Comedy of Errors - Disobey

Eigen beheer

Christoph Lintermans31 augustus 2011

Disobey

Het muzikale wereldje in Groot-Brittannië is zijn afkeer van progrock eindelijk kwijt. Het succes van het tijdschrift Prog – een spin-off van Classic Rock Magazine – is een teken aan de wand. Geïnspireerd door de nieuwe garde keren oudere bands terug naar het theater. En ze doen dat des te overtuigender, zoals arK en Solstice. En nu ook Comedy of Errors op het glorieuze ‘Disobey’.


De groep uit Glasgow was in de jaren tachtig één van de vele die hun geluk zochten in het vaarwater van Marillion. De zogenaamde neo-progressieve beweging staat vandaag geboekstaafd als de silver age – na het gouden tijdperk van de seventies. Stilistisch sluit men aan bij dat andere Schotse proggaljoen, Pallas. Dat het lang geleden is – hun enige album stamt uit ’88 – blijkt ook uit de hoestekening: een donkere kamer met een gebruikte piano bij gedoofd kaarslicht, terwijl door het venster een nieuwe horizon gloort.


Het openende titelnummer lijkt letterlijk op te wellen uit de put van ooit vergeten. De tekst – op een typisch eighties arrangement – is een cynische kijk op het uiterlijke wereldje en zijn schone schijn in de jaren tachtig. De stomende symfo van Jekyll is tegelijk een ontleding van onze hang naar een dubbele persoonlijkheid. Het instrumentale Prelude, Riff and Fugue is half parodie op en half ode aan de historische Engelse muziektraditie. Carousel heeft een epische structuur en bevat de memoires van een oude man die worstelt met zijn verleden.

In lijn met de oer-Engelse traditie wemelen de teksten van excentrieke personages en filosofische bespiegelingen. Toetsenist Jim Johnston schept een wereld van gekwetste zielen zoals Marillion of Twelfth Night dat deden. De vierdelige suite The Student Prince lijkt wel de voortzetting van ‘Misplaced Childhood’. Het eerste deel was meer dan twintig jaar terug bedoeld voor het debuut ‘Comedy of Errors’ maar haalde de eindmeet niet. Nu is deze songcyclus de dertig minuten durende afsluitende climax op ‘Disobey’.

De piano-intro in het laatste deel van The Student Prince doet denken aan Sugar Mice, een klassieker van Marillion uit ’87. Een bewuste knipoog? In ieder geval slaagt Comedy of Errors erin de neo-prog van weleer te verbinden met vandaag. Gedateerd klinkt deze plaat allerminst. En dat is helemaal te danken aan het talent van deze heren. Johnston en gitarist Mark Spalding hebben als solisten de luisteraar op hun hand. Zanger Joe Cairney houdt ons met zijn verteltrant aan zijn lippen gekluisterd. En niemand minder dan Rob Aubrey (IQ, Transatlantic) zorgde voor de eindmix. Wat een contrast met de armtierige geluidskwaliteit van het debuut!
← Terug naar overzicht