Daan - Ink
Polymoon
Jürgen Magerman — 29 september 2026

Daan bouwt al enige decennia aan een eigen muzikaal universum met een lichte surrealistische toets. Op zijn nieuwste plaat verkent hij verdere grenzen met een geluid dat mijlenver afstaat van zijn eerder vertrouwde repertoire. Hierbij duikt onze dandy troubadour zowaar negentig jaar terug in de tijd. Dit album is opgevat als een liefdevolle ode aan “The Ink Spots”, een monumentale groep wiens glorie helaas ten prooi is, of toch tenminste na deze plaat was, gevallen aan de genadeloze tand des tijds.
Voor wie zijn muziekgeschiedeniskennis wil bijspijkeren: The Ink Spots scoorden in de Dirty Thirties en nadien wereldwijde faam met een eclectische cocktail van pop, jazz, r&b en doo-wop, gedragen door het typerend stemgeluid van leadzanger Jerry Daniels en iets later Bill Kenny. Het muzikaal collectief, met een doorheen de tijd vrij wisselende bezetting, was razend populair bij zowel blank als zwart en kreeg zowaar een eigen plek in de Rock and Roll Hall of Fame. Hun muziek belichaamt een ietwat naïeve interpretatie van hunker naar romantische liefde als antidoot tegen de uitwassen van Amerika’s Great Depression, dit alles tegen de achtergrond van de toenmalige oorlogsdreiging. Handelsmerk van The Ink Spots: een soortgelijk intro-rifje dat zowat elk nummer opent. Sinds de band er in 1954 de stekker uit trok, was het nadien een komen en gaan van vele gelegenheidgroepjes die vrolijk met dezelfde naam koketteerden, al dan niet in gezelschap van één van de originele bandleden.
Onze ondertussen zelfverklaarde neocrooner Daan blaast nu het stof van deze muzikale erfenis. En hoe! Waar Jerry Daniels en Bill Kenny beschikken over een eigen, relatief hoog falsetto stemgeluid, blijkt de lagere, ietwat nasaal warm-ruwe stem van Daan zich zowaar perfect te lenen tot het performen van het beste werk van deze groep. De plaat werd fijntjes old-school ingeblikt in Daan’s eigen huisstudio, met een geïmproviseerd gelegenheidscombo. Contrabassist van dienst Fré Madou trommelde doorwinterde jazzgitarist Bruno De Groote (ex-dEUS) op om het duo te vervoegen. Al hadden we er misschien stiekem ook graag Isolde Lasoen bij gehoord als serene backvocal bij enkele songs. Het resultaat? Het album is doordrenkt van zeemzoete, feelgood pathos met een gapend, eenzaam en nostalgisch kantje in typerende jaren ’30 stijl met Daantwist. Single We Three (My Echo, My Shadow and Me) is daar zowaar het perfecte voorbeeld van, net als opvolger I Don’t Want to Set the World on Fire. De plaat als geheel werpt zich op als ultieme soundtrack voor de perfecte luie zondagochtend: een vers eitje op het bord, een kraakverse pistolet doppen in verse koffie – of thee, een krant in de hand, een snorrende kat op de schoot en de laatste warme zonnestralen van het jaar die door het raam vallen.
Het contrast van de sfeer die de nummers oproept met het opmerkelijke, dystopische artwork zet dan weer de eenzaamheid en de zoektocht naar ware liefde kracht bij, hetgeen tekstueel de rode draad blijkt uit de nummers die op de plaats werden opgenomen. I’ll Never Smile Again is het nummer dat mogelijks het meest tristesse en breekbaarheid uitademt en toch op één of andere manier aan lichtvoetigheid wint door het begeleidende instrumentarium.
Java Jive mist misschien naar eigen aanvoelen een wolkje vrouwelijke vocalen, ter bevordering van het doo wop- gehalte, alhoewel het refreintje zowaar de rest van de dag door het hoofd blijft spoken. Prisoner of Love wordt dan weer zo gebracht alsof het nummer regelrecht uit het repertoire van Daan zelf lijkt te komen. Ook Whispering Grass krijgt een make-over die het nummer perfect doet passen in het Daan-universum.
Dit album dient meteen als geslaagde prelude voor Daans theatertournee die loopt van de winter van ‘26 tot de lente van ‘27, waar hij op pad gaat met Isolde Lasoen en Jean-François Assy, in afwachting van een nieuwe plaat met eigen werk. Benieuwd welk parallel universum Daan ons dan weer voorschotelt!
