Steak N° 8 - All Is Chaos
EMI
Mattias Devriendt — 23 mei 2011

Met de eerste jeugdpuistjes in zicht tuimelde Steak Number Eight drie jaar geleden de muziekwereld binnen na hun verrassende winst in Humo’s Rock Rally. Hun overwinning bewees dat goede muziek niets met leeftijd te maken heeft. Met ‘All is chaos’ laat de band een eerste bom op haar fans los, met dank aan de uitstekende productie.
Een jaar of twee geleden gaf Brent Vanneste in een interview toe dat het gewonnen geld integraal naar het laven der keeltjes was gegaan. Maar blijkbaar was er toch nog een som over om naar Seattle te vliegen en daar de studio in te duiken voor het tienkoppige ‘All is chaos’.
Goeie besteding, want met de hulp van mixer Matt Bayles en producer Mario Goossens klinkt Steak Number Eight als een vet, bloederig en krachtig afgesneden stuk vlees dat je maag in al haar power even laat keren.
Goeie besteding, want met de hulp van mixer Matt Bayles en producer Mario Goossens klinkt Steak Number Eight als een vet, bloederig en krachtig afgesneden stuk vlees dat je maag in al haar power even laat keren.
Opener Dickhead zet meteen de toon. Het nummer begint als een vuil rockfragment uit de jaren 90, maar wanneer Vanneste zijn rauwe schuur opentrekt, weten we wel weer in welk jaar we ons bevinden.
Opvallend is dat Steak erin slaagt om niet te vervallen in een pure wall of sound, maar steeds voldoende melodieus en ritmisch uit de hoek blijft komen. Het ritmisch halveren in Dickhead is daar een prima voorbeeld van, maar ook de uitstekend uitgevoerde drumvariaties en fills in Stargazing en de melodieuze lijntjes van The Calling zijn stille getuigen - of beter: luide hooligans - van die sterkte.
Opvallend is dat Steak erin slaagt om niet te vervallen in een pure wall of sound, maar steeds voldoende melodieus en ritmisch uit de hoek blijft komen. Het ritmisch halveren in Dickhead is daar een prima voorbeeld van, maar ook de uitstekend uitgevoerde drumvariaties en fills in Stargazing en de melodieuze lijntjes van The Calling zijn stille getuigen - of beter: luide hooligans - van die sterkte.
Dat laatste nummer is zowel qua lengte als qua toegankelijkheid zijn negen broertjes op de plaat ver vooruit. Niet te verwonderen dus dat het opgepikt werd door Stubru en dat het blijft nazinderen in je oren.
Dat betekent echter niet dat de rest van de plaat vergeeld behang is om dat ene nummer de ether in te krijgen. Vooral de eerste helft van de schijf bewijst dat. Track Into The Sky en Blackfall slagen erin om ook de stilte en de rust te laten spreken, terwijl Pyromaniac alle terreinen bestrijkt, van rock over shoegaze en flarden mathrock tot experimentele noise en flarden metal.
Dat betekent echter niet dat de rest van de plaat vergeeld behang is om dat ene nummer de ether in te krijgen. Vooral de eerste helft van de schijf bewijst dat. Track Into The Sky en Blackfall slagen erin om ook de stilte en de rust te laten spreken, terwijl Pyromaniac alle terreinen bestrijkt, van rock over shoegaze en flarden mathrock tot experimentele noise en flarden metal.
In tegenstelling tot veel postrockbands slaagt Steak Number Eight erin om de vocalen op gepaste wijze in de songs te integreren, waardoor de nummers nog lijken te groeien. Dat zorgt meermaals voor een ijzige, zelfs dromerige sfeer, zoals aan het eind van Blackfall.
Je kan zeggen dat alles al gedaan is, dat vernieuwen een illusie is of dat Steak ergens tussen de platgetreden paden van postrock en metal hangt. Maar de band weet dan toch verdomd goed hoe ze die paden tot een levendig en dreunend decor moet ombuigen.
