Oscar-special: Soundtracks
AchtergrondDebby Vervoort — 8 november 2008
Naar aanleiding van de 80e Oscar-uitreiking presenteert daMusic u een vierdelige special over muziek en film. Een leuk verhaaltje vertellen volstaat zelden om het publiek enkele uren aan het bioscoopscherm te kluisteren. Het is een combinatie van een interessant verhaal, opvallende beeldcomposities en passende muziek die voor de totaalervaring zorgt. Indien dat alles niet helpt, kan je er nog altijd een geblondeerde bimbo of een hunk met een wasbord tegenaan smijten. In deel 1 van dit dossier buigen we ons, zoals het een muzieksite betaamt, over de soundtracks en lichten we er tien opvallende exemplaren uit. Want artiesten van wie je het niet verwachtte, blijken soms over een gave te beschikken die de sfeer van de film net dat ietsje hoger tilt.
The Virgin Suicides
Bij deze film van Sofia Coppola uit 1999 verschenen twee soundtracks. De ene werd gevuld met nummers van onder andere Carole King, 10CC en Styx, de andere bestond enkel uit nummers die het Franse duo Air voor de film had geschreven. De muziek van Air past uitstekend bij de sfeer van de film die meestal dromerig is, maar evengoed donkere ondertonen bevat. De eerder pop-achtige aanpak van Air verschilt van hun vroegere, eerder dansbare, werk en illustreert de naïeve leefwereld van de personages. Het duo speelt met de gegevens van melancholie en kalverliefde. Het enige nummer waarin we vocalen horen, is Playground Love, de rest van het album bestaat uit instrumentale soundscapes. De band lijkt zijn roots in de Franse elektro even te verlaten om te proeven van ambient en donkerdere electronica.
The Fountain
"The Fountain" was niet de eerste keer dat regisseur Darren Aronofsky samenwerkte met componist Clint Mansell. Die leverde ook al bijdragen voor zijn "Requiem For A Dream" en "Pi". Dat Mansell zijn werk serieus neemt, mag blijken uit het feit dat hij vijf jaar lang aan de nummers gewerkt heeft. Hij ging op zoek naar een geluid dat organisch was, maar tegelijkertijd ook een epische toets had. Zijn initiële plan was om voor dit album enkel percussie-instrumenten te gebruiken. Maar naarmate hij vorderde, zag hij in dat enkel post-rock de sfeer optimaal kon weergeven en dus sprak hij de leden van Mogwai aan. Zijn nummers zijn gebaseerd op orchestrale en elektronische elementen. Omdat Mansell niet klassiek geschoold is, ging hij op zoek naar een assistent die hem kon helpen om de muziek beter uit te werken. Op een gegeven moment werd zelfs overwogen om Antony (van Antony & The Johnsons) het aftitelingsnummer Together We Will Live Forever te laten inzingen. Uiteindelijk bleek zijn stem echter niet bij de sfeer van de film te passen. Het nummer werd later herwerkt door pianist Randy Kerber. Mansell schreef de nummers tijdens het ontstaan van de film en niet nadat die gemonteerd werd, zoals gebruikelijk is. Zo kon de muziek groeien zonder daarbij het tempo van het verhaal uit het oog te verliezen. De soundtrack werd tweemaal genomineerd (Golden Globes en BFCA Critics’ Choice Awards), maar moest respectievelijk "The Painted Veil" en "The Illusionist" laten voorgaan.
Zidane: A 21th century portrait
Voor de film over de Franse voetballer Zinédine Zidane mocht Mogwai zelf het initiatief nemen. Een huwelijk van voetbal en post-rock lijkt niet echt voor de hand liggend en de bandleden twijfelden dan ook toen ze het voorstel kregen van regisseur Douglas Gordon. Pas toen ze enkele scènes zagen, met daaronder hun Mogwai Fear Satan, waren ze overtuigd. Voor "Zidane" schreven ze nieuwe nummers, waarbij ze de typerende uitbarstingen achterwege lieten. Zo stelden ze het emotionele palet samen dat zij associeerden met voetbal, van de spanning die zich opbouwt bij een penalty (It Would Have Happened Anyway), tot het bijna akoestische Wake Up and Go Berserk. Als achtergrond bij een film werkt het concept feilloos, maar wie het album onafhankelijk van de beelden beluistert, merkt toch enige onregelmatigheden op. De muziek intrigeert soms maar matig. Toch blijft dat typische Mogwai-geluid behouden. Ideaal dus voor de luisteraar die de stillere momenten in hun oeuvre verkiest, maar teleurstellend voor de liefhebbers van opbouwende spanning en indrukwekkende uitbarstingen.
Friday Night Lights
Explosions In The Sky is een andere post-rock band die gevraagd werd om een soundtrack te verzorgen bij een film over sport. Zij ontvingen een e-mail van muziekadviseur Brian Reitzell, die eerder al knopen doorhakte bij de soundtracks van "Lost In Translation" en "The Virgin Suicides". Reitzell vroeg hen de muziek te verzorgen bij een film over rugby. Aangezien de bandleden het boek "Friday Night Lights", waarop de film gebaseerd is, al kenden en de helft van de bandleden afkomstig is uit West-Texas, waar de film zich afspeelt, was de keuze snel gemaakt. Ondanks de aanwezigheid van allerlei “ongewone instrumenten” in de studio, zoals orgels en oude drumcomputers, koos de band er toch voor om hun gebruikelijke instrumenten te hanteren. Afgezien van Your Hand in Mine, een adaptatie van hun nummer uit 'The Earth Is Not a Cold Dead Place', bevat het album enkel nieuw materiaal. Ook dit album is echter in hetzelfde bedje ziek als het "Zidane"-album. Wie de nummers afzonderlijk beluistert, kan niet anders dan toegeven dat het geschikt behangpapier is, maar ook niet meer dan dat. Uitstekend als begeleiding bij een film, maar net niet episch en meeslepend genoeg om de aandacht vast te houden gedurende het hele album. Een gemiste kans, want een blockbuster als deze had er misschien voor kunnen zorgen dat mensen die de band niet kenden na het zien van de film op zoek zouden gaan naar meer materiaal van Explosions In The Sky.
There Will Be Blood
Radiohead-gitarist Jonny Greenwood was met de muziek voor "There Will Be Blood" niet toe aan zijn soundtrack-proefstuk. In 2003 bracht hij zijn eerste solo-album uit, de soundtrack voor "Bodysong". Hiermee bewees hij dat hij nog veel in zijn mars had. De BBC nodigde hem daarop prompt uit om componist van de zender te worden. Hij schreef stukken voor een symfonisch orkest en ging daarmee een hele andere richting uit dan het meer eclectische en experimentele Bodysong. Regisseur Paul Thomas Anderson hoorde Popcorn Superhet Receiver, dat Greenwood had geschreven voor het BBC-orkest, en stelde hem voor om de soundtrack van zijn nieuwste film te verzorgen. Anderson gaf hem een kopietje van de film mee en drie weken later kwam Jonny terug met een studio-opname van twee uur lang. Voor deze opdracht schreef Greenwood voornamelijk arrangementen die voor strijkers bedoeld waren. De soundtrack leverde hem een Critics’ Choice Award op. Een Oscar zal hij echter niet op zijn nachtkastje kunnen plaatsen, want het reglement bepaalt dat enkel soundtracks met originele nummers in aanmerking komen. Aangezien Greenwood een herwerking van Popcorn Superhet Receiver opnam voor de film, voldeed het album niet langer aan de vereisten.
[pagebreak]
Todd Haynes verbaasde menig filmliefhebber met zijn aparte kijk op de veelzijdigheid van Bob Dylan. Hij liet onder anderen Christian 'Batman' Bale, Richard Gere, Cate Blanchett en wijlen Heath Ledger in de huid kruipen van een van zijn persoonlijkheden. Hiermee gaf hij de verschillende aspecten van Dylan (poëet, protestzanger, enz) weer. Het spreekt voor zich dat voor een dergelijk project een aparte soundtrack nodig is. Simpelweg de nummers van Dylan gebruiken zou maar wat gewoontjes zijn. Haynes slaagde erin om verschillende mensen uit de muziekwereld covers te laten zingen voor zijn film en die te verzamelen op een dubbelalbum. Niet alle nummers komen voor in de film, maar dat mag de pret niet drukken. Zo vinden we onder andere interpretaties door Sonic Youth, Stephen Malkmus, Yo La Tengo, Iron And Wine, Wilco’s Jeff Tweedy en Sufjan Stevens terug op de tracklist. Elke artiest geeft een persoonlijke toets aan de nummers. Ook kon Haynes een eerder onuitgebrachte versie van het nummer I’m Not There bemachtigen van de inspirerende muzikant, die hij opgenomen had tijdens de 'Basement Tapes'-sessies.
Once
Twee muzikanten als hoofdrolspelers vragen in je film, je moet het maar durven. John Carney waagde de kans voor "Once", een film over een straatmuzikant en een pianiste die uiteindelijk samen een album opnemen. Er wordt veel gezongen in de film en het is niet onbelangrijk dat dit gedaan wordt door enigszins muzikaal getalenteerde artiesten. Met Glen Hansard, zanger van The Frames, en Markéta Irglová moest Carney zich in ieder geval niet al te veel zorgen maken om valse noten (al blijken tegenwoordig steeds meer acteurs de muzikale toer op te gaan, kijk bijvoorbeeld naar Johnny Depp in "Sweeney Todd"). Toch was Glen Hansard niet de eerste keuze voor de rol. De Ierse acteur Cillian Murphy, die vóór zijn huidige carrièrekeuze in een rockgroep speelde, zou zo goed als zeker de rol voor zijn rekening nemen, tot hij vernam dat zijn tegenspeelster een onervaren actrice was en hij betwijfelde of hij de hoge noten in de nummers wel zou halen. De Frames-zanger had zo zijn bedenkingen bij zijn acteerkwaliteiten, maar hapte uiteindelijk toch toe toen ze hem verzekerden dat hij uitvoerig betrokken zou worden in het realiseren van de film en dat het een knus low-budgetfilmpje zou worden. Hansard en Irglová schreven samen de nummers die we in de film horen: een allegaartje van ietwat melige singer-songwriternummers over gebroken harten. De soundtrack werd genomineerd voor twee Grammy Awards en won de Los Angeles Film Critics Association Award. Ook komt het titelnummer in aanmerking voor een Oscar, al kunnen we sommige nummers uit het album terugvinden op 'The Cost' van The Frames en 'The Swell Season' van Irglová. De Oscarnominatie van Falling Slowly zorgde dan ook voor enige verwarring.
The Life Aquatic
Wes Anderson, regisseur van onder andere The Royal Tenenbaums en Rushmore, werkte voor al zijn films samen met Mark Mothersbaugh (ex-Devo). Voor "The Life Aquatic" schreef hij de instrumentale nummers. Het is echter de eerste keer dat ook een Devo-nummer (Gut Feeling) door Mothersbaugh gebruikt wordt. Ook opmerkelijk aan deze soundtrack zijn de ongebruikelijke Bowie-covers. Voor de gelegenheid vertaalde de Braziliaanse muzikant Seu Jorge enkele nummers naar het Portugees. In de film duikt Jorge op als nevenpersonage dat te pas en te onpas zijn gitaar ter hand neemt om bijvoorbeeld Rebel Rebel en Starman een exotischer tintje te geven. Niet alle nummers die we in de film horen, staan echter op de soundtrack. Daarom werd in 2005 een apart album uitgebracht met de titel ‘The Life Aquatic Studio Sessions Featuring Seu Jorge’. Ook Sigur Ros’ Staralfur haalde de soundtrack niet. Wie we wel terugvinden op het album zijn Scott Walker (in een minder sinistere periode), Joan Baez en Iggy and The Stooges.
Dagen zonder Lief
Het gebeurt zelden dat een Vlaamse film scoort met zowel een goed verhaal als een goede soundtrack. Felix Van Groeningen, die zich eerder al in de kijker werkte met "Steve+Sky", bewijst dat het wel degelijk mogelijk is. Hij wist jazzpianist Jef Neve te strikken voor een sfeervolle soundtrack. Neve zorgt voor de nodige warmte, melancholie en troost. Something van de Belgische dance-formatie Lasgo is voor een keer te verantwoorden als de belichaming van de bijna vervlogen fuiftijd van de hoofdpersonages. Op de soundtrack kunnen we zelfs een cover van dit nummer beluisteren die Jef Neve speciaal voor de gelegenheid inblikte.
The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford
Nick Cave is een man met vele talenten. Hij is niet enkel muzikant, maar schreef ook een eigen film en acteert occasioneel. Voor de muziek van zijn eigen film, "The Proposition", werkte hij samen met Warren Ellis. Deze samenwerking zette het duo verder voor de soundtrack van "The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford". Wie hoopt op het typische geluid van Cave kan hier echter afhaken. Cave koos er namelijk voor enkel instrumentale nummers te schrijven. De instrumenten die primeren zijn elektrische en akoestische gitaren, piano, strijkers en typische folkinstrumenten, bijvoorbeeld de folkviool, die perfect passen bij deze waargebeurde western. De sfeer is ingetogen en triest, wat hand in hand gaat met de desolate beelden die we in de film te zien krijgen. Ook vangt de soundtrack het karakter van outlaw Jesse James, iemand die zowel charismatisch, maar ook zeer onvoorspelbaar en complex is. Het is een van de schaarse soundtracks die onafhankelijk van de film ook zeer genietbaar is.
