Tomahawk - Anonymous
Ipecac Recordings
Ewoud Beirlant — 8 november 2008

Mike Patton zal altijd een beetje de branievolle zanger van Faith No More blijven. Maar al wie de laatste jaren goed opgelet heeft, weet dat hij al lang veel meer is dan dat. In 2003 blies hij zijn muzikale carrière nieuw leven in door ons omver te blazen met Tomahawk. Daarna wist hij schoon volk als Norah Jones te strikken voor zijn Peeping Tom. En alsof dat nog niet genoeg is, runt hij ook nog eens zijn eigengereide Ipecac Records, de thuishaven van groepen als Isis, Melvins, Hella en Unsane. Nu is hij er terug met Tomahawk, ditmaal om de groepsnaam alle eer aan te doen.
Het hoofdthema van 'Anonymous' is de, haast uitgestorven, Indiaanse cultuur en haar anonieme auteurs. Het was gitarist Duane Denison (ex-Jesus Lizard) die al tourend wel eens terecht kwam in een indianenreservaat. Hij constateerde er tot zijn spijt dat de Indiaanse muzikanten hun muzikale erfgoed weinig eer aandeden. Ze klonken te Westers. Hij besloot dan maar zelf op zoek te gaan naar de bron, de originele Indiaanse liederen en hun betekenissen.
De ontdekkingen van Duane werden vervolgens volgens het Tomahawk-procédé omgezet in hedendaagse, eigenzinnige songs. Verwacht u aan warse gitaren, strakke ritmesectie, onconventioneel synthesizer-gebruik en sterk afgelijnde vocals. En dat alles op de melodieën van Indiaanse strijdliederen, vreugde- en regendansen. Faut le faire.
De plaat opent toepasselijk met het dreigende War Song. De donkere, onweerachtige vooravond van een komend conflict wordt hier schrikwekkend goed van klank voorzien. Tijdens het daaropvolgende Mescal Rite 1 toont de groep hoe zij twee vooralsnog gescheiden culturen willen vermengen. De indiaanse melodie, een sporadisch indiaans fluitje en de kenmerkende ritmes worden behouden maar krijgen gezelschap van overstuurde gitaren, psychotische synths en de losgeslagen stembanden van Mike Patton.
Zo gaat het 13 nummers lang door, zonder in herhaling te vallen. Op zich is elke song een meesterlijk toonbeeld van originaliteit, zonder de originelen daarbij oneer aan te doen. De plaat wisselt bovendien heerlijk van stemming: nu eens dreigend, droef of opgewekt en dan weer hyperkinetisch, episch, tragisch of geniepig.
Dat kan echter niet verhelpen dat we ons afvragen of een volledig album herwerkte Indiaanse songs niet wat te veel van het goede is. Misschien was het beter om deze songs in een album te verwerken waar ook plaats is voor Tomahawk oude stijl. Die indiaanse liederen drijven immers allen op een sterk gelijkaardig basisritme, hoe divers de Tomahawk-aanpak ook moge zijn. Daarom duurt het even (twintigtal luisterbeurten) voordat je elke song echt naar waarde kan schatten. Maar eens daar gekomen opent zich een waarlijk wondere wereld.
'Anonymous' is, alles tezamen genomen, een zware maar uiterst boeiende plaat die een voor onze tijden ongewoon maar beloftevol geluid laat horen. Het actualiseert en respecteert een verloren gewaande cultuur en opent tegelijk nieuwe deuren voor hedendaagse artiesten. Wees dus niet verwonderd als anderen er een gelijkaardige aanpak op zullen nahouden. Standaardplaat.
