Songs of Green Pheasant - Aerial Days

Fatcat Records

Debby Vervoort8 november 2008

Aerial Days

Talent vind je nu eenmaal niet op elke straathoek. Soms is het nodig even enkele stenen om te draaien als eigenaar van een platenlabel. Soms zie je de doorbraak van het jaar onder je neus wegglippen naar een andere platenmaatschappij. Om Duncan Sumpner te pakken te krijgen moest Fatcat het onderste uit de trukendoos halen. Niet dat Duncan niet geïnteresseerd was, hij had hen tenslotte zelf zijn demoalbum opgestuurd, hij was simpelweg verdwenen. De dertigjarige leraar had een lijstje met ettelijke mailadressen bij het cd’tje gevoegd, ze bleken allemaal fout. Het label deed er twee jaar over om de eigenaar van de demo op te sporen.

Moeten we er dan nog bij vertellen dat Songs of Green Pheasant niet zomaar het tijdverdrijf is van een leraar uit Sheffield. Het label dat ook al onderdak bood aan pareltjes als Animal Collective en Our Brother The Native was duidelijk geïntrigeerd. Toen Sumpner uiteindelijk bij zijn kraag gevat werd in 2005, blikte hij het album ‘Songs of Green Pheasant’ in. De loftrompet werd meermaals bovengehaald en dan nog niet door de minsten; Devendra Banhart, Mùm en Vetiver behoren tot zijn fans.

Toch is hij geen lid van het folky Banhartclubje. En dat hoor je, voor wie nog twijfelde, zeer goed op zijn laatste EP ‘Aerial Days’. De zacht echoënde stem en de bezwerende melodieën doen eerder denken aan lo-fi shoegazers als Slowdive, maar dan etherischer. Ook verwijzingen naar Simon and Garfunkel zijn nooit ver weg, al is Sumpner beduidend minder klef.

De EP telt slechts zeven nummers, die elk minstens vier minuten duren. Sumpner geeft zijn nummers de tijd om te groeien. Laag na laag weeft hij instrumenten over elkaar tot ze een dromerig landschap van geluiden vormen. Zijn stem wordt er spaarzaam overheen gegoten en hij laat ruimte voor stilte waar nodig. Toch vervalt de plaat nooit in ambientachtig behangpapier. De nummers beschikken over een zekere ingetogen sereniteit, aandacht en respect voor het natuurlijke, het alledaagse.

Deze aandacht voor het gewone leven vinden we ook terug in de keuze van zijn onderwerpen. Remembering and Forgetting schreef Sumpner naar aanleiding van een krantenartikel over een moordenaar, Wintered gaat over de fabeltjes die we onszelf wijsmaken als kind. De thematiek van Brody Jacket, een oude jas die hij na zeven jaar eindelijk durft weggooien, is voor iedereen herkenbaar. Merk bij dit laatste nummer ook op hoe het hele verhaal gedragen wordt door een enkele trompet als rode draad. Sumpner beweert dat hij zich van elke inspiratiebron nog exact herinnert op welke plaats hij was en hoe het weer was toen hij ze voor het eerst zag. En hiernaar is ook de titel van de plaat een verwijzing, alledaagse dingen die geen specifieke betekenis hebben worden overgeromantiseerd door mensen die achter alles een dromerige symboliek zoeken.

Dear Prudence kan u misschien bekend in de oren klinken. Het is een nummer van The Beatles, geschreven door John Lennon, dat Sumpner op plaat zette op vraag van  Radio One ter ere van de memorial van diens dood. Het nummer onderging een lichte metamorfose zonder de afkomst te verloochenen, nooit eerder klonken the Fab Four zo in the sky with diamonds. Sumpner heeft een heel eigen aanpak, het was het lange wachten dus meer dan waard. ‘Aerial Days’ schildert een pracht van een herfstig landschap in uw eigen woonkamer.

← Terug naar overzicht