Baloji - Ik maak niet de muziek die men vandaag wil horen

De negenendertigjarige Baloji Thsiani heeft muzikaal al een hele weg afgelegd. In zijn vroege jeugdjaren maakte hij al carrière als lid van het Luikse hiphopcollectief Starflam. Nadien bouwde hij een heuse solocarrière uit die wel heel anders klinkt. “Een mix van exotisch en elektronisch”, is misschien wel de beste omschrijving. En dat is ook niet onlogisch, want zijn roots liggen in Congo. Maar een terugkeer naar zijn roots is het zeker niet. "Het is gewoon mijn cultuur en erfgoed. Het is altijd een deel van mij geweest."

 

‘137 Avenue Kaniama’ is al zijn derde soloalbum. Een aanpassing voor wie hem kent van het bekende Luikse hiphopcollectief Starflam, al is de overgang geleidelijk verlopen. Zijn eerste soloplaat ‘Hotel Impala’, een uiteenzetting over zijn jeugd die geadresseerd was aan zijn moeder, was nog erg doortrokken van hiphop. De opvolger, ‘Kinshasa Succursale’, was dan weer een meer exotische herinterpretatie van zijn debuut. En nu is er dus ‘137 Avenue Kaniama’, een eclectische wolk van westerse en wereldse invloeden: "Enerzijds ben ik opgegroeid met Westerse muziek, zoals hiphop, trap en jazz, maar anderzijds heb ik nog steeds de invloeden van mijn ouders, die allebei Congolees zijn. Ook die muziek is een rijke bron van inspiratie."

Zo krijg je dus een bijzondere en vooral unieke stijl. "Vandaag hoor je veel muzikanten die gewoon andere muziek namaken. Ze willen vaak als Kanye West of Juicy J klinken en dupliceren die stijl. Dat is zonde, want zo ben je nooit de eerste in wat je doet. Je moet net op zoek gaan naar leuke elementen en manieren om iets te creëren dat uniek is. Een rapper die Vlaamse en Nederlandse samples en invloeden gebruikt, dát is interessant. Dát is wat ik zou willen horen als luisteraar, want dat is origineel en uniek."

Daarmee beperkt hij zich natuurlijk tot een erg specifiek publiek, waardoor hij in België bijna minder bekend is dan in pakweg Londen: "Ik ben inderdaad niet mee op de mainstreamgolf gesprongen. Mijn muziek klinkt niet als trap of uk grime en is dus misschien niet de muziek die men vandaag wil horen. Maar op heel wat andere plaatsen slaat het wel aan, net omdat het anders is."

Dat zijn muziek niet mainstream is, wil natuurlijk niet zeggen dat het geen potentieel heeft. De hele plaat klinkt blij, zonnig en relaxt. En erg opvallend: de muziek kan gerust worden beluisterd zonder op de lyrics te letten: "De plaat is bewust zo gemaakt dat je hem op verschillende manieren kan ervaren. Zolang het maar een gelukkig gevoel opwekt. Want daar gaat het tenslotte om: kunnen zijn wie je bent en daar gelukkig mee zijn."

En dat is zeker het gevoel dat de plaat opwekt. Baloji is dus geslaagd in zijn opzet. En dat is maar goed ook, want hij vertrouwde ons nog toe dat dit zijn laatste album zou worden: "Ik denk niet dat ik hierna nog muzikaal actief zal blijven." Waarom precies wilde hij niet kwijt. Misschien zit de kortfilm, die hij regisseert, daar voor iets tussen. Maar goed. Beste Baloji, je zal gemist worden.

23 april 2018
Jeroen Poelmans