Prekowski
We see future in them
Peter Lissens — 19 augustus 2026
Er zijn bands die netjes in een genre passen, en er zijn bands die dat genre eerst tegen de muur kwakken en dan het dan opnieuw samenstellen. Prekowski hoort in die tweede categorie thuis. Geen echo van het verleden. Geen veilige revival. Wel een band die het genre naar zich toe trekt en zegt: ‘dit is van ons nu’!

Er zit postpunk in hun DNA, maar vang ze vooral niet alleen onder die noemer. Strakke, repetitieve baslijnen die als een hartslag door de songs pompen. Gitaren die zichzelf in de arm snijden. Maar Prekowski klinkt niet als een museumstuk uit 1982. Geen retrofeestje met zwarte eyeliner en rookmachines. Dit is hedendaagse, grootsteedse nervositeit en paranoia in realtime.
Live is Prekowski geen groep die op veilig speelt. Songs worden uitgerekt, versneld, heruitgevonden en uit elkaar getrokken, met flink wat zin voor risico. Onrust. Vervreemding. Ambitie. Het gevoel dat er méér moet zijn dan de grijze middelmaat. Ook al doet het een beetje pijn. Dood aan de burgertrutterij en de zelfingenomenheid. Een band die ons doet dromen - bijvooorbeeld van Andy Peelman die, aan banden gelegd door een dwangbuis, een 24-uur durend exorcisme uitvoert met Prekowski als muzikale ceremoniemeesters. We’ll make a man out of Andy yet.
Prekowski is ook ambitieus. Al hoor je hen dat niet zozeer rondbazuinen. Je hoort het aan hun muziek, je ziet en hoort het tijdens hun concerten. En je merkt het aan de gedrevenheid van frontman en oprichter Bradley Remorie. Prekowski mikt hoog. Prekowski heeft honger. Ze hebben hun tanden gescherpt en ze zijn klaar om iets te verscheuren. Gaat iemand Andy halen?
Bradley Remorie: ‘Mensen moeten buitenkomen en denken ‘what the fuck heb ik juist gezien?’’
Bradley Remorie, de bezieler en frontman van Prekowski weet heel goed wat hij wil. Ook al zich dat niet zomaar onder een labeltje vangen. Een gesprek over invloeden, vrijheid en waarom een drummer recht moet staan.
Prekowski is nog maar pas op de radar verschenen, maar ze hebben hun entree niet gemist. Krachtig, rauw ... Maar tegelijkertijd ook doordacht. Er zit een auditief concept achter, mag ik dat zeggen?
Remorie: “Tuurlijk! Het is ook zo: ik heb er over nagedacht … maar niet heel erg lang!”
Jullie zijn nog erg jong, maar allemaal al een hele poos met muziek bezig, in verschillende bands, zoals The Black Gasolines. Wat inspireerde je om nog met iets anders, en meer bepaald met deze band te beginnen?
Dat kwam eigenlijk heel plots. Ik was naar een documentaire gaan kijken over The Birthday Party, de band van Nick Cave, en dat was zo’n moment waarop alles samenvalt. Ik wist meteen: wil doen. Geen half werk, geen compromissen. Iets ruw, iets dat leeft. Dat idee zat al ergens in mij, maar die docu was de trigger.
En hoe wilde je dat Prekowski klinkt? Jullie noemen jezelf ‘postpunk’, maar die vlag dekt niet helemaal de lading, vind ik. Postpunk is bijna een nostalgische term en Prekowski klinkt 100% hedendaags.
Gevaarlijk en spannend moet het klinken. Zonder vangnet. Alsof het elk moment kan ontsporen. Dat mis ik soms vandaag. Veel bands zijn technisch sterk, maar missen die edge. Bij ons mag het schuren. En wat dat label postpunk betreft: je hebt gelijk - we vertrekken vanuit postpunk, maar we gooien daar evengoed free jazz en noise doorheen. Het moet wringen.
Je hebt PREKOWSKI zelf opgestart. Hoe vond je de juiste mensen?
Dat ging eigenlijk vrij organisch. Ik kende een paar gasten al, zoals drummer Goran en gitarist Wout. Anderen leerde ik kennen door shows te zien van hun bands. Telkens wanneer ik iemand zag spelen waarvan ik dacht ‘Ow, dié gast klinkt interessant!’, ben ik er gewoon op afgestapt om hen te vragen voor Prekowski. Het moest natuurlijk klikken op menselijk vlak. Techniek is belangrijk, maar persoonlijk energie nog meer. Je voelt heel snel, zelfs vanop een podium, al aan of iemand in dat universum past.
Jullie drummer speelt rechtstaand, zoals Victor de Lorenzo en later ook John Sparrow, bij Violent Femmes. Ook Postpunk?
Wel, neen, dat is eigenlijk meer geïnspireerd door Moe Tucker van The Velvet Underground. Visueel paste dat perfect bij het beeld dat we voor ogen hadden. Het zorgt voor een eigen look, stijl en dynamiek op het podium. Het is geen kantoorjob, hé: bij ons zit niemand op zijn krent…
Jullie debuutsingle is getiteld Conservatory Jazz, I Hate, maar jullie zijn zelf wel technisch onderlegde muzikanten én er zit behoorlijk wat jazz in jullie muziek. Is dat een provocatie?
Bwah … Ja en nee. Het is deels ironisch. Het gaat over hoe je als muzikant soms vastzit tussen regels, verwachtingen en systemen. Alsof alles netjes moet zijn. Wij hebben daar weinig geduld voor. Muziek moet ademen, fouten mogen bestaan.
Hoe verloopt het schrijfproces binnen de band?
Vrij chaotisch, eerlijk gezegd. Iemand brengt een idee mee — een riff, een ritme — en dan bouwen we daarop verder. Soms gaat dat heel snel, soms blijven we hangen. Maar er is geen vaste formule. En dat willen we ook zo houden.
Jullie lijken heel snel vooruit te gaan: repetities, opnames, live shows…
Ja, het is echt hard gegaan. Vanaf de eerste repetitie voelde het alsof er iets zat. Dan wil je dat ook meteen vastleggen. We hebben vrij snel een ep opgenomen en zijn beginnen optreden. Dat is voor ons de essentie: live spelen.
Hoe belangrijk is dat live aspect voor Prekowski?
Cruciaal. Onze muziek komt pas echt tot leven op een podium. Daar mag het vuil zijn, luid, intens. We willen dat mensen iets voelen — al is het maar verwarring.
Richard 23 van FRONT 242 zei ooit: ‘Wij zorgen op het podium voor de energie. Het publiek bepaalt wat ze met die energie doen, of ze die omzetten in positieve of negatieve kracht’.
Mmm, interessant. Daar kan ik mij wel bij aansluiten, denk ik.
Hoe zou je zelf de ep beschrijven?
‘House of Work’ verscheen in juni, en werd een soort staalkaart van wat we doen. Daarmee goodien we onze kaarten op tafel. Maar tegelijk is het ook niet meer dan dat: een momentopname. Onze sound gaat zich nog ‘zetten’ We zijn nog in een razend tempo aan het evolueren. We zijn een muzikaal dagboek aan het schrijven en we voelen sterk aan dat dit nog maar het begin is. En ik hoop dat mensen die ons zien en horen, dat ook voelen.
We willen een band zijn die je niet volledig begrijpt, maar die je wel raakt. Alles hoeft niet uitgespit, uitgelegd en verklaard te worden. Je moet het gewoon voelen, zonder dat je het daarom kan uitleggen. Als mensen buitenkomen na een show en denken wat heb ik net gezien?’ dan zijn wij tevreden.
Dat ‘wat heb ik net gezien/gehoord’ gevoel had ik bij de eerste concerten die ik zag van TC Matic, Radiohead, Arcade Fire en Amenra en... bij jullie eerste single. Jullie zijn dus in goed gezelschap. Maar dat geheel terzijde. Laatste vraag: was een snor verplicht om bij Prekowki te mogen spelen?
Neen… (denkt even na) maar het kan zeker geen kwaad!

‘House of Work’ van Prekowski
Staccato ritmes, een scheurende sax die nu eens tegen Steve McKay en dan weer tegen ska aanschurkt, en tonnen agressie en levensvreugde, referenties aan zowel The Birthday Party als - ik zeg maar wat - Reverend Beat-Man… Met ‘House of Work’ hebben de jongens van Prekowski een bijzonder aanstekelijk en interessant plaatje gemaakt. En dat verkleinwoord gebruiken we echt maar omdat het hier een ep betreft.
Opener Conservatory Jazz (We Hate) is een dansbare en vrij vrolijke opener. Met een huppelende bas en een jazzy sax. Vrolijk op de manier van Prekowski, wel te verstaan. Het klinkt alsof Nick Cave en Iggy Pop een nummer van Gruppo Sportivo (herinnert u zich deze nog?) uit elkaar rukken en de lillende stukken vervolgens Dr. Frankenstein-gewijs weer aan elkaar naaiden. Het monster doet daarna een ballroom-dansje en iedereen mag meedoen.
Frontman Bradley Remorie is een bewonderaar van Martin Hannett, de legendarische producer van Joy Division en een creatief genie dat, van de nood een deugd makend, onder meer de truuk met de ‘Washing Machine Mic’ uitvond - zoek het gerust even op, jongens en meisjes. Gedreven door hun liefde voor Postpunk maakte Prekowski voor 'House of Work' gretig gebruik van dat amalgaam. Maar zelfs gewoon opgenomen in de gemeenschappelijke keuken of in een lokale turnzaal had dit goed geklonken.
Overigens blijkt Remorie ook een uitstekend talent-scout. Elk lid van de band werd door hem persoonlijk ge-headhunt, en die betrokkenheid van de CEO bij het personeelsbeleid levert hoorbaar resultaten op. Jarne Vreys heeft postpunk in z’n DNA en ook de rest van de band lijkt zich hier als een vis in het water. Wout Van Tieghem, Gijs De Maeyer en Goran Vanhoutte brengen binnenkort allemaal ook solowerk uit. De Maeyer verdien hier trouwens een speciale vermelding: de nerveuze accenten van zijn sax voegen een uniek grootstadsfunk accent toe aan de muziek van Prekowki. In Dance like Elvis, bijvoorbeeld, dat aanstekelijk op de heupen mikt. Er zit wat punk in, wat ska, een beetje Stooges (Steve McKay) en - uiteraard - ook wat Birthday Party.
Looking for Eve lijkt aanvankelijk een rustpunt in de plaat. Maar het is stilte voor de storm. Bradley dwaalt door de nacht op zoek naar Eve, maar een hele song lang hoop je, om hààr bestwil, dat hij van een kale reis thuiskomt. Bad Trip klinkt meeslepender en uitnodigender dan z’n titel laat vermoeden. De hele ep ‘House of Work’ kon de soundtrack zijn bij vroege Coen Brothers of David Lynch. Bij Bad Trip, doemden bij ons spontaan de beelden op van John Torturro’s beroemde dansje in ‘Barton Fink’.
Er werd geen tijd verspild tijdens het maken van deze plaat. Alles werd opgenomen in één dag en de blik van band en frontman is alweer op de toekomst gericht. De laatste song op dit naar meer smakende plaatje is dan ook een beginselverklaring. I see Future in You is een mini-film noir met een met ene gestoorde Marlowe -figuur die, zo klinkt het toch, de verkeerde dus op het verkeerde moment heeft genomen.
Prekowski gelooft in de toekomst. En terecht. Wij blijven erbij: deze verdienden een plek op Gent Jazz, in het rijtje van andere romantische geweldenaars als Einstürzende Neubauten en, dit jaar nog, 50 Foot Combo. Via deze link kan je je stem laten horen als je dat ook vindt.
