The Magnetic Fields - Distortion
Nonesuch Records
Patrick Van Gestel — 8 november 2008

’69 Love Songs’ was een meesterwerk. Misschien niet altijd evenwichtig, maar het is een genoegen om de drie cd’s (negenenzestig liedjes dus) opnieuw te beluisteren. Ook ‘I’ was een heerlijke plaat. En nu is er ‘Distortion’, het achtste album van The Magnetic Fields. Tenminste als je de ep ‘The House Of Tomorrow’ niet meetelt.
Ook dit album heeft zoals altijd een gemene deler. En zoals steeds staat dat gemeenschappelijk element in hetzelfde lettertype op de hoes van het album, met het logo op dezelfde manier aan de linkerkant. Die alleen al zijn vaste waarden.
Voor dit werkstuk heeft Stephin Merritt gekozen voor – o, verrassing – de distortion als constante. Als wat u hoort u niet bevalt, hebt u dus geen enkele reden om uw exemplaar verongelijkt naar de platenboer terug te brengen. Op de verpakking staat tenslotte duidelijk omschreven wat u heeft gekocht.
Gezien van een recensent nu eenmaal niet alleen metaforen, maar ook referenties worden verwacht, doorliepen we de voorbije dagen radeloos onze platencollectie om deze cd te kunnen omschrijven. Laat The Jesus And Mary Chain het beste van The Beach Boys parodiëren en misschien kom je in de buurt van wat hier zou moeten beschreven worden.
In opener Three-Way, waarvan we u de volledige tekst - "Three-Way" (x3) - niet kunnen onthouden, wordt u al meteen met de neus – of de oren, zo u wil - op de harde feiten gedrukt. De gitaren komen van alle kanten op je af, de drums lijken opgenomen in een leeg Sportpaleis en de eventueel resterende gaatjes worden vlot gevuld met bas, piano, orgel en/of cello, alles voorzien van een aanvankelijk wat vreemd aandoend maar mettertijd erg gesmaakt ruissausje.
De teksten van sommige liedjes zijn ronduit fantastisch. Of wat dacht u van “If they must grow up / They marry dukes and earls / I hate California girls” uit California Girls. De Beach Boys op hun plaats gezet, met andere woorden. En er zitten nog van die pareltjes verstopt. In Too Drunk To Dream bijvoorbeeld, het lijflied van de eeuwige loser die zich beter voelt met een stuk in zijn kraag, want “Sober, you’re old and ugly / Shitfaced, who needs a mirror?”
Niet enkel Stephin Merritt laat zijn intrieste bariton galmen over de waaiers van gitaren en toetsen. Shirley Simms neemt ook een aantal nummers voor haar rekening en occasioneel is er zelfs een duet tussen beiden (Please Stop Dancing).
Het vraagt enige gewenning, maar eens u door de bitterzure oppervlaktelaag hebt gebeten, zal de combinatie van smaken u naar een zoetzure hemel voeren, waar het heerlijk toeven is. ‘Distortion’ is een absoluut hoogtepunt, zowel op het vlak van originaliteit als op dat van kwaliteit.
