John Darnielle van de Amerikaanse indiefolkband The Mountain Goats werd door The New Yorker ooit "America’s best non-hip-hop lyricist" genoemd. De man is eigenlijk een musicerende verhalenverteller die begin jaren negentig zijn cassetterecorder gebruikte om nummers op te nemen en bewust koos voor de ruis en imperfectie. Hij evolueerde stilaan van lo-fi-held naar studiomuzikant, die de puntjes op de i zet. ‘All Eternals Deck’ werd in maar liefst vier verschillende studio's opgenomen en er kwamen vier producers aan te pas.
Darnielle levert met zijn laatste album wat hij al twintig jaar aflevert: degelijke folkpop, die laveert tussen uptempo rock en ingetogen ballades. Op de voorgrond klinkt zijn typische, wat schelle, nasale stem. Over zijn vocale kwaliteiten is geen discussie mogelijk maar met zijn stem hebben wij het wat moeilijk. Dat is uiteraard persoonlijk: voor ons gaat bijvoorbeeld wat uit de strot Gregory Frateur van Dez Mona komt door merg en been, terwijl we heel wat mensen kennen die zijn stemgeluid niet kunnen aanhoren.
Met zijn songteksten weet Darnielle ons dan weer wel te bekoren. Hij is niet vies van barokke taal en de metaforen vliegen je soms om de oren maar hij slaagt er zo in om van haast elk nummer een kortfilm te maken. Met de karakters die hij de revue laat passeren roept hij een sfeer van vergane glorie en nostalgie op.
Oude filmster Charles Bronson levert een strijd met de camera in For Charles Bronson en Liza Minnelli bevecht haar demonen in Liza Minnelli Forever: "Let the camera track me from the footlights to the wings / Let me set aside an hour or two in memory of sweet things." Maar ook actrice Judy Garland krijgt een rol toebedeeld. In The Autopsy Garland proef je bijna letterlijk de melancholie: "Sweet spearmint and bitter tangerine / Bedside decked with roses / Look West, look West, look West and look away / From old familiar faces”.
De arrangementen met akoestische gitaar, piano en strijkers zijn zonder meer degelijk te noemen. In die degelijkheid zit de kracht maar tegelijkertijd ook de zwakte van The Mountain Goats. De songs klinken te gladjes en te eentonig. Nergens is te horen dat hier vier verschillende producers aan het werk geweest zijn.
We horen wat we al hoorden op eerdere albums. Alleen opener Damn These Vampires en High Hawk Season, een gospelsong met alleen gitaar, bas en koorzang weten te verrassen. "Rise if you are sleeping, stay awake / We are young supernovas and the heat's about to break.", klinkt het in dat laatste nummer. Als jonge supernova’s klinken Darnielle en zijn makkers allerminst, eerder als goede ambachtslui. Het is precies dat "the heat's about to break-gevoel" dat we missen. Een uptempo nummer als Estate Sign Sale klinkt vervelend en schreeuwerig en zorgt eerder voor een koude douche.
Met alle respect voor het vakmanschap van de heren, maar deze plaat klinkt op geen enkel moment opwindend. We klasseren ze helaas op de aangroeiende stapel albums, waar een dikke laag stof zal komen op te liggen. Misschien moet John Darnielle toch maar weer eens zijn cassetterecordertje van onder datzelfde stof vandaan halen.