wilden.

Jullie staan meer op diverse podia in het buitenland dan in eigen land. Ook al zijn jullie eigenlijk een vaste waarde binnen het new wave-genre, toch krijgen jullie die erkenning niet in België. Is dat niet een beetje frustrerend?

Daar hebben we al lang mee leren leven. Geen sant in eigen land is hier niet abnormaal, als je een klein beetje afwijkt van al wat mainstream is. Als je weinig of niet gedraaid wordt op radio, is het moeilijk om je weg te vinden, concerten inclusief. Soms horen we hier wel eens: “Hoe komt het dat we jullie niet kenden, terwijl jullie veertig jaar bestaan?" Je went er op den duur wel aan. Ondanks dat is het één van de fijnste dingen om een publiek, dat je niet kent, te overtuigen met je muziek. In sommige andere landen gaat dat allemaal veel gemakkelijker! Het is dan ook leuk om op die manier plaatsen in de wereld te ontdekken en muziek te maken voor mensen die het genre genegen zijn. In Engeland zei een journalist ooit: “The Arch is the best kept secret of Belgium”!

Door de jaren heen blijft jullie geluid evolueren, maar de sound van The Arch blijft herkenbaar. Is dat iets waar jullie echt mee bezig zijn of gebeurd dat op een natuurlijke manier?

We zijn daar nooit mee bezig geweest. Het is wat het is. Aangezien we met vier individuen zijn met ieder een eigen smaak, worden we beïnvloed door heel uiteenlopende muziekstijlen. Dat is belangrijk om niet steeds in hetzelfde straatje te blijven hangen. We blijven steeds doen wat we het liefste doen: sferen opzoeken en combinaties uitproberen. Op die manier klinkt het bijna nooit hetzelfde. Alles moet te allen tijde organisch gaan. We willen nooit iemand anders kopiëren (dat gebeurt al genoeg in de wereld). Gitaren combineren met elektronica, synths gaan we altijd blijven doen. Dat is een beetje ons handelsmerk. De eighties sluipen er meestal onbewust in. De beste commentaar van journalisten is dat ze op onze muziek niet echt één genre kunnen plakken, maar dat het een mix is van verschillende genres.

Is het dan tegenover in debegindagen nu moeilijker om je muziek te promoten?

Tijdens de eerste jaren wisten wij niet echt iets van promo. Wij waren te jong om daarmee bezig te zijn. Onze producer en platenbaas Ludo Camberlin trok zich dat aan. We hebben trouwens veel te danken aan hem: een vakman pur sang. Met de komst van het internet is promo voor iedereen veel gemakkelijker geworden: de wereld is een dorp. Maar het draait steeds meer om geld. Hoe meer geld je in een campagne steekt, hoe meer je gedraaid wordt, hoe meer concerten,... En dat is nu net waar wij tegen zijn. Er zit te veel punk in ons lijf om in de commerciële mallemolen mee te draaien. We doen vooral zelf wat gezonde (zo goed als gratis) promo.

Wat zijn tekstueel je inspiratiebronnen? Want na veertig jaar schrijven lijkt het ons niet evident om telkens een boeiende tekst af te leveren, hoewel jij daar geen probleem mee lijkt te hebben.

Onze teksten ontstaan steeds vanuit de fantasiewereld van één van de bandleden. Voor de tekst bestaat, krijgen de nummers een werktitel: een gebeurtenis of onderwerp van dat moment. Zo kwam er eens iemand in ons repetitiekot met een pak friet met saus op. Die werktitel werd “Friet met pepersaus”. Soms blijven we de werktitels jaren nadien aanhouden en is het moeilijk om de nieuwe titels te onthouden. Teksten gaan liefst niet over standaard thema’s zoals liefde, politiek,... al is daar niks mis mee.

Jullie muziek krijgt het label new wave mee, maar anno 2026 wordt er toch minder in vakjes gedacht dan in de jaren tachtig en zitten er in The Arch toch meer invloeden dan enkel new wave. Vinden jullie het niet jammer dat jullie nog steeds in dat vakje worden gestopt?

Wij zijn, zoals eerder gezegd, niet met labels bezig. Catalogeer onze muziek zoals je zelf wil. Soms is het new wave, soms gothic, soms darkwave,... Mij lijkt het meer een kruising van verschillende genres. Maar nogmaals: niet echt belangrijk voor ons. Het is wat het is. Alles gaat organisch zonder ooit bezig te zijn met genres.

De laatste jaren staan jullie vaak in het voorprogramma van Goethes Erben en jullie brachten ook samen een split twelve inch uit. Hebben jullie zo'n goede band met die Duitse groep?

We zitten om te beginnen bij hetzelfde duitse label: Dryland. Oswald Henke, de zanger van Goethes Erben, ontdekte ons een jaar of zes geleden tijdens een concert op een Duits festival, waar zij ook speelden. We raakten aan de praat en van het één kwam het ander. Hij was op dat moment creatief verantwoordelijk voor het label en vroeg ons of we geen deel wilden uitmaken van de Dryland-familie. En de rest is geschiedenis. Ondertussen hebben we vier nightliner-tours met hen gedaan en zijn we goede vrienden geworden met band en crew. Hun publiek heeft ons van in het begint omarmd en blijft ons volgen. In juni werden we voor de tweede keer uitgenodigd in Bayreuth, hun hometown, waar we mochten performen op hun eigen openluchtfestival. In oktober gaan we terug op een Duitse tour met hen. We kijken er naar uit!

Als jullie terugkijken op die veertig jaar, wat was dan het hoogtepunt en waarom?

Er zijn verschillende hoogtepunten. Hoe kan het ook anders na zoveel tijd? Eén ervan is ons allereerste concert in Berlijn, twee jaar voor de val van de muur. We zijn er ondertussen nog vier keer terug gaan spelen. Een ander memorabel moment was onze tour in Joegoslavië en Hongarije. We deden dat met een grote mobilhome waar zeven venten in leefden. De spanning was toen te snijden op elke plaats waar we speelden. Een klein jaar later was er de burgeroorlog. De Duitse tour met Peter Murphy (zanger van Bauhaus, nvdr) is ook een mooie herinnering. Speciale gast met een prachtige stem en een goede performer. En onze eerste Spaanse tour was ook eentje voor de boekjes. We hadden al wel eens gehoord dat Ribdancer populair was in Spanje, maar dat heel de zaal dit nummer en nog enkele andere songs uit volle borst zouden meezingen, dat verbaasde ons enorm. Achteraf hebben we nog nooit zoveel merch verkocht aan laaiend enthousiaste fans. Buitenlandse festivals zoals WGT, NCN, Mera Luna, Dark Malta, Castle Party staan ook heel hoog in onze top. En zelfs ons recent verjaardagsconcert in Nijdrop, Opwijk was te gek met een zaal vol liefhebbers van het genre.

De video's, die jullie afspelen tijdens de optredens, zijn echt een geheel met de performance en muziek. Was dat altijd de bedoeling?

Beeld is steeds heel belangrijk geweest voor de groep. Zowel foto’s, artwork als video’s moeten zo mooi mogelijk ogen. We doen altijd alles zelf, omdat we allemaal creatievelingen zijn en vanuit onze professionele achtergrond kunnen werken. Live hebben we een volledige show in elkaar gebokst, waar visuals en licht synchroon meevolgen met de muziek. Live moet de beleving af zijn. Mensen betalen tenslotte zuur verdiende centen. Je moet dat waarderen en steeds het beste van jezelf geven.

Mogen we nog iets bijzonders verwachten van The Arch tijdens dit jubileumjaar? En zijn er nog toekomstplannen?

Dit jaar gaan we nog op tour in Duitsland met onze vrienden van Goethes Erben en er staan nog enkele concerten in de pijplijn. En we beginnen te werken aan een nieuw album, dat gereleased wordt door Dryland. En... "you never know" wat er nog op ons pad komt.

← Terug naar overzicht