Mystery Jets - Twenty One

Rough Trade

Patrick Van Gestel8 november 2008

Twenty One

In tegenstelling tot wat (roddel)bladen zoals NME u en alle Britten proberen wijs te maken, is het succes van de Britpop tanende. Af en toe zijn er nog uitschieters, maar het overgrote deel valt eerder onder de gevreesde eenheidsworst. Of Mystery Jets die trend kan overstijgen, is moeilijk te zeggen. De nieuwe plaat ‘Twenty One’ belooft in elk geval een mooie toekomst.

Hideaway heet het openingsnummer, maar voor de band rond vader en zoon Harrison is er geen enkele reden om zich weg te steken. De puntige gitaren die doorheen het nummer slingeren, vinden meteen de weg naar de juiste kant van je brein.



En dat is dan nog maar het begin van de plaat, want u heeft waarschijnlijk al de aanstekelijke single Two Doors Down uit de radio horen schallen. Dan is het u ongetwijfeld ook opgevallen hoe moeilijk het is om dat deuntje uit je hoofd te bannen. Wel, eigenlijk staat dit album bol van dit soort pareltjes.



Luister maar naar Young Love, waarin Laura Marling, een beloftevolle singer-songwriter, een gastrolletje vervult. Of het fascinerende Half In Love With Elisabeth, net het enige nummer dat werd geproducet door Stephen Street en een song die – zoals wel vaker op dit album – doet denken aan het beste van Kaiser Chiefs. Het verschil zit vooral in de opgemerkte stem van Blaine Harrison: hoog, beheerst en perfect passend bij deze muziek.



Dat de jongste Harrison (Blaine speelt toetsen en zingt, vader Henry speelt gitaar en toetsen) kan zingen, wordt vooral duidelijk in rustige nummers als Flakes, waar zijn stem alle aandacht naar zich toe zuigt. Afsluiter Behind The Bunhouse is, vooral aan het begin van het nummer, indrukwekkend om dezelfde reden.



De aandacht die deze groep met zijn derde album nu eindelijk krijgt, is meer dan verdiend gezien het aantal prachtsongs dat deze plaat telt. Het zijn popliedjes zoals ze horen te zijn: aanstekelijk, dansbaar en helemaal niet voorspelbaar.



Geef die nummers dan ook nog eens leuke titels als Umbrellahead mee en het kan gewoon niet meer stuk. De jarentwintigpiano, met daarover enkel en alleen die intrigerende stem, draagt het hele nummer. En even verder sta je plots weer onbewust mee te knikken op de tonen van Hand Me Down.



Herkenbaar en toch origineel. Dat kan niet van elke plaat gezegd worden. Maar voor ‘Twenty One’ is het de enige juiste omschrijving. Er staat dit vijftal nog een mooie toekomst te wachten, los van alle heisa rond Britpop.

← Terug naar overzicht