Baloji - Kinshasa Succursale
EMI
Niel Van Herck — 22 maart 2010

“Een ware hel is het meneer.” Duidelijker kon de dame van Artsen Zonder Grenzen niet zijn toen ze het over Congo had. En dus hebben ze daar eigenlijk niet zoveel reden tot feesten. Maar om de vijftigste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid tóch wat in de verf te zetten, komt Baloji met een nieuw album op de proppen.
De ex-Starflammer trok voor ‘Kinshasa Succursale’ zelfs helemaal naar Kinshasa om er ter plaatse met artiesten als Konono No1, La Chorale de la Grâce en Zaïko Langa-Langa te kunnen werken. De middelen waren er schaars en vaak werd gewerkt met mobiele opnamestudio’s, waardoor de kwaliteit niet altijd optimaal is. Maar het maakt de plaat alleen maar charmanter.
Congo is een vat vol tegenstrijdigheden. Geweld en verderf manifesteren zich in een paradijselijke setting, en Baloji zet die contradictie neer door scherpe teksten te plaatsen op een mengelmoes aan Afrikaanse muziek. Rumba, mutuashi, soukous, wat ska, funk en zelfs de chacha passeren allemaal de revue.
Verwacht je dus maar aan veel Afrikaanse percussie, gekke samples, veel rootsgevoel en opzwepende ritmes, ondersteund door stevige rap. Een aantal schijven uit het vorige album ‘Hotel Impala’ kreeg een nieuw Afrikaans leven ingeblazen, en net die nummers klinken wat stroef. Ietwat geforceerd zelfs. De zes gloednieuwe songs swingen daarentegen los door je stereo.
Met Kyniwa-Kyniwa waan je je meteen in een Lion King-decor, omringd door een horde stokstaartjes die kontschuddend de weg wijzen naar een oase van rust en vree. Kesho en de bijhorende remix bruisen dan weer als vers gebotteld spuitwater.
Niet alle nummers zijn even sterk, en hier en daar klinkt de opname wat stroef. Maar Baloji is er zeker en vast in geslaagd om een goed album af te leveren. Vooral de nieuwe composities nemen je zo mee naar het mooie, maar gevaarlijke Congo. Naast de cd krijg je trouwens ook een dvd met een intrigerende documentaire over de opnames in Kinshasa én met de videoclips van Karibu Ya Bintou en Le jour d'apres/Siku Ya Baabaye. Zeker de moeite waard, dus.
Congo is een vat vol tegenstrijdigheden. Geweld en verderf manifesteren zich in een paradijselijke setting, en Baloji zet die contradictie neer door scherpe teksten te plaatsen op een mengelmoes aan Afrikaanse muziek. Rumba, mutuashi, soukous, wat ska, funk en zelfs de chacha passeren allemaal de revue.
Verwacht je dus maar aan veel Afrikaanse percussie, gekke samples, veel rootsgevoel en opzwepende ritmes, ondersteund door stevige rap. Een aantal schijven uit het vorige album ‘Hotel Impala’ kreeg een nieuw Afrikaans leven ingeblazen, en net die nummers klinken wat stroef. Ietwat geforceerd zelfs. De zes gloednieuwe songs swingen daarentegen los door je stereo.
Met Kyniwa-Kyniwa waan je je meteen in een Lion King-decor, omringd door een horde stokstaartjes die kontschuddend de weg wijzen naar een oase van rust en vree. Kesho en de bijhorende remix bruisen dan weer als vers gebotteld spuitwater.
Niet alle nummers zijn even sterk, en hier en daar klinkt de opname wat stroef. Maar Baloji is er zeker en vast in geslaagd om een goed album af te leveren. Vooral de nieuwe composities nemen je zo mee naar het mooie, maar gevaarlijke Congo. Naast de cd krijg je trouwens ook een dvd met een intrigerende documentaire over de opnames in Kinshasa én met de videoclips van Karibu Ya Bintou en Le jour d'apres/Siku Ya Baabaye. Zeker de moeite waard, dus.
