2007 volgens Koen Gisen en The Bony King of Nowhere

Achtergrond

Tom Weyn8 november 2008

Groepen die het maken zonder Humo’s Rock Rally zijn schaars en dragen we daarom een warm hart toe. Zo ook The Bony King of Nowhere. 2007 was voor Bram Vanparys ongetwijfeld het eerste van een hele rij topjaren. Ook Koen Gisen (levensgezel van An Pierlé, zowel privé als op muzikaal gebied én programmator in de Gentse Vooruit) kan daar mede verantwoordelijk voor zijn. Hij gaat namelijk achter de knoppen zitten voor het volgend jaar te verschijnen debuut van The Bony King of Nowhere. Een gesprek over het verleden en de toekomst, waar anders dan in de Vooruit.

Hoe hebben jullie 2007 ervaren?

Bram:
Voor mij is dat een heel gemakkelijke vraag om te beantwoorden: 2007 was het jaar waarin alles begonnen is, een superjaar. We hebben aandacht gehad in de pers, heel veel wijze podia gedaan, we hebben een booker gevonden, een geluidstechnicus in dienst genomen en met Koen zijn we al begonnen aan de pre-producties voor de plaat. In 2006 was er nog niets, in 2007 hadden we bij wijze van spreken alles. Echt super.

2007 volgens Koen Gisen en The Bony King of Nowhere
Koen: Ik heb Bram leren kennen in 2007 (lacht). Bij ons was het ook een heel tof jaar. Wij hebben nog getourd met onze plaat in Duitsland, Frankrijk, Nederland en ook in België. Tussendoor hebben we al een beetje gewerkt. We hebben ook muziek voor een film gemaakt. Eigenlijk gingen we een bande originel maken, dus alle muziek voor een hele film. Maar de producent wou per se in februari al uitkomen. Wij waren nog op tournee, dus dat kon niet en zo is het alleen de titelsong geworden.
Bram: En we hebben al wat aan de plaat gewerkt, al wat pre-productie gedaan.
Koen: Ja, sinds deze zomer.
Bram: Op regelmatige basis, de woensdag meestal.
Koen: Naschoolse opvang (lacht).

Wat was van al die dingen het leukste?
Koen: We hebben samen in Parijs gespeeld. We deden een tamelijk uitgebreide Franse tournee en toen was het niet gelukt om Bram mee te nemen. In mei hebben we ook in de Bataclan gespeeld, een grote zaal. Dat is minder tof, want als je in een grote zaal in Parijs speelt, dan moet alles goed zijn, vollen bak. Maar dan kom je thuis en denk je: “Dat was het niet, hé”. Het publiek en de pers vonden het goed, maar wat heb je voor jezelf gedaan, wat heb je van muziek gespeeld? En dus besloten we om het eens anders te doen. Parijs heeft een traditie van café cabaret en daardoor heb je in Parijs heel veel kleine zaaltjes. We hebben vijf shows gespeeld in Le Zèbre de Belleville voor ongeveer tweehonderd mensen per avond. Dat was superleuk. En toen probeerden we om Bram mee te nemen, maar dat bleek niet zo evident te zijn. Onze booker vindt het leuker om een eigen voorprogramma te zetten. Er was eerst nogal wat tegenwind, maar het is dan toch gelukt. Hier in België heb je altijd een voorprogramma en de mensen zijn meestal niet geïnteresseerd. In Frankrijk is dat anders. Er heerst een hele andere cultuur.
Bram: Wij hebben wel heel veel geluk gehad, want wij hebben nooit onbeleefde toeschouwers gehad. Het publiek van Laïs was bijvoorbeeld grote fan van ons, we hebben toen veel demo’s verkocht.
Koen: Natuurlijk, er was hier wel een beetje een gunstig sfeer. Er zijn toch veel mensen die jullie al kennen voor geen plaat uit te hebben. Dus dat helpt wel.

En wat was voor jou het absolute hoogtepunt, Bram?
Bram: Ik heb eigenlijk twee hoogtepunten. Het eerste is ook Parijs. De omstandigheden daar waren heel leuk. De mensen waarmee we samen speelden, waren ook super en we zijn met de band nog een weekje in Parijs gebleven en dat was ook de max. Het tweede hoogtepunt is dat ik eigenlijk veel liever in de studio zit op te nemen of thuis wat te prutsen dan live op een podium te staan. Dus het idee op zich is een hoogtepunt, weten dat ik kan werken aan mijn plaat, dat vind ik heel wijs.
Koen: Dingen maken is tof, hé. Dat is iets heel anders dan een optreden.

Doe jij dat ook liever dan op een podium staan?
Koen: Ja. Ik vind dat moeilijk om uit te leggen. Je hebt meer onmiddellijke voldoening als je iets maakt en je zit te prutsen. Uiteindelijk heb je iets waarvan je nooit verwacht had dat het dat zou kunnen zijn. Dat geeft een heel vervullend gevoel.
Bram: De voldoening die je hebt van dat nummer te schrijven... Bij mij gebeurt het schrijven van een nummer meestal op een uur. Eerst heb je niets en een uur later heb je iets waarvan je tevreden bent. Die voldoening kan ik nooit halen uit een concert.

Ook niet als het echt een enorm goed concert is en je krijgt veel respons van het publiek?
Bram: Ook.
Koen: Het is vreemd, maar je wordt dat gewoon. Ik wil niet arrogant zijn, maar na een tijd word je gewoon goed live. Wanneer je dat voelt en wanneer je makkelijk communiceert met mensen, dan word je ook een beetje gewoon dat dat zo is. Dat is iets voorspelbaarder.
Bram: Live kan er wel meer emotie aan te pas komen. Bijvoorbeeld het laatste concert dat we in Parijs moesten spelen, dat was het laatste voor een periode van zes maanden. De emotie die je dan in je muziek legt en heel dat romantische idee daarrond van een mooi jaar, dat kan ik dan weer niet hebben als ik aan het opnemen ben.

Wie was voor jullie de muzikale revelatie van 2007?
Koen: Ik programmeer hier ook en een aantal kleine nieuwe groepen interesseren mij wel. Ik zie ook oneindig veel dingen passeren die er niet uitspringen. Je krijgt dan twee normen voor kwaliteit. Bij de ene kan je de groep in je zaal laten spelen. Verder zijn er ook nog dingen die je gewoon thuis zou beluisteren. Een echt nieuwe revelatie zoals er vorig jaar veel waren, heb ik dit jaar niet. Veel toffe groepjes wel zoals Teenage Bad Girl en Blood Red Shoes. Maar dit jaar zijn er niet zoveel geweest. The Bony King of Nowhere natuurlijk ook.

Je zegt dat er een enorm aanbod is aan groepen. Er komt geen einde aan de resem nieuwe groepen. Hoe vind je dan als programmator dingen die waardig zijn om in je zaal te zetten?
Koen: Dat is wat ik bedoel. Je past je een beetje aan aan de realiteit. Er zijn ook veel slechte dingen en die zet je natuurlijk niet in je programma.

Kan je je persoonlijke smaak daarin laten meespelen?
Koen: Eigenlijk niet zo veel. Ik doe bijna nooit iets voor mezelf. Ik denk altijd aan anderen: wie help ik daarmee vooruit? Ik denk veel aan de mensen errond. Maar kwaliteit komt natuurlijk eerst, dat is het belangrijkste. Anderzijds zijn wij de AB niet. Die hebben veel meer mogelijkheden. Ik was al heel blij dat we Wilco hadden.
[pagebreak]
En bij jou, Bram?
Bram:
Ik heb minder ontdekt dan vroeger. Ik merk wel dat hoe meer ik bezig ben met mijn eigen muziek, hoe minder ik naar andere muziek luister. En dat vind ik heel ambetant eigenlijk (denkt lang na). Ik heb dit jaar wel Daniel Lanois leren kennen. Heel mooi.
Koen:
Vooral de laatste plaat, ‘Shine’, al is die natuurlijk al een jaar of vier uit. Maar we hebben het hier over het professionele luisteren omdat bepaalde productie-elementen ons interesseren. Dat is een andere manier om met muziek bezig te zijn. We hebben zo ook naar Rufus Wainwright geluisterd.
Bram:
Van Beirut ben ik ook erg onder de indruk, al is het ook wat te druk geproducet. Het is wel zot als je ziet hoe jong hij is. Hij ziét er ook zo jong uit. En dat maakt het zo magisch, vind ik. Zo een jonge gast, die zo’n muziek maakt met zo’n stem. Ik kijk daar naar op. Zo een jonge gast die al over heel de wereld speelt, dat is wijs.

Zach Condon is nu eenentwintig, jouw leeftijd. Zou je in zijn plaats willen zijn? Nu, op die leeftijd? G
aat hij dat de rest van zijn leven kunnen blijven doen? Hij zit nu al op een hoogtepunt.
Bram:
We weten niet hoe hij gaat evolueren, natuurlijk. Maar The Beatles en The Doors waren ook allemaal zo jong toen ze doorbraken. Geef toe, Beirut is toch iets nieuws. Dat zo’n muziek plots zo populair is, zelfs op de radio.
Koen:
Het gaat minder ver dan Sufjan Stevens bijvoorbeeld. Dat was vorig jaar of twee jaar geleden een revelatie. Sufjan Stevens, dat zou wel op Radio 1 kunnen, al is het toch geen toegankelijke muziek. Ik vind het wel vergelijkbaar, maar Beirut is toegankelijker. Mijn moeder vindt dat ook tof.
Bram:
Maar kan jij verklaren waarom dat dat zo is?
Koen:
Ja, ik hoor dat. Ik kan dat vrij goed zeggen. In dit geval ligt het bijvoorbeeld in het arrangement.
Bram:
Ik denk ook dat we in een goede periode bezig zijn. Plots zijn dingen zoals Arcade Fire en Wilco heel populair. Ik heb de indruk dat mensen weer wat naar echte muziek beginnen luisteren.
Koen:
Wilco bijvoorbeeld, dat speelt niemand op de radio. Eigenlijk is dat heel kortzichtig van radiomakers. Maar dat is ook een self-fullfilling prophecy. Binnen twee jaar vindt iedereen dat je iets goed niet meer op de radio vindt. Dat is moeilijk te zeggen.
Bram:
Ik denk dat er ook maar een bepaald soort publiek naar de radio luistert. Om even een voorbeeld te geven: het is vandaag De Tijdloze. Die lijst is echt absurd. Dat is totaal niet tijdloos, want Nirvana staat nog altijd op één terwijl Light My Fire eruit ligt.
Koen:
Dat is een idee dat je hebt over marketing hé. Je laat zogezegd de luisteraars beslissen wat er kan gedraaid worden. Maar ze gaan natuurlijk ook geen dingen draaien die zij niet zouden draaien. Dat is allemaal relatief. Maar ik hecht daar ook geen enkele waarde meer aan. Ik heb mijn eigen Tijdloze. Tegenwoordig moet je jongeren beïnvloeden met wat in de mode is en je mag natuurlijk weten wat in de mode is, maar...

Het is toch enorm moeilijk om niet beïnvloed te worden door wat in de mode is?
Koen:
Daar moet je echt kloten voor aan je lijf hebben.
Bram:
Maar wat is de mode?
Koen:
Neo-postpunk. Dansbare pop. Goose, dat is in de mode. Niet dat dat niet goed is, hé. Die mogen bij mij morgen komen spelen. Justice, Teenage Bad Girl. En voor een iets breder publiek: valse postpunk. Editors.

Bram, jullie hebben dit jaar een mooi aantal voorprogramma’s gedaan van onder andere An Pierlé & White Velvet, Zita Swoon en Laïs. Hoe kom je daar terecht. Hoe zijn jullie bijvoorbeeld met elkaar in contact gekomen?
Bram:
Mijn booker heeft een demo doorgespeeld aan jullie, zeker?
Koen:
Ja, en vanaf dan was ik verkocht. Dat was in maart al. En ik wou dan eens iets doen. Ik wou The Bony King meenemen als voorprogramma. Als je dan al eens iets kunt betekenen... Er komt wel veel bij kijken: bookers, agenten, managers.
Bram:
Meestal is het ook onze booker die dat allemaal regelt. Zo gaat dat, mond-aan-mond-reclame. Veel geluk hebben ook (lacht).
Koen:
Maar je bent ook wel handelbaar. Je bent geen moeilijke mens. Sommige groepen geraken gewoon niet aan optredens omdat het gewoon dwazeriken zijn. Omdat ze in de Afrekening staan, mogen ze de boel afbreken. Ik moet dat niet hebben.
Bram:
En dat bedoel ik dus met wat ik daarnet zei. Dat ik daar heel nuchter in blijf. Het is niet omdat ik op Pukkelpop heb gestaan, dat ik denk dat ik bij de top van België behoor.
Koen:
Ik denk ook niet dat je dat vooruit helpt.

The Bony King of Nowhere is dit jaar al veel van bezetting veranderd. Waarom?
Bram:
Omdat ik nooit tevreden ben. Een korte historie: eerst ben ik begonnen op mijn kamer met een zessporenrecorder en ik had zo al snel toffe dingen ontdekt: dat je met meer sporen kon werken, een gitaarlijntje hier en wat percussie daar. Allemaal in mijn eentje. Ik heb dan een keer mijn demo binnengebracht bij een café en ik mocht onmiddellijk komen spelen. Live moet je natuurlijk die meerdere sporen kunnen invullen en zo heb ik dan iemand gevraagd of hij wat gitaarlijntjes kon meespelen. Een optreden later zijn Cleo, mijn vriendin die nu nog bij de band zit, en twee andere gasten komen meespelen. Zij namen andere gitaarlijntjes en zang voor hun rekening. En dan hebben we nog een drummer gezocht. In januari ben ik met een schone lei opnieuw alleen begonnen en dan ben ik in een stroomversnelling terecht gekomen. Ik heb in ’t Stuk in Leuven gespeeld, alleen. In februari heb ik optredens gedaan met Cleo. Dat is zo gebleven tot en met het optreden met Daniel Johnston. Gerben is er iets later bij gekomen en Jan, de drummer, heeft er voor de zomerfestivals een kwartet van gemaakt. Dat is nu nog altijd zo. Het optreden op 1 maart in de Botanique wordt wel een solo-optreden.
[pagebreak]
Waarom dan weer solo?
Bram:
Omdat we met de plaat bezig zijn. Als ik bezig ben met optreden, kan ik niet ook nog eens creatief bezig zijn. Het is een gemakkelijkheidsoplossing. Tijdens de opnames wil ik niet met teveel andere dingen bezig zijn.

Koen, het ging al over uw job als programmator in de Vooruit. Zie jij eigenlijk zelf veel groepen die je hier programmeert?
Koen: N
ee, dat is ook geen vereiste meer. Let’s face it: we zijn geen A-zaal. Kurt (Overbergh) van de AB, die moet overal zijn. Maar dat is iets helemaal anders dan wij. Wij hebben veel minder kansen. Je moet ook rekening houden met de omgeving. Zo doe ik bepaalde beginnende Belgische bands met opzet niet omdat ik vind dat de Charlatan ook belangrijk is. Arquettes bijvoorbeeld, laat die eerst een paar keer in de Video of de Charlatan spelen.

Is dat dan iets dat je uit jezelf doet? Dat is niet in overleg?
Koen:
Nee. Dat is iets wat ik zelf beslis (lacht). Hier en daar neem ik nog wel een opdracht aan. Gent is ook niet groot. Het zou ook dom zijn om te gaan concureren met de AB want ik heb niet eens een twintigste van hun budget. Dat is iets heel anders. Wat ik hier eigenlijk doe is de gaatjes in de kalender opvullen. Hier gebeuren driehonderdtachtig dingen per jaar. Het zit hier barstensvol. En als daar eens een gaatje in valt, mag dat opgevuld worden met muziek. Het is dus allemaal eerder toevallig. Alleen in het Café kan ik nog wat schuiven. Ik heb zo al leuke dingen kunnen doen: CocoRosie, toen niemand hen kende, The Dears, dat soort dingen.

Ben je dan soms niet jaloers op Kurt Overbergh omdat hij veel meer mogelijkheden heeft?
Koen:
Hij heeft het ook gemakkelijk. Als ik bakken geld heb en een open kalender, dan kan je gewoon doen wat je wil. Maar dan nog heeft hij ook een aantal plichten. Ik denk ook niet dat je zijn job moet onderschatten. Maar hij kan natuurlijk veel meer schipperen met zo'n topzaal, een open kalender en veel geld. Natuurlijk is dat tof maar ik denk dat er wel een keerzijde is. Dit is op een bepaalde manier ook boeiend. Je moet heel creatief zijn met weinig middelen. We hebben een heel merkwaardige underdog-positie. Ik wil zelfs niet concurreren met de Handelsbeurs. Ik probeer te denken in functie van Gent. Je moet niet alles willen.

Ik kan mij voorstellen dat niet iedereen zo denkt.
Koen:
Misschien, maar dat is kortzichtigheid van programmatoren. Dat overleg in Gent zou er eigenlijk meer moeten zijn. Ik vind dat we meer stedelijk en gezamelijk zouden moeten werken. Als een groep één show mag spelen dan gaat die naar Brussel. Omdat je in een volle AB 1800 kaartjes kan verkopen. Hier zijn dat er 1200. Dat betekent dat een groep in Brussel ook met veel meer geld naar huis gaat. Dat is allemaal puur business.

Hoe krijg je dan bijvoorbeeld Wilco wel naar hier en niet naar Brussel?
Koen:
Omdat er geen plaats was in Brussel en ze een vrije dag hadden.

Dus als je een groep als Wilco hier krijgt, is dat gewoon geluk hebben?
Koen:
Puur geluk: Wilco, The Flaming Lips, Dinosaur Jr. Soms kan je wel lobbyen. We hebben Patti Smith gehad in een heel andere context. Maar dan was dat omdat "het project" voor haar belangrijk was en niet omdat ze een concert zou spelen.

Je hebt je job hier. Je speelt met An Pierlé en je gaat binnenkort ook nog eens producen. Waar haal je het meeste voldoening uit?
Koen:
Producen is heel tof maar zelf iets creëren ook. Dat ligt in elkaars verlengde, een deelvaardigheid die je aan een andere vaardigheid toevoegt. Ik zou dat ook niet voor iedereen doen. Zeker in België is dat een roemloze carrière. Wij hebben gewoon te weinig goede dingen. Dan zou ik ook te weinig tijd hebben om te werken aan een An Pierlé-project. Nu kan ik het perfect combineren met mijn werk hier in de Vooruit. Dat loopt door elkaar.

Je hebt enorm veel afwisseling.
Koen:
Ja en ik heb dat ook nodig.

Bram, jij wilt je ook volledig in de muziek storten. Heb jij dit soort afwisseling ook nodig?
Bram:
Ik denk het wel, ja. Maar omdat ik ook andere interesses heb, is dat nu al het geval. Het is niet zo dat muziek alles is voor mij. Ik heb nog andere dingen die ik ook graag doe. Ik kan een maand op reis gaan en ik ik zou mijn gitaar niet eens missen. Maar als ik dan thuiskom, ga ik onmiddellijk naar mijn gitaar grijpen. Je mag dat allemaal niet romantiseren. Als muziek het enige is dat er voor je bestaat, dan wordt het maar saai.
Koen:
Als je als artiest zo geniaal en "authistisch" bent dat je niets anders kunt dan is dat een handicap. En ik weet waar ik over praat.

Koen, jij werkt heel nauw samen met An. Jullie zitten vaak samen. Zou jij dat kunnen, Bram?
Bram:
Er is een verschil tussen Cleo en mij en Koen en An: iets creatief maken zoals Koen en An dat doen... ik weet niet of ik dat zou kunnen. Ik werk liever alleen. Ik zou teveel kritiek hebben. Dat zou niet lukken.

Wat denken of hopen jullie in 2008 te gaan realiseren?
Koen:
Een plaat maken met Bram en beginnen werken aan onze eigen plaat. Nu zal het twee maand tamelijk intens zijn en dan terug wat kalmer.  Maar tot aan de zomer zullen we daar zeker aan werken.
Bram: Het zal ook een wisselwerking zijn van producen, opnemen en gewoon songs schrijven. Ik moet nog veel nieuw materiaal uitwerken en schrijven.
Koen: Nog veel huiswerk maken (lacht).
Bram:
Nog veel creatief zijn. Door al die optredens kon ik dat niet omdat je zodanig veel bezig bent met optreden en repetities. Als je dan thuiskomt heb je echt geen zin meer om nog eens een gitaar vast te pakken.

Dus jullie kijken allebei erg uit naar 2008?
Bram:
Enorm. Maar voor mij wordt het ook erg spannend omdat het allemaal voor de eerste keer is: de eerste keer een plaat uitbrengen, mensen zoeken voor het artwork, enzovoort.
Koen: Dat is een avontuur met hoogtes en laagtes. Maar je moet er wel zin in hebben om dat met andere mensen te delen.
Bram: We hebben al het één en het ander gedaan en dat gaat allemaal heel natuurlijk.
Koen:
We hebben alleszins al enkele mooie resultaten.
← Terug naar overzicht