Vinny Peculiar - The Curse Of You Know Who
Shadrack & Duxbury
Marc Goossens — 18 oktober 2026

Zestien platen lang al verblijdt Vinny Peculiar ons met zijn messcherpe, veelal humoristische observaties en bitterzoete ontboezemingen, verpakt in uitgekiende gitaarpop- en rock. Nog nooit stelde hij ons teleur, want zelfs zijn vorig jaar verschenen "afleggertjescompilatie" 'Things Too Long Left Unsaid' was zonder meer een straf album. Ook op ‘The Curse Of You Know Who’ serveert de bard uit Bromsgrove weer tien heerlijke brokken muziek voor het hoofd, het hart én de benen.
We hebben het ons nog geen seconde beklaagd dat we jaren geleden, op een landerige zaterdagmiddag, het internet afspeurden in de hoop enkele nieuwe, interessante muziekjes te ontdekken, tot we plots op een aantal intrigerende songtitels stuitten. Iemand die zijn liedjes titels meegaf als Jesus Stole My Girlfriend, Confessions Of A Sperm Donor, We Didn't Paint Our Nails When We Fought The Germans, Kiss Me (I'm A Social Worker) en Bambi Jehovah, die moésten we toch dringend leren kennen? We werden die dag dan ook fan voor het leven van de man die ooit ex-leden van The Smiths overhaalde om mee te doen op zijn platen, en met Paul “Bonehead” Arthurs van Oasis even de band Parlour Flames vormde.
Sinds zijn debuut ‘Gone’ uit 1997 is het aanzien van de wereld al een paar keer grondig gewijzigd, maar Vinny Peculiar kijkt nog altijd met dezelfde blik naar wat er om hem heen gebeurt: gezond kritisch, mild ironisch, en niet te beroerd om ook zichzelf over de hekel te halen. Dat doet hij sinds het van nostalgie naar het oude, Engelse dorpsleven doordrongen ‘Down The Bright Stream’ (’15) met platen, waarop telkens één thema de rode draad vormt. Die thema’s zijn niet lukraak gekozen, want er is altijd wel een verband met zijn persoonlijke leven of met de dingen waar Alan Wilkes – de man achter Vinny Peculiar – mee worstelt.
Na zijn ervaringen als psychiatrisch verpleger (‘Silver Meadows (Fables Of The Institution'), de terugkeer naar zijn geboortestreek (‘Return Of The Native’), post-Brexit Engeland (‘While You Still Can’), een ode aan de kunstwereld (‘Artists Only’) en de opkomst en ondergang van de hippiecultuur (‘How I Learned To Love The Freaks’) leidt hij ons nu rond langs allerhande complottheorieën die als giftige paddenstoelen uit de grond schieten op het wonderlijke wereldwijde web. Van misleiding en desinformatie in zijn dagelijks bestaan, over broodje-aapverhalen die al zo lang de ronde doen dat ze voor waar worden aangenomen, naar zelfverzonnen en van de pot gerukte theorieën: ze passeren allemaal de revue. Spoiler alert: 11 september (tevens de datum waarop de plaat dit jaar verscheen) is er niét bij...
De meeslepende opener The Curse gaat over hoe waarheid, desinformatie en zelfbegoocheling in onze door digitale prikkels overspoelde breinen onder elkaar een robbertje uitvechten, met als inzet een zo groot mogelijk deel van de koek te bemachtigen. De melodieuze gitaarpopsong Billy Liar is een ode aan de gelijknamige roman (en verfilming), waarin het verveelde hoofdpersonage – als een koning van de alternatieve feiten - wegvlucht in dagdromen en fantasieën, met zelfs een eigen, verzonnen koninkrijk. Kathy Perry In Space is dan weer geen verzinsel, want anderhalf jaar geleden ging zij wel degelijk gedurende elf minuten écht de ruimte in, maar hier zijn het vooral het mediacircus errond en het hippe influencergedoe die op de korrel worden genomen.
De titels AI Girlfriend (broeierige postpunk), Wormhole (lome janglepop) en Flat Earth (frisse new wave) laten er geen twijfel over bestaan: in de eerste – nogal tragikomische - song gaat iemand daadwerkelijk op zoek naar liefde bij een kunstmatige “vriendin”, in de tweede wordt er een link gelegd tussen het online zoeken naar alternatieve werkelijkheden en “wetenschappelijke” theorieën over geheime portalen en wormgaten, in de laatste kruipt Peculiar samen met enkele wetenschappers in een internationaal ruimtestation, en stelt hij hoofdschuddend vast dat er nog steeds lieden zijn die menen dat de aarde plat is.
In Runcorn Abductions (dat wat doet denken aan Pulp) is een duf, ingeslapen stadje in de buurt van Liverpool het decor van ontvoeringen door buitenaardse wezens, ergens in 1973. De protagonist in New Dark Ages heeft lak aan al die technologische nieuwlichterij, zweert trouw aan zijn meer dan twintig jaar oude iPod en correspondeert op ambachtelijke wijze - met pen en papier - met zijn vriendin. Muzikaal vertaalt zich dat in een heerlijk dolle song met een catchy groove en ouderwetse hardrockgitaren.
In de laatste twee songs van het album keert Vinny Peculiar terug naar zijn jeugd. De titel The Velvets verwijst dan wel naar The Velvet Underground, muzikaal wijst het kompas eerder Pink Floyd en Yes aan. Je zou ook voor minder het noorden kwijt zijn door de bedwelmende dampen van de pretsigaretten die toen werden gerookt op dat grasveldje, even buiten de stad. In de epische afsluiter Moon Landing breit hij een psychedelisch klankentapijt met zijn eigen herinneringen aan de eerste maanlanding, de fabel dat dit alles zou in scène zijn gezet door regisseur Stanley Kubrick én de stadslegende dat de man die dit alles aan de grote klok hing nu al jaren ondergedoken leeft omdat de autoriteiten hem willen liquideren.
Vinny Peculiar heeft zich naar eigen zeggen flink laten gaan tijdens het maken van deze plaat. Niet alleen in de geweldige teksten, ook muzikaal staat het erg gevarieerde ‘The Curse Of You Know Who’ vol oorsnoepjes waar we maar niet genoeg van krijgen. Bovendien laat hij in alle songs horen wat een creatieve en veelzijdige gitarist (in het bijzonder) en muzikant (in het algemeen) hij is, want hij speelde en arrangeerde de hele plaat nagenoeg helemaal zelf. Dat maakt het allemaal natuurlijk nóg straffer.
U heeft het ondertussen wel begrepen: deze zestiende plaat is véél meer dan zomaar een zoveelste “Vinny Peculiar by numbers”, dit is gewoon Vinny Peculiar op zijn best.
