Skinny Puppy - Mythmaker

SPV

Kris Hadermann8 november 2008

Mythmaker

Ze noemen zichzelf vooruitdenkend, angstaanjagend en vooral een duister electrorockensemble. Dat doen ze nu al vijfentwintig jaar. Als je zolang kan meedraaien in de muziekbusiness, dan kan een dertiende album geen ongeluk betekenen. Aangekondigd als hun meest ambitieuze plaat ooit stellen wij u “Mythmaker” voor.


Iedereen kent Kraftwerk en Joy Division. Maar ergens in het barre Canada toont Skinny Puppy dat er ook buiten Europa nog synthesizergeniën te vinden zijn. Tot vandaag legde Skinny Puppy altijd de nadruk op de rockbaarheid en bizarre geluidencombinaties om toch maar te blijven innoveren. Tot ieders verbazing volgt vandaag een plotse restyling.

 
Het electrogehalte dringt zich dit maal duidelijker op ten nadele van het snaarwerk. De beats botsen van drum ’n bass over tot regelmatige dansgolven. Ergens in een uithoek van een enorm zwakke mixage van synthesizerduels staat een verkrachte gitaar stof te vergaren. Weinig reden om uit je stoel te vallen, eerder om je bed op te zoeken, je stereo af te zetten en een goed boek te lezen. Ook de Daft Punk-achtige robozang krijgt je zover dat je een haat ontwikkelt tegenover alles wat op elektriciteit werkt. De intonatie en emotie blinken uit door afwezigheid. Skinny Puppy lijkt wel een oorlog te willen stichten tussen elektriciteit en mens. Vaak lijken de heren zelfs de controle over hun apparatuur te verliezen, zodat ze gaan klinken als een op hol geslagen keukenrobot die zich voedt aan het aanwezige studiomateriaal.
 
Even gaf Pedafly ons weer wat goede hoop, wanneer er eindelijk eens een genietbare schokgolf de gitaar naast zich duldde. Voor een keer moest de keukenrobot zich gewonnen geven en deed een stemmige synthetische achterklank ons aan betere tijden denken. Doch, de plaat heeft de kracht van een natte keukendoek. Telkens weer draaien de climaxen op een teleurstelling uit. In de klaarlichte sfeer, die de band “duister” poogt te noemen, zoeken schromelijke computergeluidjes uit schaamte een schuilplaats.
 
Paradepaardje Politikil (het nummer staat tot hun eigen grote trots op de soundtrack van het aankomende Jackass-videospel) voegt een verdienstelijke dosis kracht toe door de beats wat bronstiger te maken, maar de gewurgde geluidseffecten stikken in hun eigen braaksel. Over de hele lijn hebben we hier te doen met een gebuisde hoop drum ’n bass in plaats van een eigenzinnig industrial rockalbum. De magere puppy lijkt uitgemergeld.
← Terug naar overzicht