Wigbert - Nu Het Nog Kan
Petrol
Marc Goossens — 6 juni 2026

Wanneer de maker van één van onze favoriete Nederlandstalige albums aller tijden met nieuw werk voor de dag komt, dan spitsen wij altijd de oren. We weten namelijk dat hij nooit teleurstelt, en dat doet hij dus ook niet op 'Nu Het Nog Kan', een erg sterke, gevarieerde plaat vol muziek voor het hoofd en het hart, maar af en toe ook voor de benen.
We werden fan in 1995, maar we kenden hem natuurlijk al langer. De aimabele Wigbert Van Lierde was immers al een hele poos niet meer weg te branden uit de ether met Ebbenhout Blues, dé hit uit zijn debuut ‘Ticket In De Nachtkastla’, en met het swingende en jazzy Rob. Maar helemaal overstag gingen we bij zijn tweede album, het door Roland van Campenhout geproducete ‘Nieuwe Tatoeages’, met daarop de geweldige singles Rimpel en Sylvia, en onverslijtbare tracks als Val Niet In Slaap, Johanna/Joey, Rik (de albumversie, die we nóg beter vonden dan de eerder verschenen singleversie), en – vooral - Stem, Trein, Telefoon.
Na ‘Nieuwe Tatoeages’ volgden ‘Aan Alle Belgen’ (’96), ‘Altijd Wel Iets’ (’08), ‘Niet Gewoon’ (’12) en ‘Wij Twee’ (’19) - stuk voor stuk sterke albums, die allemaal goed waren voor minstens een half dozijn pareltjes. Het heerlijke ‘Nu Het Nog Kan’, dat vorige maand verscheen, is dus “nog maar” zijn zevende soloplaat in vijfendertig jaar tijd. Hoewel de Oost-Vlaming naar onze inschatting één van de bezigste bijen moet zijn in onze muziekbusiness (de lijst met samenwerkingen en “bijdrages aan” is schier oneindig), lijkt hij wat het uitbrengen van eigen werk betreft dus heel wat spaarzamer te zijn.
Dat is uiteraard geen kritiek, want de muze laat zich natuurlijk niet dwingen. Bovendien legt hij voor zichzelf de lat altijd erg hoog. Voor de fans zorgt dit ervoor dat elke "nieuwe Wigbert" iets is om naar uit te kijken, omdat ze onderhand wel weten dat hun geduld toch altijd wordt beloond met een erg mooi album. Onverwachts nieuw werk van Wigbert op de radio – of elders – horen: ook voor ons blijft dat het muzikale equivalent van de onbekende die plots je pad kruist tijdens een wandeling, en met een vriendelijke glimlach en een gemeende groet je dag helemaal goedmaakt.
Net als zijn voorgangers is ook ‘Nu Het Nog Kan’ weer een warme en menselijke Wigbert-plaat geworden. Het recept is intussen gekend, maar we lusten er nog altijd pap van: Nederlandstalige 24-karaatspop die knipoogt naar country, rock, folk en kleinkunst (Mysteries, Vriend, Koester Je), met af en toe een jazzy of bluesy toets (Wees Niet Te Streng Voor Jezelf) en hier zelfs één keer een uitstapje richting reggae (Klok).
Net als op zijn debuut en op ‘Aan Alle Belgen’ werkte Wigbert ook voor ‘Nu Het Nog Kan’ nauw samen met Wouter Van Belle. Die tekende niet alleen voor de productie, hij koos ook uit vierentwintig nieuwe liedjes de twaalf die op de plaat belandden, en voorzag ze van passende arrangementen en toetsenwerk. Andere vertrouwde namen in de hoesnota's zijn die van drummer-van-het-eerste-uur Marc Bonne en bassist Vincent Pierins, terwijl ook Gertjan Van Hellemont (gitaar, zang), Ewen Vernal (bas) en Amel Serra Garcia (percussie) een wezenlijke bijdrage leverden.
Met dit uitgelezen gezelschap legde Wigbert twaalf juweeltjes vast voor de eeuwigheid. Die nestelen zich van bij de eerste beluistering onder je schedeldak, alsof ze daar al jaren wonen (de prachtige opener Een Nieuw Begin voélt zelfs als thuiskomen). Toch zijn dit niet zomaar vlot verteerbare hapslikwegliedjes, die in een handomdraai in elkaar werden gezet. Er werd duidelijk met veel overleg en zorg gewerkt aan de structuren en aan de arrangementen. Er zitten veel, maar zeker geen overbodige details in de songs, en soms bleek het beste arrangement zelfs géén arrangement te zijn: het pakkende Om Jou - veruit het soberste liedje van de twaalf - is zowaar hét kippenvelmoment van de plaat.
Heel wat liedjes gaan over verzoening en aanvaarding, over loslaten en afstappen van de illusie dat alles maakbaar en te controleren moet zijn. Net door je over te geven aan de dingen die je overkomen, voel je je vaak het meest bevrijd, zo wist Wigbert onlangs te vertellen. Dat illustreert hij met rake, pakkende teksten. De teneur is hier even afwisselend als in de muziek, en gaat van bespiegelend (Nu Het Nog Kan) en mijmerend (Jongens Met Sterke Armen), over poëtisch (Iemand) en hartverwarmend (Koester Je), naar eerder speels (Jackson Pollock Heart) en grappig (Tante Lou). Hij zoekt het ook nergens te ver, maar houdt het heel herkenbaar. Letterlijk, want vaak doen de personages in de teksten ons denken aan mensen die we zelf echt kennen.
Persoonlijke favorieten? Die gaan we niet aanstippen, want daarvoor zijn deze twaalf liedjes ons inmiddels veel te dierbaar geworden. We zouden ook superlatieven te kort komen om ze hier allemaal evenveel eer aan te doen. Luister vooral zelf een (paar) keer naar deze plaat, want Wigbert is en blijft een topper, en deze plaat mag nu al een hoogtepunt van ons jaar en zeker ook van zijn eigen discografie genoemd worden.
