Wigbert
Als muzikant ben je de eeuwige leerling
Steven Verhamme — 21 mei 2026
Met zijn warme stem, doorleefde teksten en een carrière die al meer dan drie decennia omspant, blijft Wigbert Van Lierde een vaste waarde in de Nederlandstalige muziek. Begin mei verscheen zijn zevende album 'Nu Het Nog Kan', een plaat die dieper graaft dan ooit en waarin thema’s als verzoening, verlies en verbondenheid centraal staan.

Samen met producer Wouter Van Belle keert Wigbert terug naar de essentie: eerlijke songs die raken en blijven nazinderen. Wij spraken met hem over het nieuwe album, het creatieve proces en hoe hij vandaag naar muziek en het leven kijkt.
'Nu Het Nog Kan' klinkt als een heel bewuste titel. Wat betekent die zin op dit moment in je leven?
Wigbert Van Lierde: Het idee voor 'Nu Het Nog Kan' is ontstaan na een item dat ik op televisie zag over smeltende gletsjers in Zwitserland. Daarbij werd een jonge toerist geïnterviewd die zei: “We komen nog een keertje kijken, nu het nog kan.” Die zin bleef hangen, vooral door de dualiteit die erin zit. Enerzijds is er de bezorgdheid over de wereld waarin we leven, anderzijds bestaat het besef dat je ook moet genieten van het leven in het nu. Die spanning tussen zorg en genieten vond ik heel bruikbaar, die gedachte is verder blijven sluimeren en uiteindelijk uitgegroeid tot een nummer. Ook als albumtitel leek het passend: het idee dat je in het heden ervaringen verwezenlijkt, kansen kan grijpen en dromen mag waarmaken, nu het nog kan.
Hoe maak jij die albumtitel zelf concreet in je leven?
Ik ervaar dat sterk door het feit dat ik nog altijd muzikaal enorm gedreven ben. Als muzikant ben je de eeuwige leerling. Muziek blijft inspireren en ik merk dat ik daar ook voortdurend achteraan ga, ook al is het niet altijd simpel om dingen te realiseren. Dromen waarmaken of inspiratiebronnen omzetten in iets concreets vergt tijd en energie. Dat is waar ik soms over struikel, maar het blijft wel mijn grootste drijfveer, muziek maken in combinatie met ontmoetingen met anderen, vaak mensen die ik nog niet ken. Op een podium staan, samen experimenteren… dat zijn dingen die mij altijd hebben voortgestuwd en dat ook nog steeds doen. Die 'Nu Het Nog Kan' is voor mij ook een stok achter de deur: gewoon doen in plaats van er te lang over te blijven nadenken of alleen maar van te dromen. Het klinkt misschien weinig ambitieus, maar dat is het helemaal niet. Muziek maken vraagt net veel input en engagement. Je kan niet zomaar op een podium gaan staan en iets brengen. Je moet er echt over nadenken, erin duiken en het blijven voeden.
Het heeft ook te maken met inspiratie. Komt de muze nog vaak langs ten huize Wigbert van Lierde?
Inspiratie is overal. Je moet er wel echt tijd voor maken. Het is niet iets dat je er zomaar tussendoor even bij doet of waarbij je denkt: even snel contact maken met de muze en er komen tien goede songs uit mijn pen. Zo werkt het niet. Meestal zijn het eerder kleine dingen die me raken, wat ik zie of opmerk in mijn omgeving. Die beginnen zich dan langzaam te vormen, te kristalliseren in een aantal gedachten. Daar moet ik dan echt ruimte voor vrijmaken om er iets mee te doen. Na een tijdje ga ik dan mijn ideeën herbekijken, demo’s beluisteren, dingen hernemen. Ik neem ook veel muziek op tussendoor, terwijl ik aan het spelen ben. Kleine riffs die ik toevallig vind, melodieën die blijven hangen. Die voegen zich uiteindelijk samen tot een song.
Meestal las ik een schrijfperiode in. Deze keer was dat in Oostende. Een fantastische stad eigenlijk, in het appartement van een vriend waar ik mocht verblijven. Ik heb veel strandwandelingen gemaakt en toen kwamen de liedjes vlot naar boven. Sommige songs dienden zichzelf aan. Natuurlijk moet je daarna nog schaven en de puntjes op de i zetten, maar het creatieve proces verliep natuurlijk en vloeiend. Dat is net het mooie eraan: het gevoel dat die creatieve aandacht iets is wat je altijd bij je wil houden. Gewoon omdat het zo belangrijk is dat die ruimte er blijft om muziek te kunnen laten ontstaan.
Het album draait rond verzoening. Is het een bewuste keuze om een volledig album aan één thema op te hangen?
Veel liedjes op de plaat gaan over je verzoenen met je eigen moeilijke kantjes, met verlies, met mensen, met wat je hebt meegemaakt in het verleden, maar ook met wat je nog wil realiseren in de toekomst en wat je mogelijkheden zijn. We denken vaak dat we veel controle hebben over wat er in ons persoonlijke leven en in de wereld rondom ons gebeurt, maar eigenlijk is dat niet zo. Toch zie je dat veel mensen dat idee wel hebben: dat alles maakbaar is. Die gedachte lijkt vandaag bijna centraal te staan. Wat mij meer en meer bezighoudt, is net de overgave aan wat je overkomt en aan wat er is. Dat vind ik een interessant thema. Veel van de liedjes zoals Koester Je en Een Nieuw Begin gaan daarover: het loslaten van die illusie van controle en proberen vrede te vinden met wat zich aandient. Aanvaarden wat er is en daar misschien zelfs iets sterks of bevrijdends in vinden. Die hoop loopt als een soort rode draad doorheen alle liedjes.
Opvallend is dat je opnieuw samenwerkt met Wouter van Belle. Wat maakt die twee-eenheid anders dan bij jullie eerdere werk lang geleden?
Het was heel aangenaam elkaar in een productie te herontdekken. Ik ken Wouter al lang, we zijn altijd vrienden gebleven door de jaren heen. Een tijd lang gingen we elk onze eigen weg. Tussendoor werkten we regelmatig samen bij opnames. Wouter vraagt me af en toe nog als sessiemuzikant. Altijd heel fijn om te mogen doen. Voor elk nieuw album ga ik ook steeds met de songs bij hem langs om wat feedback. Die is altijd heel vriendschappelijk en leerrijk. Deze keer heeft hij mij uitgenodigd om de plaat bij hem op te nemen. Ik had vierentwintig songs geschreven. Hij heeft er twaalf uit gekozen. Het was zeker interessant, want ook daar zit je in een proces waarin je ideeën meebrengt over hoe je de muziek ziet, welke experimenten je nog wil proberen, welke connecties met andere muzikanten je wil leggen. Wouter had zoals steeds een duidelijke visie en plan. Het was fijn om die weg te bewandelen en te ontdekken waar die je brengt.
Hoe hebben jullie samen aan het album gewerkt?
Elke producer heeft zijn eigen techniek en manier van werken, ik ben zelf ook dingen gaan verkennen en mijn eigen producties beginnen verzorgen. Deze keer kwamen we opnieuw samen met alle ervaringen van de laatste twintig, dertig jaar en vooral met onze vriendschap als centraal punt. Dat heeft geleid tot een heel fijne samenwerking. Ik heb Wouter veel ruimte gegeven, want een album maken is een groot engagement. Dat is iets waar je je een lange periode volledig aan wijdt. Die ruimte heeft een producer nodig om zijn intuïtie te volgen en te doen wat hij muzikaal interessant en mooi vindt. Dat is iets wat ik alleen maar kan waarderen. Wanneer je mensen de kans geeft om te experimenteren en hun fantasie los te laten, komen er vaak de meest interessante dingen uit. Dat heeft Wouter ook zeker volbracht op dit album. Het hele proces is heel vlot en aangenaam verlopen. Er is tijd overheen gegaan, omdat we dat nodig vonden en omdat hij en ik allebei met andere projecten bezig waren. Uiteindelijk is het, denk ik, een heel mooi album geworden.
Je beschrijft het album als iets heel persoonlijks. Was er een song die emotioneel het moeilijkste was om te schrijven of op te nemen?
Om Jou gaat over het verlies van een vriend. Je weet hoe dat gaat: je hebt mensen in je leven waarvan je denkt dat je elkaar volgende maand of volgend jaar wel weer terugziet, maar in dit geval was dat niet zo. Ik had dat nummer net geschreven, kort na het nieuws dat iemand zijn eigen moment had gekozen om te sterven. Dat bleef heel erg hangen, omdat die persoon immens vereenzaamd was geraakt in de context van de coronacrisis. Wanneer je dan samenkomt om afscheid te nemen, zie je alle vrienden en familie. Dan is er een eerbetoon waarvan je je afvraagt: had dat niet vroeger mogen gebeuren? Op een moment dat die persoon er nog was? Dat zet heel veel denkpatronen in gang. Ik heb Om Jou thuis opgenomen, gewoon als demo. Wouter vond die versie zo mooi dat hij net die opname heeft gebruikt voor de plaat. Er bestaat maar één versie van dus.
De single Een Nieuw Begin moet het album als visitekaartje in de picture zetten. Is het een nummer dat de toon zet voor het hele album, een symbool voor een nieuw hoofdstuk in je carrière?
Elk album zie ik als een nieuw hoofdstuk. Een plaat is een samenvatting van een periode waarin je van alles hebt meegemaakt. Het is een niet onaangenaam lang en traag werkproces. Bij het vormgeven aan de teksten is het voortdurend zoeken naar die "sweet spot" tussen humor, ontroering en poëzie. Ook tracht ik te vermijden dat ik mezelf herhaal. Het is een samenvatting van vier, vijf jaar waarin je rondloopt, dingen opneemt en die uiteindelijk filtert tot een twaalftal songs. Ik ervaar het telkens als een nieuw begin, een nieuwe periode met nieuwe mogelijkheden. Tegelijk neem je jezelf natuurlijk altijd mee: je beperkingen, je eigen manier van kijken, dingen die typisch van jezelf zijn. Dat vind ik interessant, al kan het soms ook frustrerend zijn, zeker wanneer mensen zeggen dat het "weer hetzelfde" is. Voor mij voelt een album als een nieuwe fase die vertrekt en dan ga je met de liedjes op tour en breng je die naar een publiek. Dat blijft telkens een ontdekking. Net dat moment maakt een album uitbrengen mooi en spannend.
Je hebt al een parcours van zeven albums achter de rug. Hoe verschilt je manier van werken vandaag tegenover het begin op vlak van teksten en muziek schrijven?
Omdat ik nu op een ander punt sta in mijn leven, ervaar ik het schrijven toch anders. In het begin leek Engels de logische keuze. Ik was erg "into American music" en Engelse, Angelsaksische muziek. Het Nederlands ontdekken was voor mij een lang proces waarin ik me uiteindelijk comfortabel ben gaan voelen. En het blijft nog steeds groeien. Ik vind het Nederlands nu een prachtige taal, maar in het begin was het moeilijk om er bijvoorbeeld een liefdeslied in te schrijven. Ik botste voortdurend op clichés. Iets in een originele taal vatten en daar de juiste woorden voor vinden werd gaandeweg meer en meer comfortabel. Liefdesliedjes schrijven blijft belangrijk. Er kunnen er nooit genoeg van zijn. Als je een invalshoek vindt die vertrekt vanuit waarheid, echtheid en de dingen die je voelt, meemaakt en rondom je ziet, ontdek je steeds iets nieuws. Dat is altijd het vertrekpunt: dat kleine lichtje dat aanfloept in je hoofd waarvan je denkt: dat is interessant, daar wil ik dieper op ingaan. Het blijft een fijn leerproces om telkens opnieuw te verkennen en met overgave en zorg uit te werken.
Je schrijft over de onrustige tijd waarin we leven. Hoe maak je die maatschappelijke gevoelens persoonlijk en toegankelijk zonder dat het te beladen wordt?
Speelsheid erin brengen is heel belangrijk, naast het creëren van een zekere openheid. Dat zijn twee essentiële elementen. Je hebt songs met een duidelijk thema, iets wat centraal staat, maar je hoeft ook niet te veel uit de weg te gaan wanneer je voelt: er zijn dingen die gezegd dienen te worden, dingen die op tafel mogen komen, wat om je heen leeft of waar je zelf mee rondloopt. Voor mij is het gebruik van open zinnen, van poëzie, van elementen die bezorgdheid oproepen, ontroering of humor, net een manier om iets te laten ontstaan waar beweging in zit. Waarin denkruimte en verbeelding voor de luisteraar mogelijk is. Poëzie is daar een perfect middel voor, als je het zo mag noemen, al zijn liedjesteksten natuurlijk geen pure poëzie, maar wel een andere manier om met taal om te gaan die ik toch probeer te implementeren. 'Nu Het Nog Kan' is geschreven vanuit het ik-perspectief. Je stelt jezelf daarbij ook als kwetsbare figuur op binnen die denkwereld. Een interessant proces om te onderzoeken in songs. Vertellen vanuit een ik-persoon, die niet noodzakelijk letterlijk over jezelf gaat, opent heel wat mogelijkheden, van zelfspot tot mildheid. John Lennon deed dat heel vaak: hij schreef in de ik-vorm, maar het ging over de hele wereld. Het is een manier van schrijven die veel ruimte laat voor interpretatie.
Je muziek straalt altijd veel warmte uit naast een grote brok melancholie. Zie je jezelf als iemand die troost wil bieden met de muziek of is dat niet je core-business?
Troosten enkel met muziek is niet eenvoudig. Ik hoop iets aan te brengen waardoor mensen zich aangesproken voelen. Live spelen is de ultieme test: kijken hoe de liedjes landen en wat de reacties zijn. Je merkt toch dat je dingen kan aanraken waar heel wat mensen mee bezig zijn in hun gedachten, maar die ze nog niet per se in woorden hebben kunnen vatten. Als je dat dan samenbrengt met een groep enthousiaste muzikanten achter je en je hebt een reeks songs waarmee je samen iets kan losmaken met het publiek, is dat iets bijzonders. Ik hoop dat het troost biedt, dat mensen er iets aan hebben, dat het deugd doet. Tot nu toe lukt dat aardig en dat is heel fijn, het geeft de energie om te blijven spelen. Troost bieden is wellicht vooral ruimte scheppen met mensen in kleine kringen, tussen twee personen, met je zoon of dochter, met je ouders, met wie je tegenkomt. Luisteren, ruimte maken voor elkaar en wat bewegingsvrijheid creëren. Mooi als dat kan gebeuren, zowel op een podium als ernaast. Zeg maar: in het gewone eenvoudige leven.
Is het podium nog altijd het summum voor je of vind je het maakproces en het opnemen van liedjes in een studio evenwaardig?
Het zijn verschillende processen. In de studio word je meer geconfronteerd met jezelf, terwijl de samenwerking met zeer bekwame muzikanten als Mark Bonne, met wie ik al van in het begin werk, steeds een interessante ontdekking en uitdaging is. Het zijn ook gewoon zalige momenten in het hele traject. Het is spannend, want er hangt veel af van die korte intense tijd waarin je samenwerkt. Ik zou het niet willen missen, maar uiteindelijk blijft het spelen voor een publiek absoluut op nummer één staan. Dat is het doel van een muzikant: daar gebeurt het. Die wisselwerking tussen band en publiek, live op het podium, daar geniet ik steeds meer van. In de beginjaren had ik soms de indruk dat er verwachtingen waren, dat er zoiets als "regels in entertainment" zijn, wat ook bij het vak hoort, maar die ik soms moeilijk vond om te interpreteren.
Alles vertrekt vanuit wie je bent en hoe je dat graag wil brengen. De entertainmentwereld gaf soms de indruk dat die invulling bepaalde patronen vereiste. Dat heb ik gelukkig achter me kunnen laten om gewoon het eigen pad te volgen. Dat was het belangrijkste, de muziek mag vertrekken vanuit persoonlijke expressie die bij je hoort. Zonder te veel compromissen in de zin dat je je moet schikken naar wat zogezegd verwacht wordt van een muzikant op een podium. Misschien klinkt dat niet altijd even duidelijk, maar dat was wel de moeilijkste confrontatie. Media zijn vaak een andere wereld dan muziek maken. Muziek vertrekt veel meer vanuit intuïtie, vanuit je openstellen zoals in blues of jazz. Je hebt een ontmoeting, je hebt een publiek en er kan van alles gebeuren. Net dat pad volgen, blijft voor mij het mooiste.
De muziekwereld heeft natuurlijk ook een commerciële en showbizzkant. Voel je je altijd thuis in die omgeving?
Voor mij is het belangrijkste dat je bij jezelf kan blijven. Van daaruit ontstaan de meest interessante dingen, dat zie je ook bij veel artiesten. Dat zelfvertrouwen ontwikkelen, het gevoel dat je iets kan neerzetten waar je volledig achter staat, is een enorme kracht en drijfveer. Wanneer ik iets creatiefs doe, in de studio of op het podium, vertrek ik altijd vanuit dat innerlijke kompas, een soort contract met mezelf. De plekken waar ik speel of gevraagd word, sluiten daar meestal ook bij aan. Dat voelt dan juist. Voor mij blijft het essentieel om altijd vanuit die eigen basis te vertrekken, in welke context dan ook. Het stemt me gelukkig als dat nog steeds goed lukt en kan.
Wigbert Live:
12-07-2026: Middagconcert "Zomer In Retie", Retie 31-07-2026: "Beleuvenissen", Leuven 11-10-2026: "Wigbert & Gert Jacobs" Molenveld 1/C, Elewijt 09-12-2026: GC De Wildeman, Herent 09-01-2027: CC De Fabriek, Sint, Lievens Houtem 23-01-2027: "Arscene", Hansbeke 26-02-2027: "Zaal Sport & Spel", Ruislede
