Sun Kil Moon - April

Caldo Verde Records

Ewoud Beirlant8 november 2008

April

Met een stem zoals die van Mark Kozelek moet je al moeite doen om niet te ontroeren. En ook met zijn alter ego Sun Kil Moon weet hij elk seizoen op te luisteren met een veilig soort weemoed. Je wordt er beter en zachtaardiger van, althans voor even. Het nieuwe Sun Kil Moon-album 'April' baadt in klein verdriet en verzachtende droefheid, zonder ook maar één moment in meligheid weg te zinken. Dat is op zich al sterk.

Mark Kozelek was tien jaar lang de man achter Red House Painters. Toen die band rond de eeuwwisseling definitief van het voorplan verdween, kwam de man onder eigen naam of met het alter ego Sun Kil Moon voor de dag, zonder echter veel aan de aard van het beestje te veranderen. Nog steeds zaait zijn zacht gelooide stem denkbeelden van lichtjes gebroken mensen, verdraaide liefdeshistories, vervlogen herinneringen en andere emotionele pijnen.



Muzikaal gezien is zijn muziek vandaag nog meer herleid tot de essentie. Bij Red House Painters verzonken de songs wel eens in hun arrangementen. Niet zo voor Sun Kil Moon. De eenvoud die wij zo koesterden op het album 'Tiny Cities' vind je op 'April' ook terug.



En toch zijn het twee totaal verschillende albums, en niet enkel omdat 'Tiny Cities' eigenlijk een coveralbum was. 'Tiny Cities' had iets sprookjesachtig. Het verplaatste de songs van Modest Mouse naar een wereld vol feeën en toverbossen. 'April' is daarentegen een machtige, grootse en trotse tempel van een plaat. Het sprookjesbos is een statig paleis geworden en de songs zijn geen kleine kunstwerkjes, maar majestueuze meesterwerken. Het klinkt misschien wat pompeus, maar we krijgen het niet anders verwoord.



De kracht van dit album valt misschien nog het best te illustreren met Lucky Man, een vreselijk ontroerend nummer dat je meeneemt naar een vlaag van haast vervlogen herinneringen aan een moeizame doch wonderbaarlijke jeugd. De begeleiding bestaat uit niets meer dan wat sober gitaargetokkel, maar ze is uiterst effectief. Ons hart ligt een beetje aan de voeten van Mark Kozelek.



Het muzikale genot schuilt op 'April' ook vaak in de details. Wij krijgen bijvoorbeeld maar niet genoeg van die neuzelende elektrische gitaar in The Light. Ze weeft zich, haast onopvallend, als een ongedurig kind door het nummer. Het is pas als je die gitaar in het vizier neemt dat je haar grove korrelige geluid ten volle tot zijn recht laat komen. En wanneer iets later enkele gitaren verwikkeld raken in een Babylonische spraakverwarring kan onze muzikale wellust niet meer op.



Het mooie van de zaak is dat het niet bij twee knappe songs blijft. Het album bulkt van schoonheid, zowel muzikaal als tekstueel. 'April' is een plaat die je meesleept in haar elf, onderling best verschillende, verhalen en je achterlaat met een gevoel van herwonnen kracht. Het is met andere woorden de ultieme plaat om je verdriet mee te deppen en met hernieuwde emotionele reserves verder mee te draaien in dit soms zo onzinnige bestaan. 'April' maakt het leven draaglijker, hopelijk dat van u ook.

← Terug naar overzicht