The North Sea - Exquisite Idols
Type
Tom Wouters — 8 november 2008

“Tuurlijk bestaan kabouters en elfjes.” Lap, zelfs ons kleine nichtje is er al aan voor de moeite. Toen we haar onlangs in een discussie ervan probeerden te overtuigen dat sprookjes waar zijn, keek ze ons als de eerste de beste verontwaardigde R&B zangeres aan, en sprak de magische woorden: “Whatever.”, waarna ze ons geen blik meer waardig gunde. Ontredderd bleven we alleen achter. Gelukkig was er nog het nieuwste album van The North Sea om ons weer op adem te doen komen.
Aan de explosie van neo-folk plaatjes, met hun wortels diep in de psychedelische kleigronden van ons aller Moeder Aarde, komt voorlopig geen einde. Wij weten niet of dat aan hen of aan ons ligt. Misschien wordt er al jaren zulke muziek gemaakt, en zijn wij het die pas komen piepen in deze scene.
Ook Brad Rose, eigenaar van het Drone en Psychlabel Digitalis Industries, gaat met zijn nieuwste release ‘Exquisite Idols’ met beide voeten van de grond. Zweverige free folk zoals het Gentse Kraaklabel die ook graag heeft. Deze plaat komt echter uit bij het electronicalabel Type records. Dat lijkt misschien wat vreemd, al zien we er ook niet meteen graten in. The North Sea sluit met zijn drang naar experiment en vernieuwing mooi aan bij de mentaliteit die van de meeste Type-albums ook afstraalt.
Een andere vergelijking die zich opdringt tijdens We Conquered The Golden Age is die met Currituck Co., ooit nog in het voorprogramma van Antony & The Johnsons en door onze buurman omschreven als “saaaai” (cultuurbarbaren, ze behoren tot het leven als teken tot de natuur): een elf minuten lang durende raga van gitaren, die na enkele minuten opgeluisterd wordt door een zingende Brad Rose. Het gouden tijdperk lijkt inderdaad voorbij, het verhaal reeds geschreven. Het is trouwens nieuw voor Rose om zich aan het zingen te wagen. Met zijn andere bands houdt hij het meestal op ongecontroleerd freaken.
Mensen die van mooie popliedjes houden, zullen gruwen van de geweldige geluidscollage Cover Me With Knives. Kristallen regendruppels worden na een paar minuten verdrongen door industriële machinegeluiden. Als we filosofisch zouden aangelegd zijn, zouden we er een metafoor in kunnen ontwaren.
Niet alle nummers zijn even psychedelisch. Take It From Me, Brother Moses sluit meer aan bij Americana – door het gebruik van de banjo – , maar ook hier ontglipt de song aan de conventies van zijn genre, alleen al omdat de rest van de nummers helemaal anders klinkt.
Soms zijn de nummers net iets te stuurloos, waardoor onze interesse wat durft te verslappen, maar al bij al is dit een erg geslaagd album. Het zorgt er voor dat we in elfjes kunnen geloven, en alleen dat al is goud waard.
