Lucky Fonz III - Life Is Short

Play It Again Sam

Kevin Vergauwen18 augustus 2011

Life Is Short

Onze Noorderburen hebben sinds kort hun eigen Antony, hun eigen Will Oldham, die met een beetje geluk dit jaar definitief zijn stempel mag drukken als een van de grootste singer-songwriters uit de Nederlandse popgeschiedenis. Otto Fons Wichers is de naam en onder de noemer Lucky Fonz III brengt hij met zijn ‘Life Is Short’ ongegeneerd een breekbaar en uiterst aangrijpend meesterwerkje op de markt.


Fonz is niet aan zijn proefstuk toe. In 2006 bracht hij in eigen beheer en op een zeer beperkte oplage zijn titelloos debuut aan de man via het internet en enkele kleine Nederlandse platenzaken. Toen hij kort daarna een paar belangrijke muziekprijzen in de wacht sleepte (de Grolsch Grote Prijs, de Essent Award en de eerste prijs op Mooie Noten, de singer-songwritercompetitie van Stichting Grap) en zijn nummers de Nederlands radio haalden, ging het bijzonder snel. De man werd gevraagd om voorprogramma’s van ondermeer Jens Lekman, Badly Drawn Boy en Donovan Frankenreiter te verzorgen.

Met ‘Life Is Short’ vindt hij ondertussen aansluiting in België en Nederland bij een gevarieerd publiek van zowel americana-liefhebbers als indiefans. Het schijfje is dan ook bijzonder veelzijdig geworden. Van intieme chansons over droge ballades tot feel good gipsy en countryfolk songs, die in vele gevallen het midden laten tussen Conor Oberst, Bob Dylan en landgenoot Spinvis. Lyrisch houdt Fonz het over het algemeen bescheiden en poëtisch. Centraal in de autobiografische songs staan zijn zoektochten naar verloren liefdes, het leven in de stad (Edinburgh waar hij zo’n vier jaar woonde) en de dagdagelijkse – vaak dromerige – overpeinzingen van een zevenentwintigjarige jongeman.
Draw Me A River trapt binnensmonds en in de gelederen van Antony And The Johnsons af met een ijzingwekkend orgel- en trompetpartij. Melancholie ten top gedreven, net als Jane On The Roof, In Search Of The Miraculous en het machtige The Island. Zoals eerder gemeld, schuwt Wichers ook het experiment niet. Zo laat hij in een folkloristisch klinkende song als All My Days plots een fietsbel opdraven. Hetzelfde kampvuurgevoel krijgen we tijdens From The Mountain, terwijl we met Don’t Knock On My Door ons dan weer in de slipstream van Johnny Cash bevinden.
Vrolijke doch intimistische gitaarriedeltjes over uiterst breekbare vocale prestaties staan centraal op dit schijfje. Veertien songs zijn – wat ons betreft – echter net wat veel van het goede. Herleid het geheel tot een tiental nummers heer Fonz en je speelt binnenkort mee in de ereklasse van de singer-songwriters. Wij kijken alvast met argusogen uit naar het derde wapenfeit.
← Terug naar overzicht