The Small Ships - Nothing Golden
Kowzi Tunes
Marc Goossens — 24 september 2026

Voor uitgekiende, toegankelijke folk-, roots- en indiepopsongs met net dat tikkeltje meer, bent u bij The Small Ships aan het juiste adres. Met ‘Nothing Golden’ levert het duo immers een erg fraaie tweede langspeler af, die we u graag en warm aanbevelen.
De thuishaven van The Small Ships is Mechelen, de stad die de laatste jaren wel meer interessante – én niet te missen – bands en soloartiesten heeft voortgebracht. We denken dan onder (veel) meer aan Berang, Lien Schoeters en Argonaut, die dit jaar al geweldige albums afleverden, maar ook aan de vloot (post)metal-, (post)rock- en indiebands die gestaag binnen- én buitenlandse podia veroveren. Het feit dat ook het livecircuit stilaan op kruissnelheid begint te komen, kan die ontluikende Mechelse scene alleen maar ten goede komen.
Uit Aberdeen, Schotland kwam jaren geleden singer-songwriter Kenneth Brownlie aangespoeld in de Dijlestad. In eigen land was hij al langer muzikaal actief, maar pas wanneer hij in Mechelen multi-instrumentalist en producer Olaf Janssens leerde kennen, vervelde het alter ego The Small Ships tot de band The Small Ships. De twee vormen de perfecte tandem, want de veelzijdige Janssens (zie: Satellite City, Kowzi, Munter Foss, Lien Schoeters) is de geknipte persoon om Brownlies persoonlijke liedjes en herkenbare teksten te voorzien van de passende muzikale uitdossing.
Twee jaar geleden verschenen op Janssens’ eigen label Kowzi Tunes de singles Circus en Potato Song, die even later ook op het zeer sterke, titelloze debuutalbum stonden. Ook de komst van de opvolger werd afgelopen zomer al aangekondigd door Moneyfiller en End Of The Road, twee als erg uitnodigende, prikkelende singles verklede herauten, die meteen het beste lieten verhopen voor ‘Nothing Golden’. The Small Ships bevestigen op de tweede plaat niet alleen al het goede van die eersteling, qua sfeer en arrangementen klinkt ‘Nothing Golden’ ook nog rijker en gevarieerder.
De plaat opent en eindigt met een song over vriendschap. Daarmee hebben we alle overeenkomsten tussen beide tracks gehad, want opener Pick Up The Phone en Those Not Willing To Change zijn op alle andere vlakken elkaars tegenpool. De eerste begint de plaat eerder lichtvoetig, met een jazzy toets, en is een ode aan vriendschappen die de tijd trotseren en waarbij je aan minder dan een half woord genoeg hebt om elkaar te verstaan. In de melancholieke, ietwat filmische afsluiter zijn de vrienden van weleer daarentegen zodanig uit elkaar gegroeid, dat ze elkaar in feite niets zinnigs meer te zeggen hebben.
Ook in de acht andere liedjes vertelt Brownlie voor iedereen herkenbare verhalen over vriendschap, liefde, dankbaarheid, afstand, twijfel en verlies, maar ook over de impact die verandering heeft op de relaties tussen mensen. Wanneer we te hard willen vasthouden aan wat ooit is geweest en niet inzien dat mensen – en omstandigheden – veranderen, zullen we vaker dan ons lief is teleurgesteld worden. Maar het is niet al kommer en kwel; er zijn dus ook relaties en vriendschappen die wél moeiteloos standhouden, en ook die komen hier aan bod.
Zo leven we – haast letterlijk – mee met de twijfels van de ik-figuur in het weemoedige Something In My Eye en de hartenpijn in het verstillende Whilst You Sleep In California, en krijgen we een krop in de keel bij de aanvaarding van verlies (en tegelijk de gevoelens van dankbaarheid) in het sobere, bloedmooie More Than I Got en bij het droefgeestige, berustende End Of The Road.
Aan de keerzijde van de medaille voelen we ook vlinders in de buik bij de openlijke, ongeremde liefdesverklaring Loveblind, kunnen we onze benen moeilijk in bedwang houden bij de onweerstaanbare popparel I Don’t Mind, en tekent zich steevast een glimlach af op de lippen als we Moneyfiller horen (met een tuba die ons telkens weer doet denken aan een zelfvoldane, burpende bobo die net zijn zakken én zijn maag flink heeft gevuld).
De kern van de liedjes blijven de wendbare, veelzijdige stem en de (akoestische) gitaar van Kenneth Brownlie, die zich laten omwikkelen door de bas, piano, toetsen en drums van Olaf Janssens, die ook de backing vocals verzorgt. Zonder al te buitenissige vocale uithalen laat Brownlie verschillende facetten horen van zijn stem, die passen bij de stemming en de inhoud van de songs, en extra in de verf worden gezet door de arrangementen.
Dit alles samen maakt - net als de knappe, heldere teksten - van ‘Nothing Golden’ een oprechte, geloofwaardige en vooral erg mooie plaat.
